Advertentie

Numeri 11:16-25

10 verzen · 20 kanttekeningen · Statenvertaling

Verkiezing der zeventig oudsten

Vers 16 En de Heere zeide tot Mozes: Verzamel Mij zeventig mannen uit de oudsten van Israël, dewelke gij weet, dat zij de oudsten des volks en deszelfs ambtlieden zijn; en gij zult hen brengen voor de tent der samenkomst, en zij zullen zich daar bij u stellen.21 de oudsten van Israël, Zie van dezen Exod. 3:16, en Lev. 4:15.22 dat zij de oudsten des volks Dat is, die in hun beroeping niet alleen den naam, maar ook de daad hebben.23 ambtlieden zijn; Versta, officieren en bevelhebbers. Vergelijk Exod. 5:6; Deut. 16:18.24 brengen voor de tent der samenkomst, Hebreeuws, nemen; dat is, genomen, of uitgekoren hebbende, brengen.Vers 17 Zo zal Ik afkomen en met u aldaar spreken; en van den Geest, die op u is, zal Ik afzonderen, en op hen leggen; en zij zullen met u den last van dit volk dragen, opdat gij dien alleen niet draagt.25 afkomen Menselijkerwijze van God gesproken; zie Gen. 11:5, en Gen. 35:13, met de aantekeningen; alzo onder, Num. 11:25, en Num. 12:5.26 van den Geest, Dat is, van dezelfde gaven des Geestes, en dat zonder verkorting van de gaven van Mozes. Het woord Geest wordt dikwijls voor de gaven des Geestes gebruikt; gelijk onder, Num. 27:18; Ps. 51:14; Joël. 2:28; Joh. 7:39, enz.Vers 18 En tot het volk zult gij zeggen: Heiligt u tegen morgen, en gij zult vlees eten; want gij hebt voor de oren des Heeren geweend, zeggende: Wie zal ons vlees te eten geven? want het ging ons wel in Egypte! Daarom zal de Heere u vlees geven, en gij zult eten.27 Heiligt u tegen morgen, Zie Lev. 11:44.28 ging ons wel in Egypte! Hebreeuws, ons was wel, of goed.Vers 19 Gij zult niet een dag, noch twee dagen eten, noch vijf dagen, noch tien dagen, noch twintig dagen;Vers 20 Tot een gehele maand toe, totdat het uit uw neus uitga, en u tot walging zij; overmits gij den Heere, Die in het midden van u is, verworpen hebt, en hebt voor Zijn aangezicht geweend, zeggende: Waarom nu zijn wij uit Egypte getogen?29 gehele maand toe, Hebreeuws, maand der dagen; dat is, een volle maand, hebbende al haar dagen. Zie Gen. 29:14, en alzo in Num. 11:21.30 nu zijn wij uit Egypte getogen? Anders, dus, of herwaarts.Vers 21 En Mozes zeide: Zeshonderd duizend te voet is dit volk, in welks midden ik ben; en Gij hebt gezegd: Ik zal hun vlees geven, en zij zullen een gehele maand eten!31 Zeshonderd duizend te voet Boven, Num. 1:46, worden bij dit getal nog gevoegd drie duizend vijf honderd en vijftig. Waaruit het schijnt, dat van die telling af het getal nu verminderd was, of dat het Mozes hier genoeg is geweest, het even getal voor het oneven te gebruiken; gelijk men hetzelfde ook vindt Exod. 12:37. Vergelijk Gen. 15:13, en zie de aantekeningen.32 de gehele maand eten! Hebreeuws, een maand der dagen.Vers 22 Zullen dan voor hen schapen en runderen geslacht worden, dat voor hen genoeg zij? zullen al de vissen der zee voor hen verzameld worden, dat voor hen genoeg zij?33 genoeg zij? Hebreeuws, opdat het voor hen vinde; te weten vlees, waarmede het verzadigd worde. Het Hebreeuwse woord betekent eigenlijk vinden, maar voor genoeg zijn wordt het hier genomen, als ook Joz. 17:16; Richt. 21:14.Vers 23 Doch de Heere zeide tot Mozes: Zou dan des Heeren hand verkort zijn? Gij zult nu zien, of Mijn woord u wedervaren zal, of niet.34 hand verkort zijn? Dat is, zijn vermogen te klein, dat Hij niet zou kunnen volbrengen hetgeen Hij gesproken heeft.Vers 24 En Mozes ging uit, en sprak de woorden des Heeren tot het volk; en hij verzamelde zeventig mannen uit de oudsten des volks, en stelde hen rondom de tent.35 verzamelde zeventig mannen Gelijk God bevolen had boven, Num. 11:16, hoewel twee hunner achterbleven; onder, Num. 11:26.36 tent. Te weten, der samenkomst. Zie boven, Num. 11:16.Vers 25 Toen kwam de Heere af in de wolk, en sprak tot hem, en afzonderende van den Geest, die op hem was, legde Hem op de zeventig mannen, die oudsten; en het geschiedde, als de Geest op hen rustte, dat zij profeteerden, maar daarna niet meer.37 in de wolk, Te weten, die den tabernakel bedekte; Exod. 40:38. Anders, in een wolk. Deze was een teken van Gods majesteit en tegenwoordige verschijning. Alzo onder, Num. 12:5.38 Geest, die op hem was, Zie boven, Num. 11:17.39 zij profeteerden, Dit woord betekent hier, door de ingeving des Heiligen Geestes, de grote deugden en daden Gods uitspreken en verkondigen. Zie dit woord in zulk een zin 1 Sam. 10:5,6; Joël. 2:28; Hand. 2:17.40 daarna niet meer. Te weten, profeteerden zij niet meer, zijnde dit zichtbaar teken voor eens genoeg, om in den dienst, waartoe zij geroepen waren, in zichzelven verzekerd en voor het volk bevestigd te worden: gelijk ook daarna aan Saul geschied is; 1 Sam. 10:6,10,13. Anderen: en hielden niet op, te weten, te profeteren; dat is, van dien dag aan begaf hun de Geest de profetie niet.

Lees heel Numeri 11

Advertentie

Steun het werk — als dank leest u zonder advertenties.

De dagtekst, elke ochtend

Elke ochtend één kerntekst uit de Statenvertaling in uw mailbox, met een psalmvers om te zingen. Bekijk de dagtekst van vandaag.

Geen spam en afmelden kan altijd.

Dank u. Controleer uw e-mail om de aanmelding te bevestigen.