Advertentie

Openbaring 22:1-5

5 verzen · 17 kanttekeningen · Statenvertaling

De stroom van levend water

Vers 1 En hij toonde mij een zuivere rivier van het water des levens, klaar als kristal, voortkomende uit den troon Gods, en des Lams.1 een zuivere rivier Hetgeen hier van deze rivier en den boom des levens verhaald wordt, is genomen bij gelijkenis van het paradijs, Gen. 2:10, en van het vernieuwde Jeruzalem; Ezech. 47:1, enz. En door deze rivier van het water des levens wordt verstaan de eeuwigdurende gelukzaligheid, die door de werking van den Heiligen Geest, en het aanschouwen van Gods aanschijn bij de uitverkorenen in het toekomende leven, altijd overvloedig, vers en zuiver zal wezen en blijven. Zie hiervan ook Joh. 4:14, en Joh. 7:38, en hiervoor Openb. 2:7.2 uit den troon Dat is, uit het heerlijk aanschouwen van het aanschijn van God en van Jezus Christus. Zie Ps. 16:11; 1 Cor. 13:12; 1 Thess. 4:17; 1 Joh. 3:2.Vers 2 In het midden van haar straat en op de ene en de andere zijde der rivier was de boom des levens, voortbrengende twaalf vruchten, van maand tot maand gevende zijne vrucht; en de bladeren des booms waren tot genezing der heidenen.3 straat en Of plein, markt, gelijk Openb. 21:21.4 op de ene en Niet dat daar vele bomen gezien zijn, dewijl Christus deze boom des levens alleen is, maar dat zijn wortelen van onderen, en zijn takken van boven, langs de gehele rivier zich uitstrekken, gelijk hiervoren Openb. 2:7 te zien is; zie daar de nadere verklaring.5 de boom des levens, Grieks het hout.6 twaalf vruchten, Dat is, de levendmakende kracht van Christus' verdiensten en Geest, die al het jaar door, dat is, in der eeuwigheid vers en krachtig is, om dit geestelijk leven, en deze zalige verkwikking voor de twaalf geslachten van het Israël Gods zonder enige verzwakking of verslapping, altijd te onderhouden.7 de bladeren des Dit is ook genomen uit Ezech. 47:12; niet dat in dit eeuwige leven enige gebreken meer zullen zijn, maar dat de genezing van al de gebreken, die door Christus' verdiensten en Geest hier is geschied, aldaar in der eeuwigheid door deze kracht zal behouden en ongedeerd bewaard worden, niet alleen voor de Israëlieten, maar ook voor alle gelovige volken.8 der heidenen. Namelijk die zalig geworden zijn, gelijk hiervoor Openb. 21:24,26 is gesproken.Vers 3 En geen vervloeking zal er meer tegen iemand zijn; en de troon Gods en des Lams zal daarin zijn, en Zijn dienstknechten zullen Hem dienen;9 geen vervloeking Of geen verbanning; dat is, niet der vervloeking waardig, gelijk Openb. 21:27, niets onreins, of dat onreinheid doet. En dit schijnt ook genomen uit Zach. 14:11, waar van de tijden van het Nieuwe Testament zulks wordt voorzegd; dat evenwel ten volle niet zou geschieden, dan als Christus Zijn dorsvloer zal hebben gezuiverd, en al het kaf in het vuur zal hebben geworpen, Matth. 3:12 en Matth. 13:40, enz.10 de troon Gods en Dat is, de heerlijkheid Gods en van Jezus Christus, als waar God en mens, zal die vervullen. Zie Openb. 21:22,23.11 Zijn dienstknechten Namelijk zo engelen als zalige mensen. Zie Openb. 7:15.12 zullen Hem dienen. Dat is, rondom Zijn troon bereid staan om Hem te loven en te prijzen, en Zijn bevelen te gehoorzamen.Vers 4 En zullen Zijn aangezicht zien, en Zijn Naam zal op hun voorhoofden zijn.13 Zijn aangezicht Dat is, Zijn majesteit en heerlijkheid, om deze deelachtig te zijn; gelijk van de engelen gezegd wordt, Matth. 18:10, en van alle gelukzaligen in den hemel; Matth. 5:8; 1 Joh. 3:2.14 Zijn Naam zal Namelijk als hem toebehorende en eigen zijnde en daarvan openlijk belijdenis doende; gelijk ook de hogepriester in het Oude Testament op zijn voorhoofd een gouden plaat droeg, waarop geschreven was: de heiligheid des Heeren. Zie hiervan nadere verklaring Openb. 3:12, en Openb. 14:1.Vers 5 En aldaar zal geen nacht zijn, en zij zullen geen kaars noch licht der zon van node hebben; want de Heere God verlicht hen; en zij zullen als koningen heersen in alle eeuwigheid.15 aldaar zal geen Zie Openb. 21:23,25.16 zij zullen als Want, hoewel alle gelovigen hier ook koningen en priesters zijn, Openb. 1:6, nochtans zullen zij eerst volkomen als koningen heersen, wanneer al hun vijanden en de dood zelf onder hun voeten zijn gebracht, en God in hen zal zijn alles in allen. Zie Rom. 16:20; 1 Cor. 15:28.17 in alle eeuwigheid. Grieks in de eeuwigheden der eeuwigheden.

Lees heel Openbaring 22

Advertentie

Steun het werk — als dank leest u zonder advertenties.

De dagtekst, elke ochtend

Elke ochtend één kerntekst uit de Statenvertaling in uw mailbox, met een psalmvers om te zingen. Bekijk de dagtekst van vandaag.

Geen spam en afmelden kan altijd.

Dank u. Controleer uw e-mail om de aanmelding te bevestigen.