Ezra leest de wet voor
Vers 1 (8:2) Zo verzamelde zich al het volk als een enig man op de straat voor de Waterpoort; en zij zeiden tot Ezra, den schriftgeleerde, dat hij het boek der wet van Mozes zou halen, die de Heere Israël geboden had.2 verzamelde Zie boven, Neh. 7:5.3 enig man Zie Richt. 20:1.4 Waterpoort; Zie boven, Neh. 3:26.5 Mozes Van Mozes door Gods bevel beschreven, overgeleverd en weggelegd zijnde, om op zekeren tijd het ganse volk voorgelezen te worden. Zie Deut. 31:9, enz., en Deut. 31:24, enz.Vers 2 (8:3) En Ezra, de priester, bracht de wet voor de gemeente, beiden mannen en vrouwen, en allen, die verstandig waren om te horen, op den eersten dag der zevende maand.6 beiden mannen Hebreeuws, van den man aan tot de vrouw toe.Vers 3 (8:4) En hij las daarin voor de straat, die voor de Waterpoort is, van het morgen licht aan tot op den middag, voor de mannen en vrouwen, en de verstandigen; en de oren des gansen volks waren naar het wetboek.7 oren Dat is, zij luisterden dien gansen tijd over naarstiglijk toe, zonder verdrietig te worden.Vers 4 (8:5) En Ezra, de schriftgeleerde, stond op een hogen houten stoel, dien zij tot die zaak gemaakt hadden, en nevens hem stond Mattithja, en Sema, en Anaja, en Uria, en Hilkia, en Maäseja, aan zijn rechterhand; en aan zijn linkerhand Pedaja, en Misael, en Malchia, en Hasum, en Hasbaddana, Zacharja en Mesullam.8 hogen houten stoel, Hebreeuws, op een toren des houts; dat is, op een houten toren, alzo wordt die predikstoel genoemd, omdat hij vanwege rondte en hoogte enig gelijkheid had met een toren.9 Hasbaddana, Of, Hasbedana.Vers 5 (8:6) En Ezra opende het boek voor de ogen des gansen volks, want hij was boven al het volk; en als hij het opende, stond al het volk.10 boven al het volk; Dat is, hij stond hoog, zodat zij hem allen konden zien.Vers 6 (8:7) En Ezra loofde den Heere, den groten God; en al het volk antwoordde: Amen, amen! met opheffing hunner handen, en neigden zich, en aanbaden den Heere, met de aangezichten ter aarde.11 loofde den HEERE, Hebreeuws, zegende.12 Amen, amen! Zie Num. 5:22.13 aanbaden Of, bogen zich voor den Heere; gelijk onder, Neh. 9:3.Vers 7 (8:8) Jesua nu, en Bani, en Serebja, Jamin, Akkub, Sabbethai, Hodia, Maäseja, Kelita, Azaria, Jozabad, Hanan, Pelaja, en de Levieten onderwezen het volk in de wet. En het volk stond op zijn standplaats.14 Levieten Hebbende ook hun stoelen of stellingen om de gemeente, in verscheidene partijen verdeeld zijnde, te onderwijzen; gelijk afgenomen wordt uit Neh. 9:4.15 stond Hebreeuws, [waren] op hun staan; dat is, bleven al staan op hun plaatsen, toeluisterende.Vers 8 (8:9) En zij lazen in het boek, in de wet Gods, duidelijk; en den zin verklarende, zo maakten zij, dat men het verstond in het lezen.16 verklarende, Hebreeuws, stellende, of leggende. Anders, het verstand daarop leggende. Verstaande zulks sommigen van de leraars, en sommigen van het volk.17 zo maakten zij, Anders, zo verstonden zij de lezing; dat is, hetgeen gelezen werd.18 in het lezen. Anders, in, of door de Schriftuur. Dewijl het Hebreeuwse woord ook de Heilige Schrift kan betekenen, omdat zij behoort gelezen te worden. Sommigen zetten het over: in de vergadering; gelijk het Hebreeuwse woord elders gebruikt wordt.Vers 9 (8:10) En Nehemia (dezelve is Hattirsatha) en Ezra, de priester, de schriftgeleerde, en de Levieten, die het volk onderwezen, zeiden tot al het volk: Deze dag is den Heere, uw God, heilig; bedrijft dan geen rouw, en weent niet; want al het volk weende, als zij de woorden der wet hoorden.19 Hattirsatha Zie Ezra 2:63.20 rouw, Want de heilige feesten waren van God verordineerd tot een heilige blijdschap over Gods weldaden. Zie Num. 10:10; Deut. 16:11.21 als zij Verstaande uit de wet, hoe veelvoudiglijk zij die hadden overtreden en Gods rechtvaardigen toorn verwekt.Vers 10 (8:11) Voorts zeide hij tot hen: Gaat, eet het vette, en drinkt het zoete, en zendt delen dengenen, voor welken niets bereid is, want deze dag is onzen Heere heilig; zo bedroeft u niet, want de blijdschap des Heeren, die is uw sterkte.22 voor welken Te weten, den armen, weduwen en wezen; volgens de wet, Deut. 16:11,14; zie ook Esth. 9:10; Openb. 11:10.23 uw sterkte. Dat is, de oorzaak, die u God geeft om blijde te zijn over zijn voorgaande en tegenwoordige weldaden, moet uwe conscientiën troosten en u een goeden moed geven.24 delen Gelijk Neh. 8:11.Vers 11 (8:12) En de Levieten stilden al het volk, zeggende: Zwijgt, want deze dag is heilig, daarom bedroeft u niet.Vers 12 (8:13) Toen ging al het volk henen om te eten, en om te drinken, en om delen te zenden, en om grote blijdschap te maken; want zij hadden de woorden verstaan, die men hun had bekend gemaakt.Vers 13 (8:14) En des anderen daags verzamelden zich de hoofden der vaderen van het ganse volk, de priesters en de Levieten, tot Ezra, den schriftgeleerde, en dat, om verstand te bekomen in de woorden der wet.25 om verstand Of, opdat hij hen onderrichtte, of onderwees; te weten, van hun schuldigen plicht naar Gods wet.