Jezus zegent de kinderen
Vers 13 En zij brachten kinderkens tot Hem, opdat Hij ze aanraken zou; en de discipelen bestraften degenen, die ze tot Hem brachten.10 brachten kinderkens tot Hem, Of, droegen.11 aanraken zou; Dat is, met oplegging der handen zegenen, Matth. 19:13, gelijk Hij gedaan heeft, Mark. 10:16.Vers 14 Maar Jezus, dat ziende, nam het zeer kwalijk, en zeide tot hen: Laat de kinderkens tot Mij komen, en verhindert ze niet; want derzulken is het Koninkrijk Gods.Vers 15 Voorwaar zeg Ik u: Zo wie het Koninkrijk Gods niet ontvangt, gelijk een kindeken, die zal in hetzelve geenszins ingaan.12 gelijk een kindeken, Namelijk in eenvoudigheid, oprechtheid en nederigheid.Vers 16 En Hij omving ze met Zijn armen, en de handen op hen gelegd hebbende, zegende Hij dezelve.