Mattheüs 24:1-28
Verwoesting van Jeruzalem voorzegd; begin der smarten
Vers 1 En Jezus ging uit en vertrok van den tempel; en Zijn discipelen kwamen bij Hem, om Hem de gebouwen des tempels te tonen.Vers 2 En Jezus zeide tot hen: Ziet gij niet al deze dingen? Voorwaar zeg Ik: Hier zal niet een steen op den anderen steen gelaten worden, die niet afgebroken zal worden.Vers 3 En als Hij op den Olijfberg gezeten was, gingen de discipelen tot Hem alleen, zeggende: Zeg ons, wanneer zullen deze dingen zijn, en welk zal het teken zijn van Uw toekomst, en van de voleinding der wereld?Vers 4 En Jezus, antwoordende, zeide tot hen: Ziet toe, dat u niemand verleide.Vers 5 Want velen zullen komen onder Mijn Naam, zeggende: Ik ben de Christus; en zij zullen velen verleiden.Vers 6 En gij zult horen van oorlogen, en geruchten van oorlogen; ziet toe, wordt niet verschrikt; want al die dingen moeten geschieden, maar nog is het einde niet.Vers 7 Want het ene volk zal tegen het andere volk opstaan, en het ene koninkrijk tegen het andere koninkrijk; en er zullen zijn hongersnoden, en pestilentien, en aardbevingen in verscheidene plaatsen.Vers 8 Doch al die dingen zijn maar een beginsel der smarten.Vers 9 Alsdan zullen zij u overleveren in verdrukking, en zullen u doden, en gij zult gehaat worden van alle volken, om Mijns Naams wil.Vers 10 En dan zullen er velen geergerd worden, en zullen elkander overleveren, en elkander haten.Vers 11 En vele valse profeten zullen opstaan, en zullen er velen verleiden.Vers 12 En omdat de ongerechtigheid vermenigvuldigd zal worden, zo zal de liefde van velen verkouden.Vers 13 Maar wie volharden zal tot het einde, die zal zalig worden.Vers 14 En dit Evangelie des Koninkrijks zal in de gehele wereld gepredikt worden tot een getuigenis allen volken; en dan zal het einde komen.
De grote verdrukking
Vers 15 Wanneer gij dan zult zien den gruwel der verwoesting, waarvan gesproken is door Daniel, den profeet, staande in de heilige plaats; (die het leest, die merke daarop!)Vers 16 Dat alsdan, die in Judea zijn, vlieden op de bergen;Vers 17 Die op het dak is, kome niet af, om iets uit zijn huis weg te nemen;Vers 18 En die op den akker is, kere niet weder terug, om zijn klederen weg te nemen.Vers 19 Maar wee den bevruchten, en den zogenden vrouwen in die dagen!Vers 20 Doch bidt, dat uw vlucht niet geschiede des winters, noch op een sabbat.Vers 21 Want alsdan zal grote verdrukking wezen, hoedanige niet is geweest van het begin der wereld tot nu toe, en ook niet zijn zal.Vers 22 En zo die dagen niet verkort werden, geen vlees zou behouden worden; maar om der uitverkorenen wil zullen die dagen verkort worden.Vers 23 Alsdan, zo iemand tot ulieden zal zeggen: Ziet, hier is de Christus, of daar, gelooft het niet.Vers 24 Want er zullen valse christussen en valse profeten opstaan, en zullen grote tekenen en wonderheden doen, alzo dat zij (indien het mogelijk ware) ook de uitverkorenen zouden verleiden.Vers 25 Ziet, Ik heb het u voorzegd!Vers 26 Zo zij dan tot u zullen zeggen: Ziet, hij is in de woestijn; gaat niet uit; Ziet, hij is in de binnenkameren; gelooft het niet.Vers 27 Want gelijk de bliksem uitgaat van het oosten, en schijnt tot het westen, alzo zal ook de toekomst van den Zoon des mensen wezen.Vers 28 Want alwaar het dode lichaam zal zijn, daar zullen de arenden vergaderd worden.