Opwekking tot voorbede
Vers 30 En ik bid u, broeders, door onzen Heere Jezus Christus, en door de liefde des Geestes, dat gij met mij strijdt in de gebeden tot God voor mij;101 ik bid u, Of, ik vermaan.102 door onzen Heere Jezus Christus, Dat is, zo lief als gij den Heere Jezus Christus hebt; of, doet het niet zozeer of alleen om mijnent, als voornamelijk om Christus' wil.103 de liefde Namelijk òf waarmede God u liefheeft, Rom. 5:5; òf, waarmede gij God en uwen naaste liefhebt.104 des Geestes, Dat is, die de Heilige Geest in onze harten werkt en ontsteekt. Of, waarmede Hij ons liefheeft.105 strijdt Dat is, ernstig, heftig en gedurig aanhoudt, gelijk doen degenen die strijden, die elkander bijstaan en met strijden aanhouden, totdat zij de overwinning verkrijgen. Zie Gen. 32:26.106 in de gebeden tot God voor mij. Namelijk die de wapenen zijn, met welke de gelovigen hunne vijanden bestrijden.Vers 31 Opdat ik mag bevrijd worden van de ongehoorzamen in Judea, en dat deze mijn dienst, dien ik aan Jeruzalem doe, aangenaam zij den heiligen;107 van de ongehoorzamen in Judea, Namelijk die de leer des Evangelies verwerpen en tegenstaan, en mij om dezelve haten. Deze hebben den apostel te Jeruzalem gezocht te doden, doch hij is uit hunne handen verlost. Zie Hand. 21:27,33. Dit wist Paulus tevoren dat hem wedervaren zou; Hand. 20:22. Zie 2 Thess. 3:2.108 deze mijn dienst, Namelijk van de vergaderde aalmoezen getrouwelijk over te brengen.109 aan Jeruzalem doe, Dat is, aan de arme gelovigen binnen Jeruzalem.110 den heiligen; Zie Rom. 15:25,26.Vers 32 Opdat ik met blijdschap, door den wil van God, tot u mag komen, en met u verkwikt worden.111 door den wil van God, Dat is, zo het Gods wil zal zijn. Zie Rom. 1:10, en Jak. 4:13,14,15.112 verkwikt worden. Grieks, mag rust nemen. Zie Matth. 11:28. Namelijk door onze onderlinge tegenwoordigheid en samensprekingen.Vers 33 En de God des vredes zij met u allen. Amen.113 God des vredes zij met u allen. Dat is, die de auteur is van alle zegening, goed en voorspoed; en die wil dat onder Zijne kinderen altijd vrede gehouden worde; Rom. 16:20; 1 Cor. 14:33; 2 Cor. 13:11,13; Filipp. 4:9; 1 Thess. 5:23; 2 Thess. 3:16; Hebr. 13:20.