Advertentie

Markus 3:20-35

16 verzen · 13 kanttekeningen · Statenvertaling

Godslastering der schriftgeleerden

Vers 20 En zij kwamen in huis; en daar vergaderde wederom een schare, alzo dat zij ook zelfs niet konden brood eten.24 in huis; Namelijk te Kapernaüm, waar Hij woonde, Matth. 4:13, om voortaan Hem te volgen en Hem ten dienste te staan.25 brood eten. Dat is hunne spijs of nooddruft op zijnen tijd nemen.Vers 21 En als degenen, die Hem bestonden, dit hoorden, gingen zij uit, om Hem vast te houden; want zij zeiden: Hij is buiten Zijn zinnen.26 die Hem bestonden, Grieks, die van Hem, of van de zijnen waren. Want ook velen van Zijne bloedverwanten geloofden niet in Hem, Joh. 7:5.27 buiten Zijn zinnen. Grieks, buiten zichzelven gesteld.Vers 22 En de Schriftgeleerden, die van Jeruzalem afgekomen waren, zeiden: Hij heeft Beëlzebul, en door den overste der duivelen werpt Hij de duivelen uit.28 de Schriftgeleerden, Zie hiervan Matth. 10:25.Vers 23 En hen tot Zich geroepen hebbende, zeide Hij tot hen in gelijkenissen: Hoe kan de satan den satan uitwerpen?Vers 24 En indien een koninkrijk tegen zichzelf verdeeld is, zo kan dat koninkrijk niet bestaan.Vers 25 En indien een huis tegen zichzelf verdeeld is, zo kan dat huis niet bestaan.Vers 26 En indien de satan tegen zichzelven opstaat, en verdeeld is, zo kan hij niet bestaan, maar heeft een einde.29 heeft een einde. Dat is, het is met hem en met zijn rijk gedaan.Vers 27 Er kan niemand in het huis eens sterken ingaan en zijn vaten ontroven, indien hij niet eerst den sterke bindt; en alsdan zal hij zijn huis beroven.30 eens sterken ingaan Zie de verklaring Matth. 12:29.Vers 28 Voorwaar, Ik zeg u, dat al de zonden den kinderen der mensen zullen vergeven worden, en allerlei lasteringen, waarmede zij zullen gelasterd hebben;31 den kinderen der mensen Dat is, den mensen. Ene manier van spreken bij de Hebreën zeer gebruikelijk.Vers 29 Maar zo wie zal gelasterd hebben tegen den Heiligen Geest, die heeft geen vergeving in der eeuwigheid, maar hij is schuldig des eeuwigen oordeels.32 tegen den Heiligen Geest, Van deze lastering tegen den Heiligen Geest zie Matth. 12:31.33 oordeels. Dat is, verdoemenis, die hij niet alleen verdiend heeft, maar ook zekerlijk zal onderworpen zijn.Vers 30 Want zij zeiden: Hij heeft een onreinen geest.Vers 31 Zo kwamen dan Zijn broeders en Zijn moeder; en buiten staande, zonden zij tot Hem, en riepen Hem.34 broeders en Zijn moeder; Dat is, bloedverwanten. Zie in de aantekeningen Matth. 12:46, en Matth. 13:55.Vers 32 En de schare zat rondom Hem; en zij zeiden tot Hem: Zie, Uw moeder en Uw broeders daar buiten zoeken U.Vers 33 En Hij antwoordde hun, zeggende: Wie is Mijn moeder, of Mijn broeders?35 Wie is Mijn moeder, Christus wil hiermede zijne moeder niet verachten, maar tonen dat de geestelijke maagschap in zaken der zaligheid gesteld moet worden voor het vleselijke.Vers 34 En rondom overzien hebbende, die om Hem zaten, zeide Hij: Ziet, Mijn moeder en Mijn broeders.Vers 35 Want zo wie den wil van God doet, die is Mijn broeder, en Mijn zuster, en moeder.36 den wil van God doet, Den wil Gods doen, is in Christus te geloven en heilig te leven; Joh. 6:40; 1 Thess. 4:3.

Lees heel Markus 3

Advertentie

Steun het werk — als dank leest u zonder advertenties.

De dagtekst, elke ochtend

Elke ochtend één kerntekst uit de Statenvertaling in uw mailbox, met een psalmvers om te zingen. Bekijk de dagtekst van vandaag.

Geen spam en afmelden kan altijd.

Dank u. Controleer uw e-mail om de aanmelding te bevestigen.