De zonen van Zebedéüs
Vers 35 En tot Hem kwamen Jakobus en Johannes, de zonen van Zebedeüs, zeggende: Meester! wij wilden wel, dat Gij ons deedt, zo wat wij begeren zullen.28 zeggende: Namelijk door hunne moeder, gelijk blijkt uit Matth. 20:20.Vers 36 En Hij zeide tot hen: Wat wilt gij, dat Ik u doe?Vers 37 En zij zeiden tot Hem: Geef ons, dat wij mogen zitten, de een aan Uw rechter-,en de ander aan Uw linker hand in Uw heerlijkheid.29 zitten, Zie hiervan Matth. 20:21.Vers 38 Maar Jezus zeide tot hen: Gij weet niet, wat gij begeert. Kunt gij den drinkbeker drinken, dien Ik drink, en met den doop gedoopt worden, daar Ik mede gedoopt word?30 drinkbeker drinken, Zie hiervan de verklaring Matth. 20:22.Vers 39 En zij zeiden tot Hem: Wij kunnen. Doch Jezus zeide tot hen: Den drinkbeker, dien Ik drink, zult gij wel drinken, en met den doop gedoopt worden, daar Ik mede gedoopt word;Vers 40 Maar het zitten tot Mijn rechter-en tot Mijn linker hand staat bij Mij niet te geven; maar het zal gegeven worden dien het bereid is.31 staat bij Mij niet te geven; Grieks, is mijn ziel; of, staat bij mij niet te geven dan wien het bereid is; zie Matth. 20:23.Vers 41 En als de andere tien dit hoorden, begonnen zij het van Jakobus en Johannes zeer kwalijk te nemen.32 zeer kwalijk te nemen. Omdat zij meenden dat dit verzoek hun nadelig was.Vers 42 Maar Jezus, hen tot Zich geroepen hebbende, zeide tot hen: Gij weet, dat degenen, die geacht worden oversten te zijn der volken, heerschappij voeren over hen, en hun groten gebruiken macht over hen.33 Gij weet, Zie hiervan ook Matth. 20:25.34 die geacht worden oversten te zijn Of, die zich laten dunken (er voor gehouden willen worden).35 der volken, Anders, der heidenen.Vers 43 Doch alzo zal het onder u niet zijn; maar zo wie onder u groot zal willen worden, die zal uw dienaar zijn.Vers 44 En zo wie van u de eerste zal willen worden, die zal aller dienstknecht zijn.Vers 45 Want ook de Zoon des mensen is niet gekomen om gediend te worden, maar om te dienen, en Zijn ziel te geven tot een rantsoen voor velen.36 ziel te geven Of, leven.37 een rantsoen voor velen. Of, losgeld, dat gegeven wordt voor de verlossing der gevangenen.