Advertentie

Markus 15:21-41

21 verzen · 15 kanttekeningen · Statenvertaling

De kruisiging

Vers 21 En zij dwongen een Simon van Cyrene, die daar voorbijging, komende van den akker, den vader van Alexander en Rufus, dat hij Zijn kruis droeg.10 Alexander en Rufus, De namen van deze worden hier uitgedrukt, omdat zij daarna in de kerk Gods vermaarde lieden zijn geweest, van wie ook schijnt gewag gemaakt te worden Rom. 16:13.11 Zijn kruis droeg. Namelijk van Christus; de oorzaak zie op de aantekeningen Matth. 27:32.Vers 22 En zij brachten Hem tot de plaats Golgotha, hetwelk is, overgezet zijnde, Hoofdschedelplaats.12 Hoofdschedelplaats. Zie Matth. 27:33.Vers 23 En zij gaven Hem gemirreden wijn te drinken; maar Hij nam dien niet.13 gemirreden wijn te drinken; Hiervan zie Matth. 27:34.Vers 24 En als zij Hem gekruisigd hadden, verdeelden zij Zijn klederen, werpende het lot over dezelve, wat een iegelijk wegnemen zou.Vers 25 En het was de derde ure, en zij kruisigden Hem.14 de derde ure, Deze uren moeten naar der Joden wijze gerekend worden, van den opgang der zon tot den ondergang; zie Matth. 20:3, en Joh. 11:9. En alzo pasen toen kwam omtrent den tijd dat de dagen en nachten even lang zijn, zo komt de derde ure overeen met ons negende, de zesde met ons twaalfde, en de negende met ons derde na den middag. Johannes zegt, Joh. 19:14, dat het was omtrent de zesde ure toen hij Hem voorbracht. Hoe dit overeenkomt zie de aantekeningen Joh. 19:14.Vers 26 En het opschrift Zijner beschuldiging was boven Hem geschreven: DE KONING DER JODEN.Vers 27 En zij kruisigden met Hem twee moordenaars, een aan Zijn rechter-,en een aan Zijn linker zijde.15 moordenaars, Of, straatschenders.Vers 28 En de Schrift is vervuld geworden, die daar zegt: En Hij is met de misdadigers gerekend.Vers 29 En die voorbijgingen, lasterden Hem, schuddende hun hoofden, en zeggende: Ha! Gij, die den tempel afbreekt, en in drie dagen opbouwt,Vers 30 Behoud Uzelven, en kom af van het kruis.Vers 31 En insgelijks ook de overpriesters, met de Schriftgeleerden, zeiden tot elkander, al spottende: Hij heeft anderen verlost; Zichzelven kan Hij niet verlossen.16 Zichzelven kan Hij niet verlossen. Anders, kan Hij zichzelven niet behouden?Vers 32 De Christus, de Koning Israëls, kome nu af van het kruis, opdat wij het zien en geloven mogen. Ook die met Hem gekruist waren, smaadden Hem.17 die met Hem gekruist waren, Namelijk een van dezen. Zie Matth. 27:44, en Luk. 23:39.Vers 33 En als de zesde ure gekomen was, werd er duisternis over de gehele aarde, tot de negende ure toe.18 duisternis over de gehele aarde, Van deze duisternis, zie Matth. 27:45, gelijk ook van al het volgende.Vers 34 En ter negender ure, riep Jezus met een grote stem, zeggende: ELOI, ELOI, LAMMA SABACHTANI, hetwelk is, overgezet zijnde: Mijn God, Mijn God! Waarom hebt Gij Mij verlaten?Vers 35 En sommigen van die daarbij stonden, dit horende, zeiden: Ziet, Hij roept Elias.Vers 36 En er liep een, en vulde een spons met edik, en stak ze op een rietstok, en gaf Hem te drinken, zeggende: Houdt stil, laat ons zien, of Elias komt, om Hem af te nemen.19 stak ze op een rietstok, Of, legde ze om.Vers 37 En Jezus, een grote stem van Zich gegeven hebbende, gaf den geest.Vers 38 En het voorhangsel des tempels scheurde in tweeën, van boven tot beneden.20 het voorhangsel des tempels scheurde in tweeën, Zie hiervan Matth. 27:51.Vers 39 En de hoofdman over honderd, die daarbij tegenover Hem stond, ziende, dat Hij alzo roepende den geest gegeven had, zeide: Waarlijk, deze Mens was Gods Zoon!21 alzo roepende den geest gegeven had, Namelijk met zulk een sterke stem, Hebr. 5:7, en dat Hij daarop zo terstond gestorven was, en daarbij ziende de wonderen, die daarop geschiedden, gelijk verhaald wordt, Matth. 27:54.Vers 40 En er waren ook vrouwen, van verre dit aanschouwende, onder welke ook was Maria Magdalena, en Maria, de moeder van Jakobus, den kleine, en van Joses, en Salome;22 Maria, de moeder van Jakobus, De huisvrouw van Alfeüs; zie Matth. 10:3, en Matth. 27:56.23 den kleine, Dat is, van den jongere, die alzo toegenaamd werd tot onderscheiding van een anderen Jakobus, die Zebedeüs zoon was; of van zijn oom, den broeder van Alfeüs, gelijk sommigen menen.24 Salome; Deze is geweest de huisvrouw van Zebedeüs, gelijk blijkt uit deze plaats, vergelijk met Matth. 27:56.Vers 41 Welke ook, toen Hij in Galilea was, Hem waren gevolgd, en Hem gediend hadden; en vele andere vrouwen, die met Hem naar Jeruzalem opgekomen waren.

Lees heel Markus 15

Advertentie

Steun het werk — als dank leest u zonder advertenties.

De dagtekst, elke ochtend

Elke ochtend één kerntekst uit de Statenvertaling in uw mailbox, met een psalmvers om te zingen. Bekijk de dagtekst van vandaag.

Geen spam en afmelden kan altijd.

Dank u. Controleer uw e-mail om de aanmelding te bevestigen.