Christus voorzegt Zijn dood
Vers 1 En het is geschied, als Jezus al deze woorden geëindigd had, dat Hij tot Zijn discipelen zeide:1 deze woorden geëindigd had, Namelijk tot nog toe in de voorgaande hoofdstukken verhaald; zodat Christus zijn profetisch ambt dusverre volbracht hebbende, nu begint zijn priesterambt nader te treden.Vers 2 Gij weet, dat na twee dagen het pascha is, en de Zoon des mensen zal overgeleverd worden, om gekruisigd te worden.2 pascha is, Het is een Hebreeuws woord, betekenende een voorbijgang of overschrijding, waarmede genaamd werd het eerste van de drie grote jaarlijkse feesten der Joden, gehouden op de veertiende dag der eerste maand, die met onzen Maart bijna overeenkwam; ingesteld ter gedachtenis van de verlossing der kinderen Israëls uit Egypte, en inzonderheid van dat de slaande engel, die de eerstgeborenen der Egyptenaars doodde, de huizen der Israëlieten voorbijging. Zie hiervan Exod. 12.Op welken tijd Christus ook heeft willen geslacht worden, omdat het slachten van het paaslam daarvan een voorbeeld was. Zie 1 Cor. 5:7,8.Vers 3 Toen vergaderden de overpriesters en de Schriftgeleerden, en de ouderlingen des volks, in de zaal des hogepriesters, die genaamd was Kajafas;3 de overpriesters Uit dezen allen bestond in dien tijd de hoge Raad der Joden, bij welken de allerzwaarste zaken verhandeld werden, waarvan de hogepriester het hoofd en de overste was.4 in de zaal des hogepriesters, Of, in het hof, of paleis.5 Kajafas. Van dezen Kajafas zie ook Joh. 11:49 en bij Jos. Antiq. lib. 18, cap. 3,6.Vers 4 En zij beraadslaagden te zamen, dat zij Jezus met listigheid vangen en doden zouden.6 met listigheid Omdat zij het openbaar niet durfden doen, uit vrees van het volk.Vers 5 Doch zij zeiden: Niet in het feest, opdat er geen oproer worde onder het volk.7 Niet in het feest, Dat is, laat ons niet wachten tot op het feest, maar hetzelve voorkomen gelijk ook geschied is.