Over de wederkomst
Vers 24 Maar in die dagen, na die verdrukking, zal de zon verduisterd worden, en de maan zal haar schijnsel niet geven.24 na die verdrukking, En nadat de tijden der heidenen ook zullen vervuld zijn, gelijk Lukas daar bijvoegt, Luk. 21:24.Vers 25 En de sterren des hemels zullen daaruit vallen, en de krachten, die in de hemelen zijn, zullen bewogen worden.25 bewogen worden. Het Griekse woord betekent eigenlijke en geweldige beweging, gelijk als de zee op en neder door winden en stormen gedreven wordt.Vers 26 En alsdan zullen zij den Zoon des mensen zien, komende in de wolken, met grote kracht en heerlijkheid.26 zij den Zoon des mensen zien, Namelijk al de volken der aarde, Openb. 1:7.27 grote kracht en heerlijkheid. Grieks, veel.Vers 27 En alsdan zal Hij Zijn engelen uitzenden, en zal Zijn uitverkorenen bijeenvergaderen uit de vier winden, van het uiterste der aarde, tot het uiterste des hemels.28 uit de vier winden, Dat is, uit de vier hoeken of gewesten der wereld, van het ene einde tot het andere.Vers 28 En leert van den vijgeboom deze gelijkenis; wanneer nu zijn tak teder wordt, en de bladeren uitspruiten, zo weet gij, dat de zomer nabij is.29 teder wordt, Of, sappig.Vers 29 Alzo ook gij, wanneer gij deze dingen zult zien geschieden, zo weet, dat het nabij, voor de deur is.30 het nabij, Namelijk het koninkrijk Gods, gelijk bij Luk. 21:31, uitgedrukt wordt.Vers 30 Voorwaar, Ik zeg u, dat dit geslacht niet zal voorbijgaan, totdat al deze dingen zullen geschied zijn.31 dit geslacht Namelijk des Joodsen volks, of dezer eeuw.32 voorbijgaan,, voorbijgaan;, voorbijgaan. Of, vergaan.Vers 31 De hemel en de aarde zullen voorbijgaan; maar Mijn woorden zullen geenszins voorbijgaan.Vers 32 Maar van dien dag en die ure weet niemand, noch de engelen, die in den hemel zijn, noch de Zoon, dan de Vader.35 noch de Zoon, Namelijk naar Zijn menselijke natuur en in den staat Zijner nederigheid, want naar Zijn godheid weet Hij alle dingen, Joh. 21:17, en na Zijne verhoging is Hem het boek der voorzienigheid Gods, met zeven zegelen verzegeld, nader geopend, Openb. 5:5,7,9.