Het verraad van Judas
Vers 14 Toen ging een van de twaalven, genaamd Judas Iskariot, tot de overpriesters,Vers 15 En zeide: Wat wilt gij mij geven, en ik zal Hem u overleveren? En zij hebben hem toegelegd dertig zilveren penningen.15 overleveren? Namelijk heimelijk, zonder moeite en buiten kennis van het volk.16 toegelegd Of toegezegd of toegewogen; gelijk dit woord ook somtijds genomen wordt alzo men eertijds het geld placht toe te wegen, Gen. 23:16; 1 Kon. 20:39.17 zilveren Grieks, zilverlingen. dit woord wanneer het aldus alleen gesteld wordt, betekent gemeenlijk een sikkel, welke was òf des heiligdoms, doende omtrent een halven rijksdaalder; òf een gemene, doende half zoveel. En dit was de prijs waarmede een slaaf, die door een anders os gedood was, geboet moest worden. Exod. 21:23, en het schijnt dat zij Christus niet meer waardeerden dan een slaaf placht gewaardeerd te zijn, gelijk God hierover klaagt bij Zach. 11:12,13 en hetzelfde in het volgende Zach. 12:9 aangewezen wordt.Vers 16 En van toen af zocht hij gelegenheid, opdat hij Hem overleveren mocht.18 gelegenheid, Of, bekwamen tijd.