Jezus door Petrus verloochend
Vers 69 En Petrus zat buiten in de zaal; en een dienstmaagd kwam tot hem, zeggende: Gij waart ook met Jezus, den Galileër.65 buiten in de zaal; Namelijk buiten de plaats waar de Joodse Raad vergaderd was, voor welken Christus stond, gelijk blijkt uit Matth. 26:71,75.66 den Galileër. Zo wordt Hij hier genaamd, omdat Hij te Nazareth was opgevoed, hetwelk ene stad van Galilea was. Zie Matth. 26:71 en Matth. 2:23.Vers 70 Maar hij loochende het voor allen, zeggende: Ik weet niet, wat gij zegt.Vers 71 En als hij naar de voorpoort uitging, zag hem een andere dienstmaagd, en zeide tot degenen, die aldaar waren: Deze was ook met Jezus den Nazarener.67 de voorpoort uitging, Of, portaal, voorhuis.Vers 72 En hij loochende het wederom met een eed, zeggende: Ik ken den Mens niet.Vers 73 En een weinig daarna, die er stonden, bijkomende, zeiden tot Petrus: Waarlijk, gij zijt ook van die, want ook uw spraak maakt u openbaar.68 maakt u openbaar. Namelijk dat gij een Galileër zijt, gelijk Mark. 14:70, en Luk. 22:59, uitdrukken.Vers 74 Toen begon hij zich te vervloeken, en te zweren: Ik ken den Mens niet.69 zich te vervloeken en te zweren: Dat is, den vloek of de wraak van God zichzelven toewensend indien hij Hem kende.Vers 75 En terstond kraaide de haan; en Petrus werd indachtig het woord van Jezus, Die tot hem gezegd had: Eer de haan gekraaid zal hebben, zult gij Mij driemaal verloochenen. En naar buiten gaande, weende hij bitterlijk.70 werd indachtig het woord van Jezus, Namelijk nadat hem Christus aangezien had. Zie Luk. 22:61.