Verschijning aan de elf apostelen
Vers 36 En als zij van deze dingen spraken, stond Jezus Zelf in het midden van hen, en zeide tot hen: Vrede zij ulieden!Vers 37 En zij verschrikt en zeer bevreesd geworden zijnde, meenden, dat zij een geest zagen.35 een geest zagen. Dat is, spooksel. Zie Matth. 14:26. Of, een engel in menselijke gedaante, Hand. 12:9.Vers 38 En Hij zeide tot hen: Wat zijt gij ontroerd, en waarom klimmen zulke overleggingen in uw harten?Vers 39 Ziet Mijn handen en Mijn voeten; want Ik ben het Zelf; tast Mij aan, en ziet; want een geest heeft geen vlees en benen, gelijk gij ziet, dat Ik heb.36 want Ik ben het Zelf; Of, dat Ik het zelf ben.Vers 40 En als Hij dit zeide, toonde Hij hun de handen en de voeten.Vers 41 En toen zij het van blijdschap nog niet geloofden, en zich verwonderden, zeide Hij tot hen: Hebt gij hier iets om te eten?37 om te eten? Grieks etelijks, of eetbaars.Vers 42 En zij gaven Hem een stuk van een gebraden vis, en van honigraten.Vers 43 En Hij nam het, en at het voor hun ogen.38 at het voor hun ogen. Niet dat Hij zulks van node had, dewijl Hij nu onsterflijk geworden was; maar om hun te verzekeren dat Hij hetzelfde lichaam nog had. Zie Hand. 10:41.Vers 44 En Hij zeide tot hen: Dit zijn de woorden, die Ik tot u sprak, als Ik nog met u was, namelijk dat het alles moest vervuld worden, wat van Mij geschreven is in de Wet van Mozes, en de Profeten, en Psalmen.39 met u was, Dat is, openbaar en gedurig met u verkeerde vóór mijn dood.Vers 45 Toen opende Hij hun verstand, opdat zij de Schriften verstonden.40 opende Hij hun verstand, Namelijk door de verlichting Zijns Heiligen Geestes; Hand. 16:14; 1 Cor. 2:13.Vers 46 En zeide tot hen: Alzo is er geschreven, en alzo moest de Christus lijden, en van de doden opstaan ten derden dage.Vers 47 En in Zijn Naam gepredikt worden bekering en vergeving der zonden, onder alle volken, beginnende van Jeruzalem.41 beginnende van Jeruzalem. Dewijl den Joden voornamelijk de Messias beloofd was, Rom. 1:16, en het Evangelie uit Zion en Jeruzalem moest uitgaan, Jes. 2:3.Vers 48 En gij zijt getuigen van deze dingen.Vers 49 En ziet, Ik zende de belofte Mijns Vaders op u; maar blijft gij in de stad Jeruzalem, totdat gij zult aangedaan zijn met kracht uit de hoogte.42 belofte Mijns Vaders op u; Dat is, den Heiligen Geest, dien Ik u beloofd heb van den Vader te zullen zenden; Joh. 14:16, en Joh. 15:26; Hand. 1:4.43 blijf gij in de stad Jeruzalem, Grieks zet u neder.44 kracht Namelijk met den Heiligen Geest; Hand. 1:8.45 uit de hoogte. Dat is, uit den hemel; Hebr. 1:3; Hand. 2:2.