Numeri 34:16-29
Benoeming van hen, die het land verdelen zullen
Vers 16 Voorts sprak de Heere tot Mozes, zeggende:Vers 17 Dit zijn de namen der mannen, die ulieden het land ten erve zullen uitdelen: Eleazar, de priester, en Jozua, de zoon van Nun.Vers 18 Daartoe zult gij uit elken stam een overste nemen, om het land ten erve uit te delen.Vers 19 En dit zijn de namen dezer mannen: van den stam van Juda, Kaleb, zoon van Jefunne;Vers 20 En van den stam der kinderen van Simeon, Semuel, zoon van Ammihud;Vers 21 Van den stam van Benjamin, Elidad, zoon van Chislon;Vers 22 En van den stam der kinderen van Dan, de overste Bukki, zoon van Jogli;Vers 23 Van de kinderen van Jozef: van den stam der kinderen van Manasse, de overste Hanniel, zoon van Efod;Vers 24 En van den stam der kinderen van Efraim, de overste Kemuel, zoon van Siftan;Vers 25 En van den stam der kinderen van Zebulon, de overste Elizafan, zoon van Parnach;Vers 26 En van den stam der kinderen van Issaschar, de overste Paltiel, zoon van Azzan;Vers 27 En van den stam der kinderen van Aser, de overste Achihud, zoon van Selomi;Vers 28 En van den stam der kinderen van Nafthali, de overste Pedael, zoon van Ammihud.Vers 29 Dit zijn ze, dien de Heere geboden heeft, den kinderen Israels de erfenissen uit te delen, in het land Kanaan.