Lukas 24:36-49

Verschijning aan de elf apostelen

Vers 36 En als zij van deze dingen spraken, stond Jezus Zelf in het midden van hen, en zeide tot hen: Vrede zij ulieden!Vers 37 En zij verschrikt en zeer bevreesd geworden zijnde, meenden, dat zij een geest zagen.Vers 38 En Hij zeide tot hen: Wat zijt gij ontroerd, en waarom klimmen zulke overleggingen in uw harten?Vers 39 Ziet Mijn handen en Mijn voeten; want Ik ben het Zelf; tast Mij aan, en ziet; want een geest heeft geen vlees en benen, gelijk gij ziet, dat Ik heb.Vers 40 En als Hij dit zeide, toonde Hij hun de handen en de voeten.Vers 41 En toen zij het van blijdschap nog niet geloofden, en zich verwonderden, zeide Hij tot hen: Hebt gij hier iets om te eten?Vers 42 En zij gaven Hem een stuk van een gebraden vis, en van honigraten.Vers 43 En Hij nam het, en at het voor hun ogen.Vers 44 En Hij zeide tot hen: Dit zijn de woorden, die Ik tot u sprak, als Ik nog met u was, namelijk dat het alles moest vervuld worden, wat van Mij geschreven is in de Wet van Mozes, en de Profeten, en Psalmen.Vers 45 Toen opende Hij hun verstand, opdat zij de Schriften verstonden.Vers 46 En zeide tot hen: Alzo is er geschreven, en alzo moest de Christus lijden, en van de doden opstaan ten derden dage.Vers 47 En in Zijn Naam gepredikt worden bekering en vergeving der zonden, onder alle volken, beginnende van Jeruzalem.Vers 48 En gij zijt getuigen van deze dingen.Vers 49 En ziet, Ik zende de belofte Mijns Vaders op u; maar blijft gij in de stad Jeruzalem, totdat gij zult aangedaan zijn met kracht uit de hoogte.

Advertentie

Liever lezen zonder advertenties? Lees meer over Plus