De vrouwe en de draak
Vers 1 En er werd een groot teken gezien in den hemel; namelijk een vrouw, bekleed met de zon; en de maan was onder haar voeten, en op haar hoofd een kroon van twaalf sterren;1 er werd Hier begint het vierde gezicht, en het wordt door velen daarvoor gehouden, dat hier ook het tweede deel dezer openbaring begint, waarin de Kerk van Christus, van der apostelen tijden aan tot het einde der wereld, en de opkomst en heerschappij van den antichrist, met zijn eindelijken val, wat nader en breder wordt beschreven, nadat zulks in het kort in de voorgaande gezichten was gedaan.2 een groot teken Dat is, een gezicht dat grote dingen betekende, dat daarom in den hemel wordt gezegd gezien te zijn, omdat zulks in den geopenden hemel is vertoond, hoewel de zaken zelf meest op de aarde geschied zijn.3 [namelijk] een vrouw, Door deze vrouw verstaan enigen de maagd Maria, die Christus heeft gebaard, en met Christus in Egypte is gevlucht, welken Christus de satan tot den dood toe heeft vervolgd, die daarna is opgenomen ten hemel, en aldaar is gezeten ter rechterhand Gods Zijns Vaders, en met een ijzeren roede de volken regeert. Doch daar dit al geschied was, eer aan Johannes deze openbaring is gedaan, en hier eigenlijk van dingen, die nog toekomende waren, wordt geprofeteerd, gelijk Openb. 1:1, en Openb. 4:1, is betuigd, en hierna Openb. 22:6 verhaald wordt; en vele dingen hier op de maagd Maria niet wel kunnen geduld worden, zo verstaat het merendeel der uitleggers door deze vrouw de gemeente van Christus, die naar het voorbeeld van Christus, haar hoofd en bruidegom, deze dingen zijn overkomen, die hier onder deze gelijkenis verstaan worden, gelijk in het vervolg zal blijken.4 bekleed met de zon; Hierdoor wordt het ware geloof in Christus, de zon der gerechtigheid, betekend; waarmede de gemeente van Christus is bekleed, versierd en verlicht. Zie Gal. 3:27; Ef. 3:17, en Ef. 5:14.5 de maan was onder Hierdoor verstaan enigen de plechtigheden van het Oude Testament, die naar de verandering van de maan zeer dikwijls werden gericht, en die nu met Christus' komst waren krachteloos geworden en teniet gedaan; Col. 2:14. Doch hierdoor worden geschikt verstaan alle veranderlijke en wereldse dingen, die als de maan dikwijls veranderen, en die de ware Kerk van Christus onder de voeten heeft, en ten opzichte van de eeuwige, onveranderlijke, en hemelse dingen, klein acht. Zie 1 Cor. 7:30,31, en 2 Cor. 4:18.6 een kroon van Dat is, de leer der twaalf apostelen, waar zij alleen van roemt, en die zij voor hare kroon en versiering houdt, gelijk hierna Openb. 21 de fondamenten van het hemelse Jeruzalem bij twaalf kostelijke stenen worden vergeleken, waarop de namen der twaalf apostelen waren gegraveerd.Vers 2 En zij was zwanger, en riep, barensnood hebbende, en zijnde in pijn om te baren.7 zij was zwanger, Namelijk om Christus, door het Evangelie te baren en ene gedaante te geven in de harten der uitverkorenen Gods, door de gehele wereld, gelijk Paulus spreekt Gal. 4:19. Hetwelk, hoewel het van de algemene Kerk altijd waar is, zo is dit nochtans inzonderheid vervuld ten tijde, en enige honderden jaren na de tijden der apostelen, in welke de apostolische en eerste Kerk, niettegenstaande den wederstand van den satan en van al zijn werktuigen, de leer van Christus door de wereld heeft voortgeplant en vele bijzondere Kerken als hare kinderen te voorschijn gebracht, gelijk Paulus daarvan schreef Gal. 4:26,27, uit Jes. 54:1.8 zijnde in pijn Dit wordt hier bijgevoegd, om de grote zorg, pijnen en angst, die de Kerk van Christus en haar getrouwe dienaars, menigmaal hebben, om de kinderen Gods te winnen en uit de wereld te vergaderen. Waarvan zie een voorbeeld in Paulus; 1 Cor. 4:11, enz.Vers 3 En er werd een ander teken gezien in den hemel; en ziet, er was een grote rode draak, hebbende zeven hoofden, en tien hoornen, en op zijn hoofden zeven koninklijke hoeden.9 er was een grote rode Dat deze draak de duivel of satan is, wordt hierna Openb. 12:9 verklaard, en hij wordt hier groot en rood genoemd vanwege zijn bloedgierigheid en wreedheid, welke hier zeven hoofden worden toegeschreven vanwege zijn grote listigheid; en tien hoornen en zeven kronen vanwege zijn grote kracht en heerschappij in de wereld, gelijk de Schrift van hem spreekt, Joh. 8:44; 2 Cor. 11:3,14; Ef. 6:12. Hoewel ook enigen door deze zeven hoofden verstaan, de zeven bergen, en zeven koningen der grote stad, waar de satan toen vooral zijn heerschappij had, en door de tien hoornen en de tien kronen, de tien voornaamste rijken, die onder hun gebied stonden. Waarvan hierna, Openb. 17:9,10 zal gesproken worden.10 koninklijke hoeden. Grieks Diademata, waarvan zie Openb. 13:1.Vers 4 En zijn staart trok het derde deel der sterren des hemels, en wierp die op de aarde. En de draak stond voor de vrouw, die baren zou, opdat hij haar kind zou verslinden, wanneer zij het zou gebaard hebben.11 zijn staart trok Gelijk Openb. 1:20 verklaard is, dat de zeven sterren de zeven engelen der gemeenten zijn, zo kan ook hier geschikt het derde deel der leraars of voorgangers der gemeente verstaan worden, die door den staart, dat is door de kracht en venijnigheid van dezen draak, in den tijden der vervolgingen en der ketterijen, waarvan hiervoren Openb. 6:3, enz. is geprofeteerd, van de rechte leer en ware geestelijke zorg der Kerk, tot wereldse zorg, zouden afvallen, gelijk hiervoren Openb. 9:1 is aangewezen, en gelijk de kerkelijke geschiedenis getuigt, dat in zulke tijden soms geschied is.Vers 5 En zij baarde een mannelijken zoon, die al de heidenen zou hoeden met een ijzeren roede; en haar kind werd weggerukt tot God en Zijn troon.12 zij baarde een mannelijken Grieks zij baarde een zoon, een man, of manneken. Sommigen verstaan hierdoor, gelijk ook door den volgenden strijd van Michaël tegen den draak, Constantijn, den eersten christelijken keizer, die voor de christen-kerk, na drie honderd jaren vervolging, is te voorschijn gebracht, en na vele oorlogen en overwinningen over de dienaars der afgoden en van den draak, eindelijk het Romeinse rijk onder het gebied der christenen heeft gebracht, en de christen-kerk boven alle andere heeft verheerlijkt en tot aan den hemel verheven. Welke verklaring zeer oud is, daar Constantijn zelf dit gezicht daarom in zijn wapen heeft gevoerd, nadat hij Maximianu, Maxentius, Licinius en andere vijanden en vervolgers der christenen, met hunnen legers had overwonnen, en den afgodendienst uit het Romeinse rijk had geweerd. Doch daar hier van dit mannelijk kind, en hierna van dezen Michaël en draak vele dingen worden gezegd, die zeer bezwaarlijk alleen op Constantijn en de zijnen kunnen geduld worden, zo is het wel zo gevoegelijk dat dit ook van Christus zelf worde genomen, en van zijn geestelijke geboorte door de gehele wereld in het hart en in de belijdenis der gelovigen, door den dienst der Kerk, gelijk hiervoor op Openb. 12:2 is aangewezen; tegen welken Christus en zijn geestelijke geboorte de satan zich met alle geweld en list heeft gesteld, zo door de vervolgingen der Joden en heidenen, als door verscheidene godslasterlijke ketterijen, die hij den persoon en de voldoening van Christus onder de christenen heeft verwekt. Hoewel Christus, nu zittende ter rechterhand Gods, als het hoofd der uitverkorenen, altijd de overhand heeft behouden, en in Zijn troon altijd is gebleven.13 de heidenen zou Of volken.14 hoeden met een Grieks weiden.Vers 6 En de vrouw vluchtte in de woestijn, alwaar zij een plaats had, haar van God bereid, opdat zij haar aldaar zouden voeden duizend tweehonderd zestig dagen.15 En de vrouw vluchtte Sommigen verstaan deze vlucht der Kerk van Christus van den schuldigen plicht van alle gelovigen, wanneer zij Christus in hun hart hebben ontvangen, en met Hem gezeten zijn in den hemel, gelijk Paulus van hen spreekt, Ef. 2:6; namelijk dat zij de wereld moeten vlieden, en zoeken hetgeen boven is, en niet dat beneden is, Col. 3:1,2; maar dewijl deze schuldige plicht der Kerk van Christus altijd duurt, en hier alleen van een zekeren tijd wordt gesproken, zo wordt het door anderen wel zo goed genomen voor een voorbereiding tot dezelfde vlucht dezer vrouw, waarvan hierna Openb. 12:13 nader zal worden gesproken. Welke voorbereiding zelfs ten tijde van Constantijn door de Ariaanse en andere ketterijen, en door den hoogmoed en heerszucht van vele bisschoppen en andere wereldse handelingen onder hen in de Kerk is begonnen, die het antichristendom allengskens hebben gebroeid, totdat het omtrent het jaar 606, eindelijk is te voorschijn gebracht; gelijk elders ook is aangeroerd; en zij menen, dat dit hier maar wordt aangeroerd, om de oorzaak van deze vlucht tussen beiden te verhalen, en breder daarvan hierna te spreken; hetwelk ook door de overeenkomst van den tijd in Openb. 12:6 met Openb. 12:14 wordt bewezen.16 alwaar zij een plaats had, Namelijk van God door de afmeting van den tempel en uitsluiting der voorhoven, waarvan tevoren, Openb. 11:1, gesproken is, gelijk de overeenkomst der twaalf honderd zestig dagen alhier, en der twee en veertig maanden aldaar, Openb. 11:3, ook medebrengt.17 opdat zij haar aldaar Anders: dat zij daar zou gevoed worden; namelijk van de twee getuigen, die daartoe van God waren uitgezonden, om de gemeente Gods, gedurende deze tijd, in de woestijn te onderhouden; hetwelk ook ziet op hetgeen in Openb. 11is geprofeteerd. Want, dat enigen dit willen verstaan van de vlucht der christenen uit Jeruzalem en uit het Joodse land naar Pella over den Jordaan, ten tijde van de belegering van Jeruzalem, en verwoesting van het heilige land, die omtrent drie en een half jaar zou hebben geduurd, past op deze openbaring niet, omdat deze verwoesting ten tijde dezer openbaring al geschied was, en dat hier van langeren tijd gesproken wordt, gelijk hiervoor is aangewezen, en hierna nog aangewezen zal worden.