Psalmen 110:1-7
Belofte aan den priesterkoning
Vers 1 Een psalm van David. De Heere heeft tot mijn Heere gesproken: Zit aan Mijn rechterhand, totdat Ik Uw vijanden gezet zal hebben tot een voetbank Uwer voeten.Vers 2 De Heere zal den scepter Uwer sterkte zenden uit Sion, zeggende: Heers in het midden Uwer vijanden.Vers 3 Uw volk zal zeer gewillig zijn op den dag Uwer heirkracht, in heilig sieraad; uit de baarmoeder des dageraads zal U de dauw Uwer jeugd zijn.Vers 4 De Heere heeft gezworen, en het zal Hem niet berouwen: Gij zijt Priester in eeuwigheid, naar de ordening van Melchizedek.Vers 5 De Heere is aan Uw rechterhand; Hij zal koningen verslaan ten dage Zijns toorns.Vers 6 Hij zal recht doen onder de heidenen; Hij zal het vol dode lichamen maken; Hij zal verslaan dengene, die het hoofd is over een groot land.Vers 7 Hij zal op den weg uit de beek drinken; daarom zal Hij het hoofd omhoog heffen.