Reiniging van de tempel
Vers 12 En Jezus ging in den tempel Gods, en dreef uit allen, die verkochten en kochten in den tempel, en keerde om de tafelen der wisselaars, en de zitstoelen dergenen, die de duiven verkochten.13 dreef uit allen, Grieks, wierp uit.14 wisselaars om, Deze wisselaars en verkopers werden, buiten Gods bevel, door de overpriesters toegelaten in de tempel, wel onder de schijn om de godsdienst te bevorderen, maar inderdaad uit gierigheid, opdat het volk altijd gangbaar geld en beesten hebben mocht tot de offeranden, waarvan zij hun voordeel hadden.Vers 13 En Hij zeide tot hen: Er is geschreven: Mijn huis zal een huis des gebeds genaamd worden; maar gij hebt dat tot een moordenaarskuil gemaakt.15 moordenaarskuil gemaakt. Of, rovers, straatschenders; want gelijk de rovers hun spelonken plegen te hebben in de rotsstenen, waar zij hun roof brachten en deelden, zo deden ook de priesters in de tempel. Deze woorden zijn genomen uit Jer. 7:11.Vers 14 En er kwamen blinden en kreupelen tot Hem in den tempel, en Hij genas dezelve.Vers 15 Als nu de overpriesters en Schriftgeleerden zagen de wonderheden, die Hij deed, en de kinderen, roepende in den tempel, en zeggende: Hosanna den Zone Davids! namen zij dat zeer kwalijk;16 wonderheden, Grieks, wonderlijke, namelijk daden.Vers 16 En zeiden tot Hem: Hoort Gij wel, wat dezen zeggen? En Jezus zeide tot hen: Ja; hebt gij nooit gelezen: Uit den mond der jonge kinderen en der zuigelingen hebt Gij U lof toebereid?17 Hoort gij wel Dit zeggen zij als bij manier van bestraffing, dat Hij de kinderen niet deed zwijgen.18 toebereid? Of, volmaakt.Vers 17 En hen verlatende, ging Hij van daar uit de stad, naar Bethanië, en overnachtte aldaar.19 Bethanië, Van Bethanië, zie de aantekening bij Matth. 21:1.20 overnachtte aldaar. Of, logeerde daar, en nam daar zijn herberg.