Vasten
Vers 16 En wanneer gij vast, toont geen droevig gezicht, gelijk de geveinsden; want zij mismaken hun aangezichten, opdat zij van de mensen mogen gezien worden, als zij vasten. Voorwaar, Ik zeg u, dat zij hun loon weg hebben.23 vast, Namelijk in het bijzonder. Want in gemeente noden of vasten is het geoorloofd een droevig gelaat te tonen, als het zonder geveinsdheid geschiedt.24 mismaken hunne aangezichten, Of, verdonkeren, verderven.Vers 17 Maar gij, als gij vast, zalft uw hoofd, en wast uw aangezicht;25 zalf uw hoofd Christus spreekt hier naar het gebruik der Joden, die in tijden van vrolijkheid zich zalfden en wiesen; Ps. 23:5; Amos 6:6; Luk. 7:46.Vers 18 Opdat het van de mensen niet gezien worde, als gij vast, maar van uw Vader, Die in het verborgen is; en uw Vader, Die in het verborgen ziet, zal het u in het openbaar vergelden.