Advertentie

Markus 10

52 verzen · 42 kanttekeningen · Statenvertaling

Over de echtscheiding 

Vers 1 En van daar opgestaan zijnde, ging Hij naar de landpalen van Judea, door de overzijde van de Jordaan; en de scharen kwamen wederom samen bij Hem, en gelijk Hij gewoon was, leerde Hij hen wederom.1 van daar opgestaan zijnde, Namelijk van Kapernaüm, uit het huis, waar Hij tevoren ene vermaning gedaan had aan zijne discipelen.2 de overzijde van de Jordaan; Namelijk ten aanzien van de woestijn. Of, nevens de Jordaan. Zie Matth. 19:1, enz.3 scharen kwamen wederom samen bij Hem, Namelijk die Hem uit Galilea gevolgd waren; Matth. 19:2.Vers 2 En de Farizeën, tot Hem komende, vraagden Hem, of het een man geoorloofd is, zijn vrouw te verlaten, Hem verzoekende.Vers 3 Maar Hij antwoordende, zeide tot hen: Wat heeft u Mozes geboden?Vers 4 En zij zeiden: Mozes heeft toegelaten een scheidbrief te schrijven, en haar te verlaten.4 scheidbrief te schrijven, Van den scheidsbrief en dit gehele antwoord van Christus, zie Matth. 19:3, enz.Vers 5 En Jezus, antwoordende, zeide tot hen: Vanwege de hardigheid uwer harten heeft hij ulieden dat gebod geschreven.Vers 6 Maar van het begin der schepping heeft ze God man en vrouw gemaakt.Vers 7 Daarom zal een mens zijn vader en zijn moeder verlaten, en zal zijn vrouw aanhangen;5 aanhangen; Of, aankleven. Zie Matth. 19:5.Vers 8 En die twee zullen tot een vlees zijn, alzo dat zij niet meer twee zijn, maar een vlees.6 tot één vlees zijn, Dat is, gelijk één lichaam of één mens.Vers 9 Hetgeen dan God samengevoegd heeft, scheide de mens niet.7 samengevoegd heeft, Grieks, tezamen als in een juk ingespannen heeft.8 scheide de mens niet. Namelijk tegen of buiten Gods ordonnantie. Of, anders dan om overspel; gelijk uitgedrukt wordt Matth. 5:32, en Matth. 19:9.Vers 10 En in het huis vraagden Hem Zijn discipelen wederom van hetzelve.Vers 11 En Hij zeide tot hen: Zo wie zijn vrouw verlaat, en een andere trouwt, die doet overspel tegen haar.9 tegen haar. Namelijk die Hij verlaat, omdat hij de trouw niet houdt, die hij haar beloofd heeft; Mal. 2:14.Vers 12 En indien een vrouw haar man zal verlaten, en met een anderen trouwen, die doet overspel.

Jezus zegent de kinderen 

Vers 13 En zij brachten kinderkens tot Hem, opdat Hij ze aanraken zou; en de discipelen bestraften degenen, die ze tot Hem brachten.10 brachten kinderkens tot Hem, Of, droegen.11 aanraken zou; Dat is, met oplegging der handen zegenen, Matth. 19:13, gelijk Hij gedaan heeft, Mark. 10:16.Vers 14 Maar Jezus, dat ziende, nam het zeer kwalijk, en zeide tot hen: Laat de kinderkens tot Mij komen, en verhindert ze niet; want derzulken is het Koninkrijk Gods.Vers 15 Voorwaar zeg Ik u: Zo wie het Koninkrijk Gods niet ontvangt, gelijk een kindeken, die zal in hetzelve geenszins ingaan.12 gelijk een kindeken, Namelijk in eenvoudigheid, oprechtheid en nederigheid.Vers 16 En Hij omving ze met Zijn armen, en de handen op hen gelegd hebbende, zegende Hij dezelve.

De rijke jongeling 

Vers 17 En als Hij uitging op den weg, liep een tot Hem, en voor Hem op de knieën vallende, vraagde Hem: Goede Meester! wat zal ik doen, opdat ik het eeuwige leven beërve?Vers 18 En Jezus zeide tot hem: Wat noemt gij Mij goed? Niemand is goed, dan Een, namelijk God.13 noemt gij Mij goed? Grieks, zegt gij.14 Niemand is goed, dan Een, Zie hiervan de aantekeningen Matth. 19:17.Vers 19 Gij weet de geboden: Gij zult geen overspel doen; gij zult niet doden; gij zult niet stelen; gij zult geen valse getuigenis geven; gij zult niemand te kort doen; eer uw vader en uw moeder.15 te kort doen; Namelijk hetzij door bedrog of anderszins, waarvoor van Christus gesteld wordt Matth. 19:19: Gij zult uwen naaste liefhebben als uzelven. Zodat dit als een kort begrip is van al de voorgaande geboden.Vers 20 Doch hij, antwoordende, zeide tot Hem: Meester! al deze dingen heb ik onderhouden van mijn jonkheid af.Vers 21 En Jezus, hem aanziende, beminde hem, en zeide tot hem: Een ding ontbreekt u; ga heen, verkoop alles, wat gij hebt, en geef het den armen, en gij zult een schat hebben in den hemel; en kom herwaarts, neem het kruis op, en volg Mij.16 beminde hem Dat is, toonde Hem tekenen van toegenegenheid, gelijk dit woord somwijlen ook betekent. Want Christus heeft die ook enigszins lief, die zich uiterlijk naar Gods geboden schikken. Zie voorts de aantekeningen Matth. 19:17, enz.17 ontbreekt u; Namelijk dat gij niet God en zijn Woord bovenal liefhebt, hetwelk nochtans het voornaamste is in de wet.18 verkoop alles, wat gij hebt, Dit was een buitengewoon gebod, hetwelk Christus dezen jongeling geeft om hem te beproeven en zijne onvolmaaktheid te doen blijken.Vers 22 Maar hij, treurig geworden zijnde over dat woord, ging bedroefd weg; want hij had vele goederen.19 treurig geworden zijnde over dat woord, Of, onlustig, moeilijk.20 goederen. Grieks, bezittingen.Vers 23 En Jezus rondom ziende, zeide tot Zijn discipelen: Hoe bezwaarlijk zullen degenen, die goed hebben, in het Koninkrijk Gods inkomen!Vers 24 En de discipelen werden verbaasd over deze Zijn woorden. Maar Jezus wederom antwoordende, zeide tot hen: Kinderen! Hoe zwaar is het, dat degenen, die op het goed hun betrouwen zetten, in het Koninkrijk Gods ingaan!Vers 25 Het is lichter, dat een kemel ga door het oog van een naald, dan dat een rijke in het Koninkrijk Gods inga.21 een kemel ga door het oog van een naald, Zie hiervan de aantekeningen Matth. 19:24.Vers 26 En zij werden nog meer verslagen, zeggende tot elkander: Wie kan dan zalig worden?Vers 27 Doch Jezus, hen aanziende, zeide: Bij de mensen is het onmogelijk, maar niet bij God; want alle dingen zijn mogelijk bij God.22 Bij de mensen is het onmogelijk, Zie hiervan ook Matth. 19:26.Vers 28 En Petrus begon tot Hem te zeggen: Zie, wij hebben alles verlaten, en zijn U gevolgd.Vers 29 En Jezus, antwoordende, zeide: Voorwaar zeg Ik ulieden: Er is niemand, die verlaten heeft huis, of broeders, of zusters, of vader, of moeder, of vrouw, of kinderen, of akkers, om Mijnentwil en des Evangelies wil,Vers 30 Of hij ontvangt honderdvoud, nu in dezen tijd, huizen, en broeders, en zusters, en moeders, en kinderen, en akkers, met de vervolgingen, en in de toekomende eeuw het eeuwige leven.23 honderdvoud, Dat is, veelvoudiglijk, of dat honderdmaal en veel meer waard is dan hetgeen hij verlaat. Want de minste zegen Gods met een geruste conscientie is meer dan al het goed der wereld, 1 Tim. 6:6.24 met de vervolgingen, Dat is, in het midden van alle verdrukkingen.Vers 31 Maar vele eersten zullen de laatsten zijn, en velen, die de laatsten zijn, de eersten.25 eersten zullen de laatsten zijn, Dat is, die in uiterlijken ijver en godsdienstigheid schijnen de eersten te zijn.

Derde aankondiging van het lijden 

Vers 32 En zij waren op den weg, gaande op naar Jeruzalem; en Jezus ging voor hen; en zij waren verbaasd, en Hem volgende, waren zij bevreesd. En de twaalven wederom tot Zich nemende, begon Hij hun te zeggen de dingen, die Hem overkomen zouden;26 ging voor hen; Namelijk om Zijne gewilligheid te tonen tot het lijden.27 bevreesd. Omdat Christus hun tevoren gezegd had, gelijk Hij hetzelfde daarna wederom verhaalt wat Hij te Jeruzalem zou moeten lijden, Joh. 11:8, en zij wisten dat de Joden besloten hadden in hunnen raad Hem te doden, Joh. 11:53,57.Vers 33 Zeggende: Ziet, wij gaan op naar Jeruzalem, en de Zoon des mensen zal den overpriesteren, en den Schriftgeleerden overgeleverd worden, en zij zullen Hem ter dood veroordelen, en Hem den heidenen overleveren;Vers 34 En zij zullen Hem bespotten, en Hem geselen, en Hem bespuwen, en Hem doden; en ten derden dage zal Hij weder opstaan.

De zonen van Zebedéüs 

Vers 35 En tot Hem kwamen Jakobus en Johannes, de zonen van Zebedeüs, zeggende: Meester! wij wilden wel, dat Gij ons deedt, zo wat wij begeren zullen.28 zeggende: Namelijk door hunne moeder, gelijk blijkt uit Matth. 20:20.Vers 36 En Hij zeide tot hen: Wat wilt gij, dat Ik u doe?Vers 37 En zij zeiden tot Hem: Geef ons, dat wij mogen zitten, de een aan Uw rechter-,en de ander aan Uw linker hand in Uw heerlijkheid.29 zitten, Zie hiervan Matth. 20:21.Vers 38 Maar Jezus zeide tot hen: Gij weet niet, wat gij begeert. Kunt gij den drinkbeker drinken, dien Ik drink, en met den doop gedoopt worden, daar Ik mede gedoopt word?30 drinkbeker drinken, Zie hiervan de verklaring Matth. 20:22.Vers 39 En zij zeiden tot Hem: Wij kunnen. Doch Jezus zeide tot hen: Den drinkbeker, dien Ik drink, zult gij wel drinken, en met den doop gedoopt worden, daar Ik mede gedoopt word;Vers 40 Maar het zitten tot Mijn rechter-en tot Mijn linker hand staat bij Mij niet te geven; maar het zal gegeven worden dien het bereid is.31 staat bij Mij niet te geven; Grieks, is mijn ziel; of, staat bij mij niet te geven dan wien het bereid is; zie Matth. 20:23.Vers 41 En als de andere tien dit hoorden, begonnen zij het van Jakobus en Johannes zeer kwalijk te nemen.32 zeer kwalijk te nemen. Omdat zij meenden dat dit verzoek hun nadelig was.Vers 42 Maar Jezus, hen tot Zich geroepen hebbende, zeide tot hen: Gij weet, dat degenen, die geacht worden oversten te zijn der volken, heerschappij voeren over hen, en hun groten gebruiken macht over hen.33 Gij weet, Zie hiervan ook Matth. 20:25.34 die geacht worden oversten te zijn Of, die zich laten dunken (er voor gehouden willen worden).35 der volken, Anders, der heidenen.Vers 43 Doch alzo zal het onder u niet zijn; maar zo wie onder u groot zal willen worden, die zal uw dienaar zijn.Vers 44 En zo wie van u de eerste zal willen worden, die zal aller dienstknecht zijn.Vers 45 Want ook de Zoon des mensen is niet gekomen om gediend te worden, maar om te dienen, en Zijn ziel te geven tot een rantsoen voor velen.36 ziel te geven Of, leven.37 een rantsoen voor velen. Of, losgeld, dat gegeven wordt voor de verlossing der gevangenen.

De blinde te Jericho 

Vers 46 En zij kwamen te Jericho. En als Hij en Zijn discipelen, en een grote schare van Jericho uitging, zat de zoon van Timeüs, Bar-timeüs, de blinde, aan den weg, bedelende.38 Jericho. Deze stad was gelegen bij Gilgal omtrent de Jordaan, van welke zie Joz. 4:19.39 de zoon van Timeüs, Bar-timeüs, De evangelist Mattheüs zegt van twee blinden; maar Markus verhaalt alleen van dengene, die meest bekend was, en die van beiden meest riep.Vers 47 En horende, dat het Jezus de Nazarener was, begon hij te roepen en te zeggen: Jezus, Gij Zone Davids! ontferm U mijner.Vers 48 En velen bestraften hem, opdat hij zwijgen zou; maar hij riep zoveel temeer: Gij Zone Davids! ontferm U mijner.Vers 49 En Jezus, stil staande, zeide, dat men hem roepen zou; en zij riepen den blinde, zeggende tot hem: Heb goeden moed; sta op; Hij roept u.Vers 50 En hij, zijn mantel afgeworpen hebbende, stond op, en kwam tot Jezus.40 zijn mantel afgeworpen hebbende, Grieks, zijn kleed; dat is zijn opperkleed.Vers 51 En Jezus, antwoordende, zeide tot hem: Wat wilt gij, dat Ik u doen zal? En de blinde zeide tot Hem: Rabboni! dat ik ziende mag worden.41 Rabboni! Dit betekent hetzelfde als het woord rabbi, hetwelk uitgelegd wordt meester, Joh. 20:16.Vers 52 En Jezus zeide tot hem: Ga heen, uw geloof heeft u behouden. En terstond werd hij ziende, en volgde Jezus op den weg.42 behouden. Dat is, gezond, of ziende gemaakt. Niet dat zulks geschied is uit kracht des geloofs, maar omdat hetzelve op Christus en zijne kracht steunende, een middel daarvan was.

Advertentie

Steun het werk — als dank leest u zonder advertenties.

De dagtekst, elke ochtend

Elke ochtend één kerntekst uit de Statenvertaling in uw mailbox, met een psalmvers om te zingen. Bekijk de dagtekst van vandaag.

Geen spam en afmelden kan altijd.

Dank u. Controleer uw e-mail om de aanmelding te bevestigen.