Verwoesting van Jeruzalem voorzegd
Vers 1 En als Hij uit den tempel ging, zeide een van Zijn discipelen tot Hem: Meester, zie, hoedanige stenen, en hoedanige gebouwen!1 ging, Namelijk om te gaan naar Bethanië, gelijk blijkt uit Mark. 13:3, en Mark. 14:3.2 hoedanige stenen, Dat is, hoe overgrote en schone stenen dit zijn, waar de tempel van gebouwd is; want die waren vijf en twintig kubieten lang, en acht hoog, en twaalf breed. Zie Josef. Antiq. lib. 15, cap. 14. Dit zeggen zij met verwondering.Vers 2 En Jezus, antwoordende, zeide tot hem: Ziet gij deze grote gebouwen? Er zal niet een steen op den anderen steen gelaten worden, die niet afgebroken zal worden.3 steen op den anderen Grieks, steen op steen niet gelaten worden.4 afgebroken zal worden. Grieks, losgemaakt.Vers 3 En als Hij gezeten was op den Olijfberg, tegen den tempel over, vraagden Hem Petrus, en Jakobus, en Johannes, en Andreas, alleen:5 alleen: Of, bezijden af, of in het bijzonder.Vers 4 Zeg ons, wanneer zullen deze dingen zijn? En welk is het teken, wanneer deze dingen allen voleindigd zullen worden?6 deze dingen zijn? Namelijk de verwoesting de stad en des tempels van Jeruzalem, en ook de voleinding der wereld. Zie Matth. 24:3.Vers 5 En Jezus, hun antwoordende, begon te zeggen: Ziet toe, dat u niemand verleide.Vers 6 Want velen zullen komen onder Mijn Naam, zeggende: Ik ben de Christus; en zullen velen verleiden.7 onder Mijn Naam, Of, in, op mijnen naam. Zie hiervan, en van het gehele antwoord van Christus, de aantekeningen Matth. 24:5.Vers 7 En wanneer gij zult horen van oorlogen, en geruchten van oorlogen, zo wordt niet verschrikt; want dit moet geschieden; maar nog is het einde niet.Vers 8 Want het ene volk zal tegen het andere volk opstaan, en het ene koninkrijk tegen het andere koninkrijk; en er zullen aardbevingen zijn in verscheidene plaatsen, en er zullen hongersnoden wezen, en beroerten. Deze dingen zijn maar beginselen der smarten.8 in verscheidene plaatsen, Grieks, van plaats tot plaats.Vers 9 Maar ziet gij voor uzelven toe; want zij zullen u overleveren in de raadsvergaderingen, en in de synagogen; gij zult geslagen worden, en voor stadhouders en koningen zult gij gesteld worden, om Mijnentwil, hun tot een getuigenis.9 ziet gij voor uzelven toe; Of, Wacht gij uzelven.10 raadsvergaderingen, Grieks, Synedria; zie daarvan Matth. 5:22, en Matth. 10:17.Vers 10 En het Evangelie moet eerst gepredikt worden onder al de volken.Vers 11 Doch wanneer zij u leiden zullen, om u over te leveren, zo zijt te voren niet bezorgd, wat gij spreken zult, en bedenkt het niet; maar zo wat u in die ure gegeven zal worden, spreekt dat; want gij zijt het niet, die spreekt, maar de Heilige Geest.11 zo zijt te voren niet bezorgd, Zie hiervan de aantekingen Matth. 10:19.12 de Heilige Geest. Namelijk die in en door u spreekt, Matth. 10:20.Vers 12 En de ene broeder zal den anderen overleveren tot den dood, en de vader het kind; en de kinderen zullen opstaan tegen de ouders, en zullen hen doden.13 doden. Of, ter dood brengen, doen doden.Vers 13 En gij zult gehaat worden van allen, om Mijns Naams wil; maar wie volharden zal tot het einde, die zal zalig worden.14 allen, om Mijns Naams wil; Dat is, van allerlei soorten van ongelovigen mensen.
Over de grote verdrukking
Vers 14 Wanneer gij dan zult zien den gruwel der verwoesting, waarvan door den profeet Daniël gesproken is, staande waar het niet behoort, (die het leest, die merke daarop!) alsdan, die in Judea zijn, dat zij vlieden op de bergen.15 gruwel der verwoesting, Zie de verklaring Matth. 24:15.16 waar het niet behoort, Dat is, in de heilige plaats, rondom Jeruzalem; Matth. 24:15; Luk. 21:20.Vers 15 En die op het dak is, kome niet af in het huis, en ga niet in, om iets uit zijn huis weg te nemen.17 het dak is, Zie hiervan de aantekeningen Matth. 10:27.Vers 16 En die op den akker is, kere niet weder terug, om zijn kleed te nemen.18 op den akker is, Of, in het veld.19 terug, om zijn kleed te nemen. Grieks, tot die dingen, die achter zijn.Vers 17 Maar wee den bevruchten en den zogenden vrouwen in die dagen!Vers 18 Doch bidt, dat uw vlucht niet geschiede des winters.Vers 19 Want die dagen zullen zulke verdrukking zijn, welker gelijke niet geweest is van het begin der schepselen, die God geschapen heeft, tot nu toe, en ook niet zijn zal.20 die dagen zullen zulke verdrukking zijn, Dat is, de ene verdrukking zal op de andere zonder rust volgen, zodat er anders niet dan enkel verdrukking zal zijn. Zie dergelijke manier van spreken Amos 5:20; Joël. 2:2.21 der schepselen, Grieks, des schepsels.Vers 20 En indien de Heere de dagen niet verkort had, geen vlees zou behouden worden; maar om der uitverkorenen wil, die Hij heeft uitverkoren, heeft Hij de dagen verkort.22 verkort had, Zie hiervan de aantekeningen Matth. 24:22.Vers 21 En alsdan, zo iemand tot ulieden zal zeggen: Ziet, hier is de Christus; of ziet, Hij is daar; gelooft het niet.Vers 22 Want er zullen valse christussen, en valse profeten opstaan, en zullen tekenen en wonderen doen, om te verleiden, indien het mogelijk ware, ook de uitverkorenen.23 doen, Grieks, geven.Vers 23 Maar gijlieden ziet toe; ziet, Ik heb u alles voorzegd!
Over de wederkomst
Vers 24 Maar in die dagen, na die verdrukking, zal de zon verduisterd worden, en de maan zal haar schijnsel niet geven.24 na die verdrukking, En nadat de tijden der heidenen ook zullen vervuld zijn, gelijk Lukas daar bijvoegt, Luk. 21:24.Vers 25 En de sterren des hemels zullen daaruit vallen, en de krachten, die in de hemelen zijn, zullen bewogen worden.25 bewogen worden. Het Griekse woord betekent eigenlijke en geweldige beweging, gelijk als de zee op en neder door winden en stormen gedreven wordt.Vers 26 En alsdan zullen zij den Zoon des mensen zien, komende in de wolken, met grote kracht en heerlijkheid.26 zij den Zoon des mensen zien, Namelijk al de volken der aarde, Openb. 1:7.27 grote kracht en heerlijkheid. Grieks, veel.Vers 27 En alsdan zal Hij Zijn engelen uitzenden, en zal Zijn uitverkorenen bijeenvergaderen uit de vier winden, van het uiterste der aarde, tot het uiterste des hemels.28 uit de vier winden, Dat is, uit de vier hoeken of gewesten der wereld, van het ene einde tot het andere.Vers 28 En leert van den vijgeboom deze gelijkenis; wanneer nu zijn tak teder wordt, en de bladeren uitspruiten, zo weet gij, dat de zomer nabij is.29 teder wordt, Of, sappig.Vers 29 Alzo ook gij, wanneer gij deze dingen zult zien geschieden, zo weet, dat het nabij, voor de deur is.30 het nabij, Namelijk het koninkrijk Gods, gelijk bij Luk. 21:31, uitgedrukt wordt.Vers 30 Voorwaar, Ik zeg u, dat dit geslacht niet zal voorbijgaan, totdat al deze dingen zullen geschied zijn.31 dit geslacht Namelijk des Joodsen volks, of dezer eeuw.32 voorbijgaan,, voorbijgaan;, voorbijgaan. Of, vergaan.Vers 31 De hemel en de aarde zullen voorbijgaan; maar Mijn woorden zullen geenszins voorbijgaan.Vers 32 Maar van dien dag en die ure weet niemand, noch de engelen, die in den hemel zijn, noch de Zoon, dan de Vader.35 noch de Zoon, Namelijk naar Zijn menselijke natuur en in den staat Zijner nederigheid, want naar Zijn godheid weet Hij alle dingen, Joh. 21:17, en na Zijne verhoging is Hem het boek der voorzienigheid Gods, met zeven zegelen verzegeld, nader geopend, Openb. 5:5,7,9.
Waarschuwing tot waakzaamheid
Vers 33 Ziet toe, waakt en bidt; want gij weet niet, wanneer de tijd is.Vers 34 Gelijk een mens, buiten 's lands reizende, zijn huis verliet, en zijn dienstknechten macht gaf, en elk zijn werk, en den deurwachter gebood, dat hij zou waken;36 Gelijk een mens, Alzo zal het ook zijn met den Zoon des mensen.37 macht gaf, Namelijk om zijn huis en goed te regeren.Vers 35 Zo waakt dan (want gij weet niet, wanneer de heer des huizes komen zal, des avonds laat, of ter middernacht, of met het hanengekraai, of in den morgenstond);Vers 36 Opdat hij niet onvoorziens kome, en u slapende vinde.Vers 37 En hetgeen Ik u zeg, dat zeg Ik allen: Waakt.38 u zeg, Namelijk tot u vieren, van welke staat Mark. 13:3.