Jezus gezalfd door een zondares
Vers 36 En een der Farizeën bad Hem, dat Hij met hem ate; en ingegaan zijnde in des Farizeërs huis, zat Hij aan.Vers 37 En ziet, een vrouw in de stad, welke een zondares was, verstaande, dat Hij in des Farizeërs huis aanzat, bracht een albasten fles met zalf.37 een zondares was, Dat is, een grote zondares, van een oneerlijk leven, en in de stad daarvoor bekend.38 een albasten fles met zalf. Zie dergelijke Matth. 26:7; Mark. 14:3.Vers 38 En staande achter Zijn voeten, wenende, begon zij Zijn voeten nat te maken met tranen, en zij droogde ze af met het haar van haar hoofd, en kuste Zijn voeten, en zalfde ze met de zalf.39 wenende, Namelijk bedroefd zijnde over hare zonden, gelijk Petrus; Luk. 22:62.40 voeten nat te maken met tranen, Dit zijn tekenen van hare boetvaardigheid en liefde tot Christus spruitende uit het gevoel van hare zonden en der vergeving derzelve, gelijk blijkt uit Luk. 7:47.Vers 39 En de Farizeër, die Hem genood had, zulks ziende, sprak bij zichzelven, zeggende: Deze, indien Hij een profeet ware, zou wel weten, wat en hoedanige vrouw deze is, die Hem aanraakt; want zij is een zondares.Vers 40 En Jezus antwoordende, zeide tot hem: Simon! Ik heb u wat te zeggen. En hij sprak: Meester! zeg het.Vers 41 Jezus zeide: Een zeker schuldheer had twee schuldenaars; de een was schuldig vijfhonderd penningen, en de andere vijftig;41 Een zeker Wat het oogmerk van Christus in deze gelijkenis is, toont Hijzelf als Hij die toepast op deze vrouw, Luk. 7:47.42 schuldheer had twee schuldenaars; Of, uitlener, bankhouder.43 penningen, Grieks denariën. Zie de waarde daarvan Matth. 18:28.Vers 42 En als zij niet hadden om te betalen, schold hij het hun beiden kwijt. Zeg dan, wie van dezen zal hem meer liefhebben?Vers 43 En Simon, antwoordende, zeide: Ik acht, dat hij het is, dien hij het meeste kwijtgescholden heeft. En Hij zeide tot hem: Gij hebt recht geoordeeld.Vers 44 En Hij, Zich omkerende naar de vrouw, zeide tot Simon: Ziet gij deze vrouw? Ik ben in uw huis gekomen; water hebt gij niet tot Mijn voeten gegeven; maar deze heeft Mijn voeten met tranen nat gemaakt, en met het haar van haar hoofd afgedroogd.44 water hebt gij niet tot Mijn voeten gegeven; Met deze drie betoningen van vriendschap ontvingen de ouden in die landen hun vreemde gasten en vrienden, gelijk te zien is Gen. 18:4, en Gen. 19:2; Exod. 4:27, en Exod. 18:7; Pred. 9:8; Ps. 23:5; Rom. 16:16, en elders.Vers 45 Gij hebt Mij geen kus gegeven; maar deze, van dat zij ingekomen is, heeft niet afgelaten Mijn voeten te kussen.45 van dat zij ingekomen is, Anders, van dat ik ingekomen ben.Vers 46 Met olie hebt gij Mijn hoofd niet gezalfd; maar deze heeft Mijn voeten met zalf gezalfd.Vers 47 Daarom zeg Ik u: Haar zonden zijn haar vergeven, die vele waren; want zij heeft veel liefgehad; maar dien weinig vergeven wordt, die heeft weinig lief.46 want zij heeft veel liefgehad; Hiermede wordt niet aangewezen dat deze haar grote liefde de oorzaak was van de vergeving van hare zonden, maar dat ze een vrucht, bewijs en teken was, dat haar vele zonden vergeven waren, en dat zij daarom nu niet meer voor zulk een zondares was te houden, gelijk blijkt uit de naastvolgende woorden en het gehele oogmerk van deze gelijkenis. Waaruit klaarlijk kan gezien worden dat de vergeving der zonden gesteld wordt als de oorzaak van de liefde, en niet de liefde de oorzaak van de vergeving der zonden, gelijk ook in Luk. 7:50 gezegd wordt, dat het geloof en niet de liefde haar behouden heeft.Vers 48 En Hij zeide tot haar: Uw zonden zijn u vergeven.Vers 49 En die mede aanzaten, begonnen te zeggen bij zichzelven: Wie is Deze, Die ook de zonden vergeeft?47 bij zichzelven: Of, onder elkander.Vers 50 Maar Hij zeide tot de vrouw: Uw geloof heeft u behouden; ga heen in vrede.48 geloof heeft u behouden; Dat is, door uw geloof in mij hebt gij deze weldaad der vergeving uwer zonden ontvangen, waardoor gij behouden wordt ter zaligheid. Zie Hand. 26:18.