Vergelijking van Christus met Adam
Vers 12 Daarom, gelijk door een mens de zonde in de wereld ingekomen is, en door de zonde de dood; en alzo de dood tot alle mensen doorgegaan is, in welken allen gezondigd hebben.28 Daarom gelijk door In de volgende verzen verklaart de apostel hoe wij door Christus gerechtvaardigd zijn, met ene tegenstelling van Adam en zijne ongehoorzaamheid, door welke de dood doorgedrongen is over alle mensen, Rom. 5:12,13,14, en daarna hoe Christus' gehoorzaamheid ons daarentegen tot rechtvaardigheid sterkt, Rom. 5:15,16,17,18,19, door Gods toerekening. En dat het daarom niet ongerijmd is, dat wij allen door ééns mensen gehoorzaamheid gerechtvaardigd worden, alzo wij allen door ééns mensen ongehoorzaamheid tot zondaars gesteld zijn.29 een mens Namelijk Adam, 1 Cor. 15:21, waaronder ook Eva begrepen is, alzo deze twee één vlees waren en een algemene stam van het gehele menselijk geslacht; Ef. 5:31; 1 Tim. 2:14.30 in welken allen Namelijk enen mens, gelijk dit Griekse woord epi voor in, ook elders wordt genomen, Mark. 2:4; Hebr. 9:17, enz., en dit woord in van Paulus ook over deze zaak gebruikt wordt; 1 Cor. 15:22. Of, voorzoveel, of omdat zij allen gezondigd hebben; en dat brengt ook noodzakelijk denzelfden zin mede, want alle mensen die sterven, hebben in zichzelven geen dadelijke zonden begaan, gelijk blijkt in de onmondige kinderen, van wie velen sterven in hunne onmondigheid, en derhalve moeten gezondigd hebben in dezen éénen mens, in wiens lenden zij waren; gelijk Levi gezegd wordt tienden gegeven te hebben, zijnde in de lenden van Abraham; Hebr. 7:9. Zie hiervan breder verklaring in de volgende verzen, en Job 14:4; Ps. 51:7; Joh. 3:5,6; Ef. 2:3, enz.31 gezondigd hebben. Namelijk alzo is ook door enen mens Jezus Christus de gerechtigheid en het leven over alle gelovigen gekomen. Gelijk Paulus besluit Rom. 5:18,19.Vers 13 Want tot de wet was de zonde in de wereld; maar de zonde wordt niet toegerekend, als er geen wet is.32 tot de wet Namelijk van Mozes gegeven.33 was de zonde in de wereld; Dat is, was ook in de wereld, gelijk uit den dood blijkt, Rom. 5:14, die de bezolding der zonde is; Rom. 6:23.34 niet toegerekend, Dat is, niet voor zonde gehouden, of gerekend.35 als er geen wet is. Waaruit de apostel besluiten wil dat er dan een andere wet is geweest, door welker overtreding alle mensen ook in dien tijd zondaars geweest zijn; en dat niet alleen de wet der natuur, die de onmondige kinderen niet hebben overtreden, maar de wet, die God aan den eersten mens had gegeven, wiens overtreding aan allen, ook zelfs aan de onmondige kinderen, is toegerekend, gelijk Rom. 5:14 medebrengt.Vers 14 Maar de dood heeft geheerst van Adam tot Mozes toe, ook over degenen, die niet gezondigd hadden in de gelijkheid der overtreding van Adam, welke een voorbeeld is Desgenen, Die komen zou.36 de dood Namelijk niet alleen de geestelijke en eeuwige dood, maar ook de lichamelijke, van welken hij in Rom. 5:14 inzonderheid spreekt, omdat die voor allen blijkelijk was; Rom. 8:10; 1 Cor. 15:22.37 die niet gezondigd hadden Dat is, de onmondige kinderen, die nog geen dadelijke zonden tegen de wet Gods hebben begaan, gelijk Adam en alle volwassenen na hem gedaan hebben, en die evenwel sterven. Waaruit dan blijkt dat zij met de erfzonde besmet zijn.38 een voorbeeld is Dat is, een gelijk exemplaar, namelijk dat gelijk Adam, degenen die van hem natuurlijkerwijze geboren zijn, in hem en door hem tot zondaars gesteld heeft, alzo ook Christus alle die door Hem overnatuurlijker wijze herboren worden, in Hem en door Hem tot rechtvaardigen stelt, gelijk de volgende verklaring bewijst.39 Desgenen, Dat is, van Christus des beloofden zaads, dat den Satan den kop zou vertreden, Gen. 3:15, op welke belofte de apostel hier schijnt te zien. Want aldaar wordt de tweede Adam beloofd, zo haast de eerst was gevallen.Vers 15 Doch niet, gelijk de misdaad, alzo is ook de genadegift, want indien, door de misdaad van een, velen gestorven zijn, zo is veel meer de genade Gods, en de gave door de genade, die daar is van een mens Jezus Christus, overvloedig geweest over velen.40 de misdaad, Of, val, afval; dat is, de zonde Adams, die in dit hoofdstuk meermalen met dit woord genaamd wordt.41 de genadegift, Dat is, weldaad, die ons door Christus is verkregen en wordt geschonken.42 velen gestorven zijn, Dat is, niet alleen hij zelf, maar vele anderen, namelijk allen, die van Hem naar de natuur gekomen zijn.43 de genade Gods, Dat is, de barmhartigheid en onverdiende gunst Gods.44 de gave door de genade, Dat is, de gerechtigheid van Christus, die ons van God uit genade door het geloof wordt toegerekend.45 overvloedig geweest Dat is, krachtiger en menigvuldiger; ene gelijkenis genomen van het water, dat het vuur door Zijne kracht of Zijne vloed uitblust, dat alzo ook de kracht en overvloed van Christus' gerechtigheid de zonde en schuld uitblust.46 over velen. Dat is, allen die Hem door het geloof worden ingelijfd.Vers 16 En niet, gelijk de schuld was door den een, die gezondigd heeft, alzo is de gift; want de schuld is wel uit een misdaad tot verdoemenis, maar de genadegift is uit vele misdaden tot rechtvaardigmaking.47 den een, Namelijk Adam, gelijk voren.48 de schuld is wel uit een Of, oordeel, dat is, schuld, gelijk 1 Tim. 5:12. Namelijk waardoor wij om de zonde voor Gods oordeel den tijdelijken en eeuwigen dood schuldig zijn, gelijk uit het volgende blijkt.49 verdoemenis, Namelijk voor degenen, die door het geloof in Christus van dezen verdoemelijken staat niet verlost worden.50 vele misdaden Namelijk dergenen, die deze algemene zonde met vele bijzondere zonden hebben verzwaard, gelijk alle mensen doen, die tot hunne jaren gekomen zijn.Vers 17 Want indien door de misdaad van een de dood geheerst heeft door dien enen, veel meer zullen degenen, die den overvloed der genade en der gave der rechtvaardigheid ontvangen, in het leven heersen door dien Enen, namelijk Jezus Christus.51 dien enen, Namelijk eersten Adam, gelijk voren.52 ontvangen, Of, aannemen, namelijk door het waar geloof; Joh. 1:12.53 in het leven heersen Dat is, dezes geestelijken levens deelachtig zijnde, de overhand hebben over de zonde en schuld derzelve, Gal. 2:19,20; Ef. 2:5,6, en hierna des eeuwigen levens deelachtig worden, gelijk Rom. 5:21 nader verklaard wordt.Vers 18 Zo dan, gelijk door een misdaad de schuld gekomen is over alle mensen tot verdoemenis; alzo ook door een rechtvaardigheid komt de genade over alle mensen tot rechtvaardigmaking des levens.54 tot verdoemenis; Dat is, hen in zulken staat gebracht, waarin zij voor God verdoemelijk zijn; Rom. 3:19; Ef. 2:1,3.55 rechtvaardigheid Grieks dikajoma. Alzo noemt hij de gehoorzaamheid van Christus, omdat zij de kracht heeft om ook anderen te rechtvaardigen, gelijk het Griekse woord hier medebrengt; en wordt gesteld tegen de overtreding van Adam, in welke ook de kracht was om anderen tot zondaars te maken, Rom. 5:19.56 over alle mensen Namelijk die in Hem geloven; of die deze gave aannemen, Rom. 5:17.Vers 19 Want gelijk door de ongehoorzaamheid van dien enen mens velen tot zondaars gesteld zijn geworden, alzo zullen ook door de gehoorzaamheid van Enen velen tot rechtvaardigen gesteld worden.57 Want gelijk door de ongehoorzaamheid Hier besluit de apostel de gelijkenis van Adam en Christus; namelijk dat, gelijk de ongehoorzaamheid van Adam ons toegerekend wordt tot schuld der verdoemenis, alzo Christus' gehoorzaamheid ons toegerekend wordt tot ontslaging van die schuld. Het is wel waar dat gelijk wij door Adams eerste misdaad niet alleen schuldig zijn geworden aan dezelve en aan de straf van dien, maar ook onze natuur daardoor verdorven is geworden, dat alzo wij door Christus' gehoorzaamheid niet alleen van de straf verlost zijn, maar ook door de kracht derzelve van Zijnen Geest in ons gemoed vernieuwd en geheiligd worden; doch daarvan heeft de apostel tot nog toe niet gesproken, maar begint daarvan te spreken in het volgende. En deze vernieuwing is in dit leven ook geheel onvolmaakt, gelijk hij met zijn eigen voorbeeld zal bewijzen in Rom. 7,zodat wij daardoor voor God niet rechtvaardig kunnen gesteld worden.Vers 20 Maar de wet is bovendien ingekomen, opdat de misdaad te meerder worde; en waar de zonde meerder geworden is, daar is de genade veel meer overvloedig geweest;58 Maar de wet Hier beantwoordt de apostel deze tegenwerping: Indien wij door de gerechtigheid van Christus alleen tot rechtvaardigen gesteld worden, waartoe is dan de wet den Israëlieten door Mozes gegeven; en verklaart dat de wet niet is gegeven om gerechtvaardigd te worden door haar, maar opdat de zonde en de straf, die wij vanwege de zonde schuldig zijn, te beter zou bekend worden; en dat alzo de genade Gods in Christus, die ons, niettegenstaande de zwaarheid onzer zonden, rechtvaardigt, te meerder zou geacht worden, en wij te vlijtiger onze toevlucht tot dezelve zouden nemen. Zie Gal. 3:19.59 bovendien ingekomen, Namelijk boven de schuld, die wij van nature onderworpen waren; of, boven de belofte, die alrede aan Abraham gedaan was, waarvan in Rom. 4en Gal. 3:17, gesproken wordt.60 te meerder worde; Dat is, te blijkelijker en ook te sterker, niet door de schuld van de wet, maar van onze verdorven natuur, die altijd streeft tegen hetgeen haar verboden is; Rom. 7:5,8.61 de genade veel meer overvloedig geweest; Zie de aantekeningen op Rom. 5:15.Vers 21 Opdat, gelijk de zonde geheerst heeft tot den dood, alzo ook de genade zou heersen door rechtvaardigheid tot het eeuwige leven, door Jezus Christus onzen Heere.62 geheerst heeft Dat is, de overhand over ons gehad heeft, of ons Zijne macht heeft onderworpen.63 tot den dood, Grieks in den dood; namelijk de tijdelijke en eeuwige dood, gelijk blijkt uit de volgende tegenstelling.64 de genade zou heersen Namelijk Gods over ons.65 door rechtvaardigheid Namelijk die ons van Hem door het geloof is geschonken.66 tot het eeuwige leven, Namelijk hetwelk hier in ons begint, en namaals ten volle over ons zal geopenbaard worden; Joh. 11:25,26; Col. 3:3,4.