Gelijkenis van het zaad
Vers 4 Als nu een grote schare bijeenvergaderde, en zij van alle steden tot Hem kwamen, zo zeide Hij door gelijkenis:6 door gelijkenis: Of, door parabel.Vers 5 Een zaaier ging uit, om zijn zaad te zaaien; en als hij zaaide, viel het ene bij den weg, en werd vertreden, en de vogelen des hemels aten dat op.7 Een zaaier ging uit, Van deze gelijkenis van den zaaier zie Matth. 13:3, enz.Vers 6 En het andere viel op een steenrots, en opgewassen zijnde, is het verdord, omdat het geen vochtigheid had.Vers 7 En het andere viel in het midden van de doornen, en de doornen mede opwassende, verstikten hetzelve.Vers 8 En het andere viel op de goede aarde, en opgewassen zijnde, bracht het honderdvoudige vrucht voort. Dit zeggende, riep Hij: Wie oren heeft, om te horen, die hore.8 honderdvoudige vrucht voort. Dat is, zeer overvloedige, alzo de grootste vruchtbaarheid daarboven zelden gaat; Gen. 26:12.Vers 9 En Zijn discipelen vraagden Hem, zeggende: Wat mag deze gelijkenis wezen?9 wezen? Dat is, beduiden, of betekenen, gelijk ook Luk. 8:11 en vervolgens.Vers 10 En Hij zeide: U is het gegeven, de verborgenheden van het Koninkrijk Gods te verstaan; maar tot de anderen spreek Ik in gelijkenissen, opdat zij ziende niet zien, en horende niet verstaan.10 U is het gegeven, Zie hiervan Mark. 4:11.Vers 11 Dit is nu de gelijkenis: Het zaad is het Woord Gods.11 is het Woord Gods. Dat is, betekent.Vers 12 En die bij den weg bezaaid worden, zijn dezen, die horen; daarna komt de duivel, en neemt het Woord uit hun hart weg, opdat zij niet zouden geloven, en zalig worden.Vers 13 En die op de steenrots bezaaid worden, zijn dezen, die, wanneer zij het gehoord hebben, het Woord met vreugde ontvangen; en dezen hebben geen wortel, die maar voor een tijd geloven, en in den tijd der verzoeking wijken zij af.Vers 14 En dat in de doornen valt, zijn dezen, die gehoord hebben, en heengaande verstikt worden door de zorgvuldigheden, en rijkdom, en wellusten des levens, en voldragen geen vrucht.Vers 15 En dat in de goede aarde valt, zijn dezen, die, het Woord gehoord hebbende, hetzelve in een eerlijk en goed hart bewaren, en in volstandigheid vruchten voortbrengen.12 eerlijk Dat is, door Gods Geest geopend, opgewekt en bekwaam gemaakt om het woord aan te nemen en te gehoorzamen; Jer. 31:38; Ezech. 36:26,27; Hand. 16:14.13 in volstandigheid Of, in lijdzaamheid; waardoor zij, niettegenstaande al de verzoekingen en verdrukkingen om des woords wil, volstandiglijk volharden. Zie Matth. 24:13; Hebr. 10:36.