Nehemia 12:1-26
Register der priesters en Levieten
Vers 1 Dit nu zijn de priesters en de Levieten, die met Zerubbabel, den zoon van Sealthiel, en Jesua, optogen: Seraja, Jeremia, Ezra,Vers 2 Amarja, Malluch, Hattus,Vers 3 Sechanja, Rehum, Meremoth,Vers 4 Iddo, Ginnethoi, Abia,Vers 5 Mijamin, Maadja, Bilga,Vers 6 Semaja, en Jojarib, Jedaja,Vers 7 Sallu, Amok, Hilkia, Jedaja; dat waren de hoofden der priesteren, en hun broederen, in de dagen van Jesua.Vers 8 En de Levieten waren: Jesua, Binnui, Kadmiel, Serebja, Juda, Matthanja; hij en zijn broederen waren over de dankzeggingen.Vers 9 En Bakbukja, en Unni, hun broederen, waren tegen hen over in de wachten.Vers 10 Jesua nu gewon Jojakim, en Jojakim gewon Eljasib, en Eljasib gewon Jojada,Vers 11 En Jojada gewon Jonathan, en Jonathan gewon Jaddua.Vers 12 En in de dagen van Jojakim waren priesters, hoofden der vaderen: van Seraja was Meraja; van Jeremia, Hananja;Vers 13 Van Ezra, Mesullam; van Amarja, Johanan;Vers 14 Van Melichu, Jonathan; van Sebanja, Jozef;Vers 15 Van Harim, Adna; van Merajoth, Helkai;Vers 16 Van Iddo, Zacharia; van Ginnethon, Mesullam;Vers 17 Van Abia, Zichri; van Minjamin, van Moadja, Piltai;Vers 18 Van Bilga, Sammua; van Semaja, Jonathan;Vers 19 En van Jojarib, Matthenai; van Jedaja, Uzzi;Vers 20 Van Sallai, Kallai; van Amok, Heber;Vers 21 Van Hilkia, Hasabja; van Jedaja, Nethaneel.Vers 22 Van de Levieten werden in de dagen van Eljasib, Jojada, en Johanan, en Jaddua, de hoofden der vaderen beschreven; mitsgaders de priesteren, tot het koninkrijk van Darius, den Perziaan.Vers 23 De kinderen van Levi, de hoofden der vaderen, werden beschreven in het boek der kronieken, tot de dagen van Johanan, den zoon van Eljasib, toe.Vers 24 De hoofden dan der Levieten waren Hasabja, Serebja, en Jesua, de zoon van Kadmiel, en hun broederen tegen hen over, om te prijzen en te danken, naar het gebod van David, den man Gods, wacht tegen wacht.Vers 25 Matthanja en Bakbukja, Obadja, Mesullam, Talmon en Akkub, waren poortiers, de wacht waarnemende bij de schatkamers der poorten.Vers 26 Dezen waren in de dagen van Jojakim, den zoon van Jesua, den zoon van Jozadak, en in de dagen van Nehemia, den landvoogd, en van den priester Ezra, den schriftgeleerde.