Bijdragen voor den tempelschat
Vers 70 Een deel nu van de hoofden der vaderen gaven tot het werk. Hattirsatha gaf tot den schat, aan goud, duizend drachmen, vijftig sprengbekkens, vijfhonderd en dertig priesterrokken.19 Een deel Tot hiertoe is het register [waarvan Ezra 2:2] wederhaald. Nu volgt wat onder Nehemia tot bevordering van den godsdienst, naar het goede exempel van Ezra, Ezra 2:68, enz. gedaan is.20 Hattirsatha Dat is, Nehemia zelf, gelijk onder, Neh. 8:10, en Neh. 10:1. Zie wijders Ezra 2:63.21 drachmen, Van drachmen en minen, zie Ezra 2:69.Vers 71 En anderen van de hoofden der vaderen gaven tot den schat des werks, aan goud, twintig duizend drachmen, en aan zilver, twee duizend en tweehonderd ponden.Vers 72 En wat de overigen des volks gaven, was aan goud, twintig duizend drachmen, en aan zilver, twee duizend mijnen, en zeven en zestig priesterrokken.Vers 73 En de priesters, en de Levieten, en de poortiers, en de zangers, en sommigen van het volk, en de Nethinim, en gans Israël, woonden in hun steden. (8:1) Als nu de zevende maand aankwam, en de kinderen Israëls in hun steden waren,1 zevende maand Zie Ezra 3:1.22 het volk, Zie Ezra 2:70.23 Israël, Dat uit de Babylonische gevangenis was wedergekeerd.