Een blinde genezen te Bethsáïda
Vers 22 En Hij kwam te Bethsaida; en zij brachten tot Hem een blinde, en baden Hem, dat Hij hem aanraakte.19 Bethsaida; Een stadje of vlek, gelegen aan de Galilese zee, vanwaar Petrus, Andreas en Filippus afkomstig waren, Joh. 1:45; waar Christus ook vele wonderen gedaan heeft, Matth. 11:21.Vers 23 En de hand des blinden genomen hebbende, leidde Hij hem uit buiten het vlek, en spoog in zijn ogen, en leide de handen op hem, en vraagde hem, of hij iets zag.20 spoog in zijn ogen, Dit teken gebruikt Christus om te tonen dat deze genezing van Hem kwam, en het heeft enige gelijkenis met oogwater, waardoor de zwakke ogen gesterkt worden.Vers 24 En hij, opziende, zeide: Ik zie de mensen, want ik zie hen, als bomen, wandelen.21 hij, opziende, Namelijk de blinde.22 ik zie hen, als bomen, wandelen. Anders, ik zie mensen, als bomen, wandelende.Vers 25 Daarna leide Hij de handen wederom op zijn ogen, en deed hem opzien. En hij werd hersteld, en zag hen allen ver en klaar.23 wederom op zijn ogen, Christus kon dezen blinde wel dadelijk genezen hebben, gelijk Hij op andere tijden gedaan heeft, maar het schijnt dat Hij zulks alhier allengskens heeft willen doen, om af te beelden dat onze geestelijke verlichting allengskens meer en meer geschiedt.Vers 26 En Hij zond hem naar zijn huis, zeggende: Ga niet in het vlek, en zeg het niemand in het vlek.24 Ga niet in het vlek, Zie de reden van dit verbod, Matth. 12:16,17.