Advertentie

Numeri 21:1-9

9 verzen · 16 kanttekeningen · Statenvertaling

De koperen slang

Vers 1 Als de Kanaäniet, de koning van Harad, wonende tegen het zuiden, hoorde, dat Israël door den weg der verspieders kwam, zo streed hij tegen Israël, en hij voerde enige gevangenen uit denzelven gevankelijk weg.1 Harad, Harad schijnt te wezen de stad, waar deze koning zijn zetel had. Zie Joz. 12:14. Anderen menen dat Harad geweest is de naam diens konings.2 het zuiden, Te weten, van het land Kanaän, waarheen de verspieders getrokken waren, Num. 13:17. Zie ook Num. 33:40.3 Israël door den weg der verspieders kwam, Dat is, door den weg, dien de verspieders, welken Mozes uitgezonden had, gereisd waren. Sommigen houden Atharim [hetwelk hier is overgezet verspieders] voor den naam van een zekere plaats.Vers 2 Toen beloofde Israël den Heere een gelofte, en zeide: Indien Gij dit volk geheel in mijn hand geeft, zo zal ik hun steden verbannen.4 verbannen. Dat is, ik zal hen voor mij, of tot ons voordeel niet houden, maar ik zal hen u heiligen, of u ter ere verdelgen. Zie Jos. 6:17,19,21,24, en Lev. 27:28,29.Vers 3 De Heere dan verhoorde de stem van Israël, en gaf de Kanaänieten over; en hij verbande hen en hun steden; en hij noemde den naam dier plaats Horma.5 gaf de Kanaänieten over; Te weten, in zijne hand, gelijk Num. 21:2.6 verbande hen en hun steden; Dit is niet volkomenlijk geschied ten tijde van Mozes, maar door Jozua. Zie Joz. 12:14, en Richt. 1:16,17.7 hij noemde den naam dier plaats Te weten, Israël, dat is, de Israëlieten.8 Horma. Dat is, verbanning.Vers 4 Toen reisden zij van den berg Hor, op den weg der Schelfzee, dat zij om het land der Edomieten heentogen; doch de ziel des volks werd verdrietig op dezen weg.9 Schelfzee, Zie Exod. 13:18.10 werd verdrietig Hebreeuws, werd verkort. Zie Richt. 10:16.11 op dezen weg. Of, vanwege dezen weg.Vers 5 En het volk sprak tegen God en tegen Mozes: Waarom hebt gijlieden ons doen optrekken uit Egypte, opdat wij sterven zouden in de woestijn? Want hier is geen brood, ook geen water, en onze ziel walgt over dit zeer lichte brood.12 dit zeer lichte brood. Aldus noemt dit volk het hemelse brood.Vers 6 Toen zond de Heere vurige slangen onder het volk, die beten het volk; en er stierf veel volks van Israël.13 vurige slangen onder het volk, Hebreeuws, brandende. Alzo genoemd omdat zij den mensen, die zij beten, dodelijken brand en volgens dien groten dorst aanbrachten.Vers 7 Daarom kwam het volk tot Mozes, en zij zeiden: Wij hebben gezondigd, omdat wij tegen den Heere en tegen u gesproken hebben; bid den Heere, dat Hij deze slangen van ons wegneme. Toen bad Mozes voor het volk.Vers 8 En de Heere zeide tot Mozes: Maak u een vurige slang, en stel ze op een stang; en het zal geschieden, dat al wie gebeten is, als hij haar aanziet, zo zal hij leven.14 een vurige slang, Num. 21:9 wordt zij genoemd een koperen slang. De zin dezer woorden is: maak een koperen slang, die de vurige gelijk zij.15 stang; Of, staak, spar. Anders, tot een teken, of op een banier.16 zo zal hij leven. Dat is, hij zal genezen worden en het leven behouden.Vers 9 En Mozes maakte een koperen slang, en stelde ze op een stang; en het geschiedde, als een slang iemand beet, zo zag hij de koperen slang aan, en hij bleef levend.

Lees heel Numeri 21

Advertentie

Steun het werk — als dank leest u zonder advertenties.

De dagtekst, elke ochtend

Elke ochtend één kerntekst uit de Statenvertaling in uw mailbox, met een psalmvers om te zingen. Bekijk de dagtekst van vandaag.

Geen spam en afmelden kan altijd.

Dank u. Controleer uw e-mail om de aanmelding te bevestigen.