Advertentie

Lukas 6:17-49

33 verzen · 41 kanttekeningen · Statenvertaling

De bergrede

Vers 17 En met hen afgekomen zijnde, stond Hij op een vlakke plaats, en met Hem de schare Zijner discipelen, en een grote menigte des volks van geheel Judea en Jeruzalem, en van den zeekant van Tyrus en Sidon;Vers 18 Die gekomen waren, om Hem te horen, en om van hun ziekten genezen te worden, en die van onreine geesten gekweld waren; en zij werden genezen.Vers 19 En al de schare zocht Hem aan te raken; want er ging kracht van Hem uit, en Hij genas ze allen.13 kracht van Hem uit, Dat is, Hij bewees aan haar Zijn goddelijke kracht, waardoor Hij haar genas. Zie Mark. 5:30.Vers 20 En Hij, Zijn ogen opslaande over Zijn discipelen, zeide: Zalig zijt gij, armen, want uwer is het Koninkrijk Gods.14 armen, Namelijk van geest. Zie Matth. 5:3.Vers 21 Zalig zijt gij, die nu hongert; want gij zult verzadigd worden. Zalig zijt gij, die nu weent; want gij zult lachen.15 hongert; Namelijk naar de gerechtigheid, Matth. 5:6.16 weent; Namelijk lijdende om Christus en des Evangelies van Christus' wil, gelijk blijkt uit Luk. 6:22.Vers 22 Zalig zijt gij, wanneer u de mensen haten, en wanneer zij u afscheiden, en smaden, en uw naam als kwaad verwerpen, om des Zoons des mensen wil.17 wanneer zij u afscheiden, Of, afsnijden; namelijk van hunne vergaderingen en gezelschappen. Zie Joh. 16:2.18 smaden, Namelijk als goddelozen of ketters.19 verwerpen, Of, uitdoen. Grieks uitwerpen.Vers 23 Verblijdt u in dien dag, en zijt vrolijk; want, ziet, uw loon is groot in den hemel; want hun vaders deden desgelijks den profeten.20 zijt vrolijk; Grieks springt op; namelijk van vreugde.21 loon is Van dit loon, zie Matth. 5:12.22 groot in den hemel; Grieks veel.Vers 24 Maar wee u, gij rijken, want gij hebt uw troost weg.23 gij rijken, Dat is, die u op uwen rijkdom verlaat, en uw troost daarin zoekt, Mark. 10:24.Vers 25 Wee u, die verzadigd zijt, want gij zult hongeren. Wee u, die nu lacht, want gij zult treuren en wenen.24 verzadigd zijt, Grieks vervuld; dat is, die uw lust hebt in uw lichaam met spijs en drank op te vullen. Zie Jak. 5:5.25 lacht, Dat is, die uw vermaak hebt in allerlei wereldse blijdschap, Joh. 16:20, en in de verdrukking der vromen, Openb. 11:10.26 treuren en wenen. Namelijk eeuwiglijk. Jak. 5:1.Vers 26 Wee u, wanneer al de mensen wel van u spreken, want hun vaders deden desgelijks den valsen profeten.27 al de mensen wel van u spreken, Namelijk de wereldse mensen, Joh. 15:19; als gij hun zoudt zoeken te behagen en gelijk te zijn, Gal. 1:10.Vers 27 Maar Ik zeg ulieden, die dit hoort: Hebt uw vijanden lief; doet wel dengenen, die u haten.Vers 28 Zegent degenen, die u vervloeken, en bidt voor degenen, die u geweld doen.28 geweld doen. Of, lasteren; gelijk 1 Petr. 2:16.Vers 29 Dengene, die u aan de wang slaat, biedt ook de andere; en dengene, die u den mantel neemt, verhindert ook den rok niet te nemen.29 biedt ook de andere; Namelijk liever dan dat gij uzelven zoudt wreken, of kwaad met kwaad vergelden.Vers 30 Maar geeft een iegelijk, die van u begeert; en van dengene, die het uwe neemt, eist niet weder.30 een iegelijk, die van u begeert; Dit moet verstaan worden van de rechte armen, die gebrek lijden, welken wij ook geven moeten naar ons vermogen. Zie hiervan den regel van Paulus, 2 Cor. 8:12,13,14.31 eist niet weder. Namelijk zo daardoor de liefde des naasten zou worden gekwetst, of aan anderen ergernis gegeven, 1 Cor. 6:7.Vers 31 En gelijk gij wilt, dat u de mensen doen zullen, doet gij hun ook desgelijks.Vers 32 En indien gij liefhebt, die u liefhebben, wat dank hebt gij? Want ook de zondaars hebben lief degenen, die hen liefhebben.32 dank hebt gij? Of, genade; dat is genadige weldaad of vergelding van God.33 de zondaars hebben lief degenen, Dat is openbare en grote zondaars, hoedanige gehouden werden de tollenaars, die in de plaats derzelve, Matth. 5:46,47, gesteld worden.Vers 33 En indien gij goed doet dengenen, die u goed doen, wat dank hebt gij? Want ook de zondaars doen hetzelfde.Vers 34 En indien gij leent dengenen, van welke gij hoopt weder te ontvangen, wat dank hebt gij? Want ook de zondaars lenen den zondaren, opdat zij evengelijk weder mogen ontvangen.34 weder te ontvangen, Namelijk het geleende geld, of dergelijke vriendschap wanneer gij zulks nodig zoudt hebben, gelijk uit de volgende woorden in het einde van Luk. 6:34 blijkt.Vers 35 Maar hebt uw vijanden lief, en doet goed, en leent, zonder iets weder te hopen; en uw loon zal groot zijn, en gij zult kinderen des Allerhoogsten zijn; want Hij is goedertieren over de ondankbaren en bozen.35 zonder iets weder te hopen; Of, zonder daarvan iets te hopen; dat is, niet alleen dengenen, die gij hoopt dat het zullen wedergeven, of dergelijke vriendschap wederdoen, maar ook dengenen waarvan gij die hoop niet hebt; gelijk hij hier ook gebiedt niet alleen de vrienden, maar ook de vijanden lief te hebben.36 groot zijn, Grieks veel.37 zijn; Dat is, tonen metterdaad dat gij het zijt.38 goedertieren Of, weldadig.Vers 36 Weest dan barmhartig, gelijk ook uw Vader barmhartig is.Vers 37 En oordeelt niet, en gij zult niet geoordeeld worden; verdoemt niet, en gij zult niet verdoemd worden; laat los, en gij zult losgelaten worden.39 oordeelt niet, Namelijk lichtvaardig of verkeerd, gelijk Matth. 7:1.40 laat los, Of, vergeeft, en u zal vergeven worden.Vers 38 Geeft, en u zal gegeven worden; een goede, neergedrukte, en geschudde en overlopende maat zal men in uw schoot geven; want met dezelfde maat, waarmede gijlieden meet, zal ulieden wedergemeten worden.41 maat zal men in Ene gelijkenis, genomen van het meten van droge waren, als men elk het zijne ruim wil toemeten.42 uw schoot geven; Ene manier van spreken, genomen van de wijze der volken in het Oosten, die lange wijde klederen droegen, waarin zij ontvangen konden hetgeen hun gegeven werd; Ps. 79:12; Jer. 32:18.Vers 39 En Hij zeide tot hen een gelijkenis: Kan ook wel een blinde een blinde op den weg leiden? Zullen zij niet beiden in de gracht vallen?Vers 40 De discipel is niet boven zijn meester; maar een iegelijk volmaakt discipel zal zijn gelijk zijn meester.43 meester; Grieks leraar, of leermeester.44 volmaakt Dat is, een oprecht, waar en getrouw discipel.Vers 41 En wat ziet gij den splinter, die in uws broeders oog is, en den balk, die in uw eigen oog is, merkt gij niet?45 splinter, Wat door den splinter en den balk verstaan wordt, zie Matth. 7:3.Vers 42 Of hoe kunt gij tot uw broeder zeggen: Broeder, laat toe, dat ik den splinter, die in uw oog is, uitdoe; daar gij zelf den balk, die in uw oog is, niet ziet? Gij geveinsde! doe eerst den balk uit uw oog, en dan zult gij bezien, om den splinter uit te doen, die in uws broeders oog is.46 uitdoe; Grieks uitwerpe.Vers 43 Want het is geen goede boom, die kwade vrucht voortbrengt, en geen kwade boom, die goede vrucht voortbrengt;47 voortbrengt, Grieks maakt.48 kwade boom, Grieks verrotte.Vers 44 Want ieder boom wordt uit zijn eigen vrucht gekend; want men leest geen vijgen van doornen, en men snijdt geen druif van bramen.Vers 45 De goede mens brengt het goede voort uit den goeden schat zijns harten; en de kwade mens brengt het kwade voort uit den kwaden schat zijns harten; want uit den overvloed des harten spreekt zijn mond.49 brengt het kwade voort Namelijk gemeenlijk, of voor het merendeel. Want de geveinsden spreken anders dikwijls wat zij niet menen, hoewel hunne geveinsdheid veeltijds aan den dag komt.Vers 46 En wat noemt gij Mij, Heere, Heere! en doet niet hetgeen Ik zeg?Vers 47 Een iegelijk, die tot Mij komt, en Mijn woorden hoort, en dezelve doet, Ik zal u tonen, wien hij gelijk is.Vers 48 Hij is gelijk een mens, die een huis bouwde, en groef, en verdiepte, en leide het fondament op een steenrots; als nu de hoge vloed kwam, zo sloeg de waterstroom tegen dat huis aan, en kon het niet bewegen; want het was op de steenrots gegrond.50 en verdiepte, Dat is, groef diep, namelijk om te vaster fondament te leggen.51 de hoge vloed kwam, Grieks de volle vloed; waardoor, alsook door de stromen, verstaan worden de verleidingen, verzoekingen, verdrukkingen en vervolgingen, Matth. 13:21.52 sloeg de waterstroom tegen dat huis aan, Grieks bak.Vers 49 Maar die ze gehoord, en niet gedaan zal hebben, is gelijk een mens, die een huis bouwde op de aarde zonder fondament; tegen hetwelk de waterstroom aansloeg, en het viel terstond, en de val van datzelve huis was groot.53 de val van datzelve huis was groot. Grieks de breuk, of scheur.

Lees heel Lukas 6

Advertentie

Steun het werk — als dank leest u zonder advertenties.

De dagtekst, elke ochtend

Elke ochtend één kerntekst uit de Statenvertaling in uw mailbox, met een psalmvers om te zingen. Bekijk de dagtekst van vandaag.

Geen spam en afmelden kan altijd.

Dank u. Controleer uw e-mail om de aanmelding te bevestigen.