Mattheüs 9:32-38
Een stomme genezen
Vers 32 Als dezen nu uitgingen, ziet, zo brachten zij tot Hem een mens, die stom en van den duivel bezeten was.Vers 33 En als de duivel uitgeworpen was, sprak de stomme. En de scharen verwonderden zich, zeggende: Er is nooit desgelijks in Israel gezien!Vers 34 Maar de Farizeen zeiden: Hij werpt de duivelen uit door den overste der duivelen.Vers 35 En Jezus omging al de steden en vlekken, lerende in hun synagogen, en predikende het Evangelie des Koninkrijks, en genezende alle ziekte en alle kwale onder het volk.Vers 36 En Hij, de scharen ziende, werd innerlijk met ontferming bewogen over hen, omdat zij vermoeid en verstrooid waren, gelijk schapen, die geen herder hebben.Vers 37 Toen zeide Hij tot Zijn discipelen: De oogst is wel groot; maar de arbeiders zijn weinige;Vers 38 Bidt dan den Heere des oogstes, dat Hij arbeiders in Zijn oogst uitstote.