Advertentie

Openbaring 3:14-22

9 verzen · 20 kanttekeningen · Statenvertaling

Zevende brief: aan Laodicéa

Vers 14 En schrijf aan den engel van de Gemeente der Laodicensen: Dit zegt de Amen, de trouwe, en waarachtige Getuige, het Begin der schepping Gods:37 der laodicensen: Laodicea was een rijke en vermaarde stad, gelegen in Frygië aan de rivier Lycus, niet ver van Colosse, waarvan ook gewag gemaakt wordt Col. 2:1, en Col. 4:16.38 de Amen, Dit woord Amen wordt gesteld voor een naam of titel van Christus, gelijk Openb. 1:8: Die is, die was, en die komen zal. En gelijk Exod. 3:14 het woord Eheje, dat is, ik zal zijn, wordt gesteld voor een naam of titel Gods, waardoor verstaan wordt de getrouwheid en standvastigheid van Christus in het volvoeren van alle beloften Gods; 2 Cor. 1:19,20.39 de trouwe en waarachtige Gelijk het woord Amen betekent de standvastigheid van Christus in het uitvoeren van Zijn beloften, zo betekenen deze woorden Zijn getrouwheid en waarheid in het voorstellen van de leer der zaligheid, die Hij ons uit den schoot des Vaders heeft gebracht.40 het Begin der Dat is, een auteur en oorsprong der schepping van alle dingen, gelijk Joh. 1:3; Col. 1:15. Anderen zetten het over: prins of overste van de schepselen Gods, gelijk Hij ook Hebr. 1:2 een erfgenaam van alle dingen genoemd wordt.Vers 15 Ik weet uw werken, dat gij noch koud zijt, noch heet; och, of gij koud waart, of heet!41 noch koud zijt, Dat is, noch ijverig zijt in de aangenomen waarheid, noch vreemd daarvan, als die wel de waarheid hebt aangenomen, doch zoekt in uw leven of uitwendigen godsdienst u te schikken naar de wereld, om ondank en vervolgingen te ontgaan, welke mensen erger zijn en moeilijker terecht te brengen, dan degenen die nog vreemd zijn van de waarheid, gelijk Christus van de Farizeën spreekt; Joh. 9:41; Elia van de Israëlieten; 1 Kon. 18:21.Vers 16 Zo dan, omdat gij lauw zijt, en noch koud noch heet, Ik zal u uit Mijn mond spuwen.42 uit mijn mond spuwen. Niet dat zulke lauwen in den mond van Christus of in Christus zijn; maar omdat zij door hun belijdenis daarin schijnen en roemen te zijn.Vers 17 Want gij zegt: Ik ben rijk, en verrijkt geworden, en heb geens dings gebrek; en gij weet niet, dat gij zijt ellendig, en jammerlijk, en arm, en blind, en naakt.43 gij zegt: Ik ben rijk, Dat is, gij roemt of meent, dat gij in alle geestelijke gaven overvloeit, omdat het u wel gaat naar de wereld, gelijk de Farizeën meenden, Luk. 18; maar het tegendeel is waar, gelijk Christus hun van stuk tot stuk aanwijst.44 blind, en Namelijk in de kennis van uzelf, en van uw ellende.45 naakt. Namelijk van de ware gerechtigheid en heiligheid, die voor God geldt, gelijk Openb. 3:18 aantoont.Vers 18 Ik raad u dat gij van Mij koopt goud, beproefd komende uit het vuur, opdat gij rijk moogt worden; en witte klederen, opdat gij moogt bekleed worden, en de schande uwer naaktheid niet geopenbaard worde; en zalf uw ogen met ogenzalf, opdat gij zien moogt.46 van mij koopt goud, Dat is, begeert of zoekt te verkrijgen, niet door enige uwer verdienste [want Christus zegt hier dat Hij naakt en arm was], maar uit genade en om niet, door het gebed, gelijk verklaard wordt Jes. 55:1; zie ook Matth. 11:28.47 beproefd komende uit Of dat gloeiend uit het vuur komt; dat is, dat uit het vuur getrokken nu de proef heeft doorstaan, waardoor het ware geloof verstaan wordt, hetwelk door het vuur der verzoekingen beproefd wordt, 1 Petr. 1:7, en dat al de rijkdommen van Christus' lijden zich toeëigent en tot zich overbrengt.48 witte klederen, opdat Dat is, de rechtvaardigheid en heiligheid van Christus, waardoor onze geestelijke ellende en naaktheid voor God bedekt wordt, gelijk verklaard wordt Openb. 7:13,14, en Openb. 19:8.49 ogenzalf, opdat gij zien moogt. Of ogenwater; dat is het rechte verstand van Zijn woord en de kracht van Zijn Geest, waardoor wij gebracht worden tot kennis van onszelf en van de genade Gods jegens ons; Ps. 19:9, en Ps. 119:105.Vers 19 Zo wie Ik liefheb, die bestraf en kastijd Ik; wees dan ijverig, en bekeer u.50 Zo wie Ik liefheb, Deze verzachting doet Christus hierbij om de scherpheid van de vorige vermaning wat te matigen, dewijl die uit liefde jegens hen voortkomt.51 bestraf en Namelijk met woorden en overtuigingen, gelijk het Griekse woord meebrengt.52 kastijd Ik; wees Namelijk met werkelijke bezoekingen en bestraffingen. Zie dergelijke Hebr. 12:5,6.Vers 20 Zie, Ik sta aan de deur, en Ik klop; indien iemand Mijn stem zal horen, en de deur opendoen, Ik zal tot hem inkomen, en Ik zal met hem avondmaal houden, en hij met Mij.53 Ik sta aan de deur Deze plaats schijnt genomen uit het Hooglied van Salomo, Hoogl. 5:2, waar dergelijk kloppen van den bruidegom Christus aan de deur van Zijn slaperige bruid beschreven wordt; en daardoor wordt verstaan het geestelijk aanmanen van Christus, aan de deur van ons geweten, door Zijn Woord en Geest, om ons uit onze zonden en slaperigheid op te wekken, en Zijn vermaning bij ons plaats te doen hebben.54 indien iemand mijne stem Dit wordt niet gesteld in den vrijen wil des mensen, maar deze vermaning is een middel waardoor Christus de deur van onze harten opent, dewijl hij hier spreekt tot leden van Zijn gemeente, waarvan velen reeds den Geest van Christus deelachtig waren, welke gave door zulke vermaningen meer en meer verwekt wordt, gelijk Paulus tot Timotheüs spreekt, 2 Tim. 1:6,7; want niemand komt tot Christus dan die het van den Vader gehoord en geleerd heeft, dien de Vader trekt en dien het van den Vader gegeven is, Joh. 6:44,45,65. Zodat niemand voor Christus' vermaningen zijn hart open doet, dan dien God zelf het hart eerst opent om op Zijn Woord acht te nemen, gelijk David bidt, Ps. 119:18, en van Lydia betuigd wordt, Hand. 16:14, en van alle gelovigen, Filipp. 2:13.55 avondmaal houden, Dat is, mij met hem door mijn Geest meer en meer te verenigen, en mijn genade en gunst tot zijn troost en versterking hem meer en meer doen gevoelen; Joh. 14:21,23, en hiernamaals hem de eeuwige vreugde doen genieten, die ook bij het aanzitten aan een rijke tafel wordt vergeleken; Matth. 8:11, en Luk. 14:15.Vers 21 Die overwint, Ik zal hem geven met Mij te zitten in Mijn troon, gelijk als Ik overwonnen heb, en ben gezeten met Mijn Vader in Zijn troon.56 in mijn troon, gelijk als Ik Dat is, Ik zal hem hiernamaals mijn heerlijkheid en macht in het oordelen deelachtig maken, gelijk Christus verklaart Matth. 19:28, en Joh. 17:5, enz., en Paulus, Rom. 8:17; 1 Cor. 6:2,3.Vers 22 Die oren heeft, die hore, wat de Geest tot de Gemeenten zegt.

Lees heel Openbaring 3

Advertentie

Steun het werk — als dank leest u zonder advertenties.

De dagtekst, elke ochtend

Elke ochtend één kerntekst uit de Statenvertaling in uw mailbox, met een psalmvers om te zingen. Bekijk de dagtekst van vandaag.

Geen spam en afmelden kan altijd.

Dank u. Controleer uw e-mail om de aanmelding te bevestigen.