Verheerlijking van Christus op den berg
Vers 1 En na zes dagen nam Jezus met Zich Petrus, en Jakobus, en Johannes, zijn broeder, en bracht hen op een hogen berg alleen.1 zes dagen nam Jezus Te weten nadat Christus met zijne discipelen van de toekomst zijner heerlijkheid gesproken had, Luk. 9:28 zegt, omtrent acht dagen, er onder rekende den eersten en laatsten dag dat deze dingen geschied zijn die Mattheüs hier en Mark. 9:2, overslaan.2 berg Wat dit voor een berg is geweest, wordt niet uitgedrukt. Vele oude leraars menen dat het is geweest de berg Thabor, omdat die daaromtrent gelegen en zeer hoog is.3 alleen. Of, bezijden.Vers 2 En Hij werd voor hen veranderd van gedaante; en Zijn aangezicht blonk gelijk de zon, en Zijn klederen werden wit gelijk het licht.Vers 3 En ziet, van hen werden gezien Mozes en Elias, met Hem samensprekende.4 Mozes en Elia, Of Mozes met zijn eigen lichaam is verschenen, of dat hij voor een tijd een ander heeft aangenomen, gelijk somtijds de engelen hebben gedaan is onzeker. Doch dit is zeker, dat zij beiden aldaar in hun eigen personen zijn verschenen.5 samensprekende. Namelijk van zijn uitgang, welken Hij zou hebben te Jeruzalem; Luk. 9:31.Vers 4 En Petrus, antwoordende, zeide tot Jezus: Heere! het is goed, dat wij hier zijn; zo Gij wilt, laat ons hier drie tabernakelen maken, voor U een, en voor Mozes een, en een voor Elias.6 zo gij wilt, Dat is, indien het u belieft.7 tabernakelen maken, Of, hutten, die van takken of iets dergelijks gemaakt werden, tegen de hitte van de zon en de regen.Vers 5 Terwijl hij nog sprak, ziet, een luchtige wolk heeft hen overschaduwd; en ziet, een stem uit de wolk, zeggende: Deze is Mijn geliefde Zoon, in Denwelken Ik Mijn welbehagen heb; hoort Hem!8 hen overschaduwd; Namelijk Mozes, en Elia, gelijk blijkt Luk. 9:34.Vers 6 En de discipelen, dit horende, vielen op hun aangezicht, en werden zeer bevreesd.Vers 7 En Jezus, bij hen komende, raakte hen aan, en zeide: Staat op en vreest niet.Vers 8 En hun ogen opheffende, zagen zij niemand, dan Jezus alleen.Vers 9 En als zij van den berg afkwamen, gebood hun Jezus, zeggende: Zegt niemand dit gezicht, totdat de Zoon des mensen zal opgestaan zijn uit de doden.9 gezicht, Dat is, hetgeen zij gezien hadden; Mark. 9:9, en 2 Petr. 1:16.Vers 10 En Zijn discipelen vraagden Hem, zeggende: Wat zeggen dan de Schriftgeleerden, dat Elias eerst moet komen?Vers 11 Doch Jezus, antwoordende, zeide tot hen: Elias zal wel eerst komen, en alles weder oprichten.10 zal wel eerst komen, Dat is, moest wel eerst komen naar de voorzegging van den profeet Mal. 4:5.11 weder oprichten. Dat is, de rechte leer van den Messias verklaren, die door de Farizeën was vervalst en verduisterd, en Christus de weg bereiden.Vers 12 Maar Ik zeg u, dat Elias nu gekomen is, en zij hebben hem niet gekend; doch zij hebben aan hem gedaan, al wat zij hebben gewild; alzo zal ook de Zoon des mensen van hen lijden.12 gekend, Namelijk voor degene die hij was, of voor de beloofden Elia, die alles weder zou oprichten.13 al wat zij hebben gewild; Dat is, vervolgd en gedood.Vers 13 Toen verstonden de discipelen dat Hij hun van Johannes de Doper gesproken had.