Advertentie

Numeri 20:14-21

8 verzen · 12 kanttekeningen · Statenvertaling

De Edomieten weigeren Mozes den doortocht

Vers 14 Daarna zond Mozes boden uit Kades tot den koning van Edom, welke zeiden: Alzo zegt uw broeder Israël: Gij weet al de moeite, die ons ontmoet is;22 Edom,, broeder Israël: Edom, of Ezau, en Jakob, of Israël, zijn gebroeders geweest; die hier tot elkander spreken, zijn derzelver nakomelingen geweest.23 die ons ontmoet is; Hebreeuws, die ons gevonden heeft.Vers 15 Dat onze vaders naar Egypte afgetogen zijn, en wij in Egypte vele dagen gewoond hebben; en dat de Egyptenaars aan ons en onze vaderen kwaad gedaan hebben.24 vele dagen gewoond hebben; Dat is, lange tijd.Vers 16 Toen riepen wij tot den Heere, en Hij hoorde onze stem, en Hij zond een Engel, en Hij leidde ons uit Egypte; en ziet, wij zijn te Kades, en stad aan het uiterste uwer landpale.Vers 17 Laat ons toch door uw land trekken; wij zullen niet trekken door den akker, noch door de wijngaarden, noch zullen het water der putten drinken; wij zullen den koninklijken weg gaan, wij zullen niet afwijken ter rechter hand noch ter linkerhand, totdat wij door uw landpalen zullen getrokken zijn.25 uw land trekken; Dit was hun toen de naaste weg naar het land Kanaän.26 putten niet drinken; Te weten, zonder dat te betalen gelijk Num. 20:19.27 koninklijken weg gaan, Hebreeuws, des konings weg. Anders, de landstraat, of, den herenweg.Vers 18 Doch Edom zeide tot hem: Gij zult door mij niet trekken, opdat ik niet misschien met het zwaard uitga u tegemoet!28 tot hem: Te weten, tot Mozes, of tot Israël.29 door mij niet trekken, Dat is, door mijn land, gelijk er Num. 20:17 staat. Zie dergelijke manier van spreken, Deut. 2:30; Rom. 15:28.30 met het zwaard uitga Dat is, gewapender hand.Vers 19 Toen zeiden de kinderen Israëls tot hem: Wij zullen door den gebaanden weg optrekken, en indien wij van uw water drinken, ik en mijn vee, zo zal ik deszelfs prijs daarvoor geven; ik zal alleenlijk, zonder iets anders, te voet doortrekken.31 zo zal ik deszelfs prijs daarvoor geven; Dit heeft God te doen bevolen, Deut. 2:6,7.Vers 20 Doch hij zeide: Gij zult niet doortrekken! En Edom is hem tegemoet uitgetrokken, met een zwaar volk, en met een sterke hand.Vers 21 Alzo weigerde Edom Israël toe te laten door zijn landpale te trekken; daarom week Israël van hem af.32 Israël De Israëlieten.33 daarom week Israël van hem af. Dit deden de Israëlieten op het bevel Gods, Deut. 2:4,5, onaangezien de weg, dien zij daarna door de woestijn passeerden, hun zeer moeilijk en zwaar viel; Num. 21:4,5.

Lees heel Numeri 20

Advertentie

Steun het werk — als dank leest u zonder advertenties.

De dagtekst, elke ochtend

Elke ochtend één kerntekst uit de Statenvertaling in uw mailbox, met een psalmvers om te zingen. Bekijk de dagtekst van vandaag.

Geen spam en afmelden kan altijd.

Dank u. Controleer uw e-mail om de aanmelding te bevestigen.