Advertentie

Openbaring 9:1-12

12 verzen · 14 kanttekeningen · Statenvertaling

De vijfde engel

Vers 1 En de vijfde engel heeft gebazuind, en ik zag een ster, gevallen uit den hemel op de aarde, en haar werd gegeven de sleutel van den put des afgronds.1 ik zag een ster, gevallen Enigen verstaan door deze ster Mohammed met zijn aanhang, die omtrent het jaar 620 zijn ongoddelijke leer uit het Jodendom, Heidendom en Christendom bijeen geraapt heeft, en uit den put van den afgrond te voorschijn gebracht, en daarna door zijne Arabieren en Saracenen, gelijk gewapende sprinkhanen, door een groot deel der wereld, ten dele met bedrog, ten dele met geweld heeft voortgeplant, gelijk zulke heirlegers bij sprinkhanen worden vergeleken; Richt. 7:12, en Jes. 334; Joël 1:4, en Joël 2:4, enz., uit welke plaatsen deze beschrijving merendeels is genomen. Doch daar in dit boek door sterren alom opzieners en leraars der Kerk verstaan worden, gelijk verklaard wordt Openb. 1:20, zo wordt hier veel geschikter de bisschop van Rome met zijn aanhang verstaan, die zichzelf voor een algemeen bisschop onder de christenen omtrent dien zelfden tijd heeft opgeworpen, welke na den ondergang van het Romeinse rijk, in plaats van de geestelijke zorg alleen te betrachten, zich meer tot aardse en wereldse zorgen heeft begeven, en een nieuwe heerschappij opgericht en daarom gezegd wordt uit den hemel op de aarde gevallen te zijn.2 de sleutel van den put Dat is, de macht om den put of het diepste des afgronds, [dat is der hel, Luk. 8:31] te openen, waaruit deze dikke rook is opgegaan; welke macht door een rechtvaardig oordeel Gods over de ondankbaarheid der mensen hun is gegeven, gelijk hierna Openb. 9:4,5 ook wordt gesproken; en gelijk Paulus spreekt 2 Thess. 2:9,10,11.Vers 2 En zij heeft den put des afgronds geopend; en er is rook opgegaan uit den put, als rook eens groten ovens; en de zon en de lucht is verduisterd geworden van den rook des puts.3 rook opgegaan uit den put, Dat is, valse en afgodische leer, die Paulus, 1 Tim. 4:1, noemt leringen der duivelen, bestaande in het verbod van het huwelijk en van het gebruik der spijzen, die God geschapen heeft om met dankzegging te genieten, als ook van afgoderij, beeldendienst, eigen verdiensten en voldoening en andere bijgelovigheden, gelijk hierna Openb. 9:20 wordt uitgedrukt.4 en de zon en de lucht Dat is, van Christus en Zijn leer, gelijk hiervoor Openb. 8:12, en elders meer.Vers 3 En uit den rook kwamen sprinkhanen op de aarde, en hun werd macht gegeven, gelijk de schorpioenen der aarde macht hebben.5 uit den rook kwamen sprinkhanen Dat is, uit deze afgodische en bijgelovige leer hebben deze sprinkhanen hun oorsprong gehad. Want door het verbod van het huwelijk en van zekere spijzen, door het verdichtsel van vagevuur, van eigene verdiensten en voldoening en dergelijke, is de menigte van monniken en andere genoemde orden door het christendom zo vermenigvuldigd, gelijk bekend is.Vers 4 En hun werd gezegd, dat zij het gras der aarde niet zouden beschadigen, noch enige groente, noch enigen boom, dan de mensen alleen, die het zegel Gods aan hun voorhoofden niet hebben.6 dat zij het gras der aarde niet Dat is, de ware gelovigen, die op den akker des Heeren groeien en groenen; Ps. 1:3, en Ps. 92:13. Dit wordt gezegd om te tonen, dat hier van geen eigenlijk genoemde sprinkhanen wordt gesproken, maar van geveinsde en schadelijke mensen, gelijk hun volgende beschrijving ook aantoont.7 die het zegel Gods aan hun voorhoofden Zie van dit zegel Gods hiervoor Openb. 7:3,4.Vers 5 En hun werd macht gegeven, niet dat zij hen zouden doden, maar dat zij zouden van hen gepijnigd worden vijf maanden; en hun pijniging was als de pijniging van een schorpioen, wanneer hij een mens gestoken heeft.8 gepijnigd worden Namelijk in hun geweten, door de onzekerheid hunner zaligheid, door onzekerheid van de genoegzaamheid hunner verdiensten, door vrees van vagevuur en dergelijke, daar degenen die door het zegel van Gods Geest getekend zijn, vrij van zijn, gelijk Paulus getuigt Rom. 5:1,2, en Rom. 8:1.9 vijf maanden; en hun Dat is, den tijd dat de sprinkhanen in het veld in hun kracht plegen te zijn, van het begin van de lente tot na den oogst, of den tijd van den gehelen zomer. Waarmede te kennen gegeven wordt, dat deze sprinkhanen niet terstond zullen geweerd worden of belet de mensen te kwellen, gelijk de sprinkhanen in de plaag van Egypte, Exod. 10:19; maar dat zij den gehelen tijd, dat zij in hun kracht zijn, en dien God gesteld heeft, zodanige eigenschap zullen behouden.10 van een schorpioen, Namelijk welker steek hoe langer hoe erger wordt, indien hij in het begin niet wordt gebeterd.Vers 6 En in die dagen zullen de mensen den dood zoeken, en zullen dien niet vinden; en zij zullen begeren te sterven, en de dood zal van hen vlieden.11 den dood zoeken, en zullen Namelijk van benauwdheid huns gemoeds.Vers 7 En de gedaanten der sprinkhanen waren den paarden gelijk, die tot den oorlog bereid zijn; en op hun hoofden waren als kronen, het goud gelijk, en hun aangezichten als aangezichten van mensen.12 de gedaanten der sprinkhanen Deze beschrijving toont dat hier niet dan van schadelijke mensen wordt gesproken, die altijd bereid staan om de ware christenen te vervolgen en een geestelijken krijg aan te doen, als paarden die tot krijgen bereid staan, die met hun geschoren kruinen als kronen op hun hoofden, hun heerschappij, die zij onder hun Oversten met drie kronen hebben, voor allen betuigen. Die met een schoon gelaat als mensen, die harten van velen innemen, en door hun lang haar als vrouwen haar wel zachtzinnigheid veinzen, maar de tanden als leeuwen tanden hebben, om door hun rechtbanken en andere scherpe en wrede vonnissen de christenen te kwetsen; die tegen alle wereldlijke macht hun gunsten en vrijheden, van hunnen koning verleend, als ijzeren borstwapenen stellen, en door het gedruis hunner vleugelen zich boven anderen verheffen, en geheel de wereld vrees aanjagen; die eindelijk met hun staarten, dat is, bijgelovige leringen de mensen, die het zegel Gods niet hebben, vele kwellingen aandoen, gelijk Openb. 9:5 is verklaard.Vers 8 En zij hadden haar als haar der vrouwen, en hun tanden waren als tanden van leeuwen.Vers 9 En zij hadden borstwapenen als ijzeren borstwapenen; en het gedruis hunner vleugelen was als een gedruis der wagens, wanneer vele paarden naar den strijd lopen.Vers 10 En zij hadden staarten den schorpioenen gelijk, en er waren angels in hun staarten; en hun macht was de mensen te beschadigen vijf maanden.Vers 11 En zij hadden over zich tot een koning den engel des afgronds; zijn naam was in het Hebreeuws Abaddon, en in de Griekse taal had hij den naam Apollyon.13 Abaddon, en in de Griekse Abaddon in het Hebreeuws en Apollyon in het Grieks, betekent verderf en verderver, en komt overeen met den naam, dien de apostel Paulus den antichrist geeft; 2 Thess. 2:3,4,9, als hij hem noemt de mens der zonde, en de zoon des verderfs, de tegenstrijder, en die zich verheft boven al wat God genaamd wordt, wiens komst is na de werking des satans; waarvan zie de verklaring aldaar.Vers 12 Het ene wee is weggegaan, ziet, er komen nog twee weeën na dezen.14 is weggegaan, ziet, Namelijk ten aanzien van het gezicht, dat den apostel vertoond was. Want de zaak zelf is langen tijd daarna geschied, en zal eerst door de verschijning der komst van Jezus Christus geheel teniet gedaan worden, gelijk Paulus getuigt 2 Thess. 2:8.

Lees heel Openbaring 9

Advertentie

Steun het werk — als dank leest u zonder advertenties.

De dagtekst, elke ochtend

Elke ochtend één kerntekst uit de Statenvertaling in uw mailbox, met een psalmvers om te zingen. Bekijk de dagtekst van vandaag.

Geen spam en afmelden kan altijd.

Dank u. Controleer uw e-mail om de aanmelding te bevestigen.