Belijdenis van Petrus
Vers 27 En Jezus ging uit en Zijn discipelen naar de vlekken van Cesarea Filippi. En op den weg vraagde Hij Zijn discipelen, zeggende tot hen: Wie zeggen de mensen, dat Ik ben?25 Cesarea Filippi. Zie van deze stad Matth. 16:13.Vers 28 En zij antwoordden: Johannes de Doper; en anderen: Elias; en anderen: Een van de profeten.Vers 29 En Hij zeide tot hen: Maar gijlieden, wie zegt gij dat Ik ben? En Petrus, antwoordende, zeide tot Hem: Gij zijt de Christus.26 de Christus. Dat is, de beloofde Messias of Gezalfde; Joh. 1:42.Vers 30 En Hij gebood hun scherpelijk, dat zij het niemand zouden zeggen van Hem.