Voorrecht van de Joden
Vers 1 Welk is dan het voordeel van den Jood? Of welk is de nuttigheid der besnijdenis?1 het voordeel Of, de uitnemendheid, namelijk boven de heidenen, indien het uitwendig Jodendom en de besnijdenis voor God niet geldt tot rechtvaardigheid, gelijk in de laatste vijf verzen in het voorgaande hfdst. geleerd is.Vers 2 Vele in alle manier; want dit is wel het eerste, dat hun de Woorden Gods zijn toebetrouwd.2 het eerste Dat is het voornaamste, dat het fondament is van alle andere voordelen, die de apostel breder verhaalt, Rom. 9:4; Ef. 2:11,12.3 de woorden Gods Dat is, de instrumenten zijns verbonds, begrepen in de schriften van Mozes en der profeten; Ps. 147:19,20; Hand. 7:38.Vers 3 Want wat is het, al zijn sommigen ongelovig geweest? Zal hun ongelovigheid het geloof van God te niet doen?4 al zijn sommigen Dat is, een groot deel derzelve, namelijk die door hun eigen ongeloof de voordelen, hun van God verleend, krachteloos maken. Zie Hebr. 3:16,17,18; en Hos. 8:12.5 hunne ongelovigheid Dat is, derzelver, of zulker ongelovigheid.6 het geloof Gods Dat is, de trouw en waarheid Gods, die onder dat volk, niettegenstaande de ondankbaarheid van velen, altijd de zijnen heeft willen behouden en nog behoudt, op welken de beloften Gods inzonderheid zien, en hunne kracht hebben; Rom. 9:8,27, en Rom. 11:1, enz.Vers 4 Dat zij verre. Doch God zij waarachtig, maar alle mens leugenachtig; gelijk als geschreven is: Opdat Gij gerechtvaardigd wordt in Uw woorden, en overwint, wanneer Gij oordeelt.7 zij waarachtig Namelijk in het onderhouden van Zijn verbond en volbrengen van Zijne beloften, al is het dat de mensen die onwaardig zijn.8 gerechtvaardigd Dat is, rechtvaardig en trouw erkend.9 overwint Dat is, in uw oordelen zuiver en zonder blaam bevonden wordt. David breekt uit in deze bekentenis, uit aanmerking van zijne zonde tegen God begaan, en van de belofte der vergeving hem van Nathan verkondigd.10 oordeelt Of, geoordeeld wordt; want het Griekse woord kan beide deze overzettingen verdragen; maar de Hebreeuwse tekst vereist het eerste, hetwelk ook best overeenkomt met Paulus' voornemen, hetwelk is te bewijzen dat God altijd zuiver en rechtvaardig blijft, of overwint, wanneer Hij oordeelt, dat is, de zonden der mensen in de kinderen der ongehoorzaamheid naar verdiensten straft, of wanneer Hij, naar Zijn beloften, Zich ontfermt over de zonden van Zijne kinderen, hetwelk ook door Gods oordeel, doch in Zijn barmhartigheid, geschiedt; Matth. 12:18,20. En wordt de waarheid Gods, In het houden van Zijne beloften, ook in de Schrift gerechtigheid Gods genaamd; Ps. 143:11, en 1 Joh. 1:9.Vers 5 Indien nu onze ongerechtigheid Gods gerechtigheid bevestigt, wat zullen wij zeggen? Is God onrechtvaardig, als Hij toorn over ons brengt? (Ik spreek naar den mens.)11 Gods gerechtigheid Dat is, trouw en waarheid, gelijk voren.12 bevestigt, Of, recommandeert; dat is, prijselijk en blijkelijk maakt; Rom. 5:8.13 toorn Dat is, straf, eigenlijk genoemd over sommigen, of ook vaderlijke kastijdingen over de zijnen; Ps. 6:2.14 naar den mens). Dat is, naar menselijke bedenking, of oordeel, hetwelk menen zou dat God niet behoorde te straffen hetgeen Zijne eer vordert.Vers 6 Dat zij verre, anderszins hoe zal God de wereld oordelen?15 Dat zij verre, Grieks het geschiede niet; namelijk dat God, al doet Hij zulks, daarom zou onrechtvaardig zijn, dewijl Hij een rechter is der gehele wereld, die alles altijd wijs en rechtvaardig doet, al kunnen de mensen dat niet altijd begrijpen. Zie Gen. 18:25; Mal. 2:17.Vers 7 Want indien de waarheid Gods door mijn leugen overvloediger is geworden, tot Zijn heerlijkheid, wat word ik ook nog als een zondaar geoordeeld?16 door mijn leugen Dat is, trouweloosheid, ongehoorzaamheid; en wordt hier gesteld tegen de waarheid of getrouwheid Gods in het houden van Zijne beloften.17 overvloediger is geworden, Dat is, openbaarder, blijkelijker.18 als een zondaar geoordeeld? Dat is, gehouden en gestraft, Rom. 3:5.Vers 8 En zeggen wij niet liever (gelijk wij gelasterd worden, en gelijk sommigen zeggen, dat wij zeggen): Laat ons het kwade doen, opdat het goede daaruit kome? Welker verdoemenis rechtvaardig is.19 (gelijk wij gelasterd worden, Dat is, gelijk zulke gevolgen uit hetgeen wij van Gods genade en rechtvaardigheid leren, ons lasterlijk nageduid worden.20 sommigen zeggen, Namelijk verkeerde mensen, die onze leer verdraaien.21 Welker verdoemenis rechtvaardig is. In deze woorden is een korte wederlegging van hetgeen hier voren Rom. 3:7,8 tegen de leer van Paulus is ingevoerd, namelijk dat het zover vandaar is, dat hij zelfs degenen, die dat zeggen, met Gods oordeel dreigt.