Jozua als opvolger van Mozes aangewezen
Vers 12 Daarna zeide de Heere tot Mozes: Klim op dezen berg Abarim, en zie dat land, hetwelk Ik den kinderen Israëls gegeven heb.13 Abarim, De HEERE wijst hem een berg van het gebergte Abarim. Aan dit gebergte is geweest de een en veertigste en de voorlaatste rustplaats van de kinderen Israëls reizende naar het beloofde land, mitsgaders de berg Nebo, op welken Mozes stierf; Deut. 32:49,50 en Deut. 34:1,5.Vers 13 Wanneer gij dat gezien zult hebben, dan zult gij tot uw volken verzameld worden, gij ook, gelijk als uw broeder Aäron verzameld geworden is;14 tot uw volken verzameld worden, Zie Gen. 15:5, en Gen. 25:8.Vers 14 Naardien gijlieden Mijn mond wederspannig zijt geweest in de woestijn Zin, in de twisting der vergadering, om Mij aan de wateren voor hun ogen te heiligen. Dat zijn de wateren van Meriba, van Kades, in de woestijn Zin.15 Zin, Hebreeuws, Tsin.16 heiligen. Wij heiligen God als wij van Zijn heiligheid en al Zijn goddelijke deugden en werken recht gevoelen, met eerbied spreken, en met onze werken oorzaak geven, dat Zijn naam geprezen en groot gemaakt wordt; Lev. 22:2, alzo boven, Num. 20:12; Jes. 8:13, en Jes. 29:23.17 Meriba, Dat is, der twisting, en worden door aanwijzing der plaatsen onderscheiden van het twistwater te Rafidim, waar zij door ongeloof tegen den HEERE niet gezondigd hadden; Exod. 17:7.Vers 15 Toen sprak Mozes tot den Heere, zeggende:Vers 16 Dat de Heere, de God der geesten van alle vlees, een man stelle over deze vergadering.18 de God der geesten van alle vlees, Dat is, die de zielen aller mensen geschapen heeft en daarin de gaven uitstort, zowel der natuur als der genade, die hun nodig zijn tot uitvoering hunner beroeping. Zie boven, Num. 16:22.Vers 17 Die voor hun aangezicht uitga, en die voor hun aangezicht inga, en die hen uitleide, en die hen inleide; opdat de vergadering des Heeren niet zij als schapen, die geen herder hebben.19 voor hun aangezicht uitga, Dat is, die de werken zijner beroeping in huis en buitenshuis in alle gelegenheid trouwelijk waarneme en kloekelijk uitvoere. Zie Deut. 28:6, en Deut. 31:2 met de aantekeningen.20 uitleide, Dat is, die de gemeente door zijn autoriteit gebiede en geleide, en trouwelijk regere, en voorsta, ten einde ieder, naar zijn beroeping, zijn behoorlijken plicht doe, en zo in het geestelijke als in het lichamelijke welvare.Vers 18 Toen zeide de Heere tot Mozes: Neem tot u Jozua, den zoon van Nun, een man, in wien de Geest is; en leg uw hand op hem;21 de Geest is; Te weten, die hem nodig is in zulk een zware regering, als de Geest van de vreze des HEEREN, der wijsheid, der sterkte, der gerechtigheid, des gedulds, der matigheid; welke gaven van mijn Geest voortkomen.22 leg uw hand op hem; Door deze ceremonie moest hij Gode toegeheiligd en overgegeven zijn, om zijn ambt getrouwelijk te bedienen, en daartoe de nodige gaven ontvangen. Zie van het onderscheiden gebruik dezer ceremonie Gen. 48:14; Lev. 1:4; Num. 8:10.Vers 19 En stel hem voor het aangezicht van Eleazar, den priester, en voor het aangezicht der ganse vergadering; en geef hem bevel voor hun ogen;23 bevel voor hun ogen; Te weten, van hetgeen hij in de uitvoering van zijn ambt doen of laten moet.Vers 20 En leg op hem van uw heerlijkheid, opdat zij horen, te weten de ganse vergadering der kinderen Israëls.24 leg op hem Vergelijk boven, Num. 11:17, en de aantekeningen er op.25 heerlijkheid, Versta hierdoor, niet alleen den uiterlijken luister der hoogheid en des aanziens, maar inzonderheid de inwendige versiering en waardigheid van het ambt.26 horen, Dat is, hem gehoorzaam zijn.Vers 21 En hij zal voor het aangezicht van Eleazar, den priester, staan, die voor hem raad vragen zal, naar de wijze van Urim, voor het aangezicht des Heeren; naar zijn mond zullen zij uitgaan, en naar zijn mond zullen zij ingaan, hij, en al de kinderen Israëls met hem, en de ganse vergadering.27 van Urim, Zie hiervan Exod. 28:30; Lev. 8:8. Hierdoor werd God over twijfelachtige en zeer gewichtige zaken extra-ordinair raad gevraagd. Zie boven de aantekeningen Num. 27:5; maar anders moesten ordinairlijk de oversten zich houden aan het geschreven woord en den geopenbaarden wil van God, Deut. 17:19; Joz. 1:7,8.28 naar zijn mond Dat is, naar het bevel en voorschrift des HEEREN zullen zij ook in hun beroeping hun schuldigen plicht doen. Vergelijk boven de aantekeningen op Num. 27:17.Vers 22 En Mozes deed, gelijk als de Heere hem geboden had; want hij nam Jozua, en stelde hem voor het aangezicht van Eleazar, den priester, en voor het aangezicht der ganse vergadering.Vers 23 En hij leide zijn handen op hem, en gaf hem bevel; gelijk als de Heere door den dienst van Mozes gesproken had.29 hij legde zijn handen op hem, Zie boven, Num. 27:18.30 den dienst van Mozes Hebreeuws, door de hand.