Hoe men Jezus moet volgen
Vers 57 En het geschiedde op den weg, als zij reisden, dat een tot Hem zeide: Heere, ik zal U volgen, waar Gij ook heengaat.Vers 58 En Jezus zeide tot hem: De vossen hebben holen, en de vogelen des hemels nesten; maar de Zoon des mensen heeft niet, waar Hij het hoofd nederlegge.59 De vossen hebben holen, Dat is, gij hebt van mij geen gemak of rijkdom van deze wereld te verwachten, want ik heb die zelf niet.Vers 59 En Hij zeide tot een anderen: Volg Mij. Doch hij zeide: Heere, laat mij toe, dat ik heenga, en eerst mijn vader begrave.Vers 60 Maar Jezus zeide tot hem: Laat de doden hun doden begraven; doch gij, ga heen en verkondig het Koninkrijk Gods.60 Laat de doden hun doden begraven; Zie der verklaring Matth. 8:22.Vers 61 En ook een ander zeide: Heere, ik zal U volgen; maar laat mij eerst toe, dat ik afscheid neme van degenen, die in mijn huis zijn.Vers 62 En Jezus zeide tot hem: Niemand, die zijn hand aan den ploeg slaat, en ziet naar hetgeen achter is, is bekwaam tot het Koninkrijk Gods.61 Niemand, Ene gelijkenis, genomen van een akkerman, die, ploegende, altijd moet voorwaarts zien, of hij kan geen rechte voren maken, Fil. 3:14.