Advertentie

Romeinen 15:1-13

13 verzen · 42 kanttekeningen · Statenvertaling

Christus een voorbeeld van zelfverloochening

Vers 1 Maar wij, die sterk zijn, zijn schuldig de zwakheden der onsterken te dragen, en niet onszelven te behagen.1 wij, De apostel begrijpt zichzelven mede, opdat de vermaning te krachtiger zij.2 die sterk zijn, Namelijk in het geloof en de kennis der Christelijke leer, voornamelijk van de Christelijke vrijheid.3 zijn schuldig Of, zijn verplicht, gehouden; namelijk om de redenen, die Paulus hierna zal verklaren.4 de zwakheden Dat is de onwetendheden en dwalingen, die uit zwakheid nog bij hen zijn, voornamelijk in dit stuk der leer.5 der onsterken Dat is, der zwakken. Zie Rom. 14:1.6 te dragen, Dat is, verdragen, als een last van hen nemen, en hen helpen dragen. Zie Gal. 6:1,2.7 onszelven te behagen. Dat is, onze zinnelijkheden volgen, of ons gemak en voordeel zoeken, onszelven toegeven.Vers 2 Dat dan een iegelijk van ons zijn naaste behage ten goede, tot stichting.8 een iegelijk van ons Namelijk wie hij zij. Niemand wordt hier uitgenomen.9 zijn naaste behage Veel meer, dan zijn zwakken broeder.10 ten goede, Of, in het goede; dat is, in zaken die niet kwaad zijn of tot goed voordeel en zaligheid des naasten.11 tot stichting. Zie Rom. 14:19.Vers 3 Want ook Christus heeft Zichzelven niet behaagd, maar gelijk geschreven is: De smadingen dergenen, die U smaden, zijn op Mij gevallen.12 Christus heeft Het voorbeeld van Christus behoort veel te gelden bij de Christenen, als zijnde een regel, naar welken zij hun leven moeten aanstellen, Joh. 13:15,34; Filipp. 2:5, en het grote schande voor hen zou zijn, dat zij anders zouden doen dan Hij hun voor gedaan en geleerd heeft.13 Zichzelven niet behaagd, Dat is, niet gezocht zijn gemak, eer of voordeel; Matth. 20:28.14 maar gelijk geschreven is: Namelijk Hij heeft Zich alzo gedragen; of, Hem is geschied.15 De smadingen dergenen, Dat is, de zonden, door welke de mensen God smaadheid aandoen, of allerlei verachting en ongelijk der goddelozen.16 zijn op Mij gevallen. Dat is, heb Ik op mij genomen, of zijn mij opgelegd, om die te boeten. David spreekt hier als een voorbeeld van den Messias en van Hem profeterende, die onze zonden op Zich genomen heeft om voor dezelve te betalen; Jes. 53:4,5; 2 Cor. 5:21. Dewijl dan daaruit blijkt dat Christus niet Zijn gemak en voordeel heeft gezocht, maar het onze, en zoveel om onzentwil gedaan heeft, zo behoren wij insgelijks te zoeken het beste van onzen naaste, en alles te doen wat tot zijne zaligheid dienstig is. Zie Filipp. 2:5,6,7,8; 1 Joh. 3:16.Vers 4 Want al wat te voren geschreven is, dat is tot onze lering te voren geschreven, opdat wij, door lijdzaamheid en vertroosting der Schriften, hoop hebben zouden.17 te voren geschreven is, Namelijk in de Schriften des Ouden Testaments; hetwelk nu ook gezegd kan worden van de Schriften des Nieuwen.18 lering te voren geschreven, Of, onderwijzing; namelijk in zaken, die onze eeuwige zaligheid aangaan. Zie Joh. 5:39; 2 Tim. 3:15,16.19 der Schriften, Dat is, die uit het lezen, aanhoren en overleggen der Schriften verkregen worden.20 hoop hebben zouden. Namelijk van de zaligheid door Christus zekerlijk te zullen verkrijgen.Vers 5 Doch de God der lijdzaamheid en der vertroosting geve u, dat gij eensgezind zijt onder elkander naar Christus Jezus;21 der lijdzaamheid Die dezelve in ons werkt, door het middel van de Heilige Schrift, Rom. 15:4.22 eensgezind zijt onder elkander Namelijk in gevoelen aangaande de rechte leer en in goede genegenheden der harten tot elkander. Zie Rom. 12:16.23 naar Christus Jezus; Dat is, naar de rechtzinnige leer van Christus. Of, naar Christus Jezus' voorbeeld.Vers 6 Opdat gij eendrachtelijk, met een mond, moogt verheerlijken den God en Vader van onzen Heere Jezus Christus.24 eendrachtelijk, Grieks, eenmoediglijk; dat is, met één hart en ziel; Hand. 4:32.25 en Vader van onzen Heere Jezus Christus. Dat is, God, die daar is de Vader onzes Heeren Jezus Christus; Ef. 1:3,17.Vers 7 Daarom neemt elkander aan, gelijk ook Christus ons aangenomen heeft, tot de heerlijkheid Gods.26 neemt Zie Rom. 14:1,3.27 elkander aan, Dat is, zowel de sterken de zwakken, als de zwakken de sterken; houdende elkander voor broeders en broederlijk elkander bejegenende in liefde en vrede.28 gelijk ook Christus Dat is, naar het voorbeeld van Christus.29 aangenomen heeft, Namelijk alzo dat Hij voor ons ook de dood is gestorven.30 tot de heerlijkheid Gods. Dat is, om ons de heerlijkheid Gods deelachtig te maken. Of, opdat daardoor de heerlijkheid Gods zou verklaard worden.Vers 8 En ik zeg, dat Jezus Christus een dienaar geworden is der besnijdenis, vanwege de waarheid Gods, opdat Hij bevestigen zou de beloftenissen der vaderen;31 En ik zeg, Hier verklaart hij breder hoe Christus aangenomen heeft beiden Joden en heidenen, om daardoor beiden te vermanen, dat zij ook alzo elkander moeten aannemen.32 een dienaar geworden is Dat is, der Joden, die besneden zijn, Rom. 4:12, dien Hij, zijnde de Heere over allen, als een dienaar, den weg der zaligheid heeft verkondigd, en onder hen alleen zijn dienst bedient; Matth. 15:24, en Matth. 20:28.33 vanwege de waarheid Gods, Namelijk opdat die niet zou gekrenkt worden; maar dat God waarachtig zou worden bevonden in Zijne beloften.34 der vaderen; Dat is, die den vaderen eertijds in het Oude Testament zijn gedaan. Zie 2 Cor. 1:20.Vers 9 En de heidenen God vanwege de barmhartigheid zouden verheerlijken; gelijk geschreven is: Daarom zal ik U belijden onder de heidenen, en Uw Naam lofzingen.35 de heidenen God Hier bewijst hij het tweede deel, namelijk dat Christus ook de heidenen heeft aangenomen; volgens de beloften en toezeggingen Gods in het Oude Testament.36 vanwege de barmhartigheid Of, over de barmhartigheid; namelijk die uit enkele genade ook aan hen betoond is, gelijk den Joden geschied was; Deut. 7:7,8.37 verheerlijken; Dat is, tot de kennis van den waren God en tot het geloof gebracht zijnde, Hem zouden danken, eren en dienen, en eindelijk Zijne heerlijkheid mede deelachtig worden.38 gelijk geschreven is: In al deze plaatsen, die hier uit het Oude Testament tot bewijs worden voortgebracht, moet voornamelijk gelet worden op het woord heidenen. De verklaringen, zie op elke plaats.Vers 10 En wederom zegt Hij: Weest vrolijk, gij heidenen met Zijn volk!Vers 11 En wederom: Looft den Heere, al gij heidenen, en prijst Hem, al gij volken!Vers 12 En wederom zegt Jesaja: Er zal zijn de wortel van Jessai, en Die opstaat, om over de heidenen te gebieden; op Hem zullen de heidenen hopen.Vers 13 De God nu der hoop vervulle ulieden met alle blijdschap en vrede in het geloven, opdat gij overvloedig moogt zijn in de hoop, door de kracht des Heiligen Geestes.39 der hoop vervulle ulieden Dat is, op wien men hopen moet; 1 Tim. 6:17, en die de hoop in ons werkt door Zijne beloften en geest; 1 Petr. 1:3.40 met alle blijdschap en vrede Dat is, met een rechte en gedurige geestelijke blijdschap; Filipp. 4:4.41 in het geloven, Dat is, terwijl gij gelooft in dit leven. Of, benevens uw geloof, met hetwelk altijd vergezelschapt is blijdschap en vrede.42 door de kracht des Heiligen Geestes. Grieks, in de kracht des Heiligen Geestes; die nu deze geestelijke gaven en deugden door Zijne kracht in de mensen werkt; 1 Cor. 12:6,11.

Lees heel Romeinen 15

Advertentie

Steun het werk — als dank leest u zonder advertenties.

De dagtekst, elke ochtend

Elke ochtend één kerntekst uit de Statenvertaling in uw mailbox, met een psalmvers om te zingen. Bekijk de dagtekst van vandaag.

Geen spam en afmelden kan altijd.

Dank u. Controleer uw e-mail om de aanmelding te bevestigen.