Gethsémané
Vers 32 En zij kwamen in een plaats, welker naam was Gethsemane, en Hij zeide tot Zijn discipelen: Zit hier neder, totdat Ik gebeden zal hebben.28 plaats, Of, gehucht van huizen, of hofsteden. Zie Matth. 26:36.Vers 33 En Hij nam met Zich Petrus, en Jakobus, en Johannes, en begon verbaasd en zeer beangst te worden;Vers 34 En zeide tot hen: Mijn ziel is geheel bedroefd tot den dood toe; blijft hier, en waakt.29 geheel bedroefd tot den dood toe; Grieks, aan alle zijden.Vers 35 En een weinig voortgegaan zijnde, viel Hij op de aarde, en bad, zo het mogelijk ware, dat die ure van Hem voorbijginge.30 die ure van Hem voorbijginge. Namelijk van dit zware aanstaande lijden. Van dit gehele gebed zie de aantekeningen Matth. 26:39.Vers 36 En Hij zeide: Abba, Vader! alle dingen zijn U mogelijk; neem dezen drinkbeker van Mij weg, doch niet wat Ik wil, maar wat Gij wilt.31 Abba, Vader! Dit is een Syrisch woord, en betekent Vader; welk woord Vader de evangelist ook daarbij voegt, niet alleen tot verklaring, maar om door dit dubbel verhaal uit te drukken de overgrote ontroering van Christus in dit gebed. Zie hiervan Rom. 8:15; Gal. 4:6.Vers 37 En Hij kwam, en vond hen slapende, en zeide tot Petrus: Simon! slaapt gij? Kunt gij niet een uur waken?Vers 38 Waakt en bidt, opdat gij niet in verzoeking komt; de geest is wel gewillig, maar het vlees is zwak.Vers 39 En wederom heengegaan zijnde, bad Hij, sprekende dezelfde woorden.32 woorden. Grieks, woord, of rede.Vers 40 En wedergekeerd zijnde, vond Hij hen wederom slapende, want hun ogen waren bezwaard; en zij wisten niet, wat zij Hem antwoorden zouden.Vers 41 En Hij kwam ten derden male, en zeide tot hen: Slaapt nu voort, en rust; het is genoeg, de ure is gekomen; ziet, de Zoon des mensen wordt overgeleverd in de handen der zondaren.33 Slaapt nu voort, Zie Matth. 26:45.34 der zondaren. Dat is, der heidenen; gelijk Matth. 20:19.Vers 42 Staat op, laat ons gaan; ziet, die Mij verraadt, is nabij.