Lukas 18:18-30

De rijke jongeling

Vers 18 En een zeker overste vraagde Hem, zeggende: Goede Meester, wat doende zal ik het eeuwige leven beerven?Vers 19 En Jezus zeide tot hem: Wat noemt gij Mij goed? Niemand is goed, dan Een, namelijk God.Vers 20 Gij weet de geboden: Gij zult geen overspel doen; gij zult niet doden; gij zult niet stelen; gij zult geen valse getuigenis geven; eer uw vader en uw moeder.Vers 21 En hij zeide: Al deze dingen heb ik onderhouden van mijn jonkheid aan.Vers 22 Doch Jezus, dit horende, zeide tot hem: Nog een ding ontbreekt u; verkoop alles, wat gij hebt, en deel het onder de armen, en gij zult een schat hebben in den hemel; en kom herwaarts, volg Mij.Vers 23 Maar als hij dit hoorde, werd hij geheel droevig; want hij was zeer rijk.Vers 24 Jezus nu, ziende, dat hij geheel droevig geworden was, zeide: Hoe bezwaarlijk zullen degenen, die goed hebben, in het Koninkrijk Gods ingaan!Vers 25 Want het is lichter, dat een kemel ga door het oog van een naald, dan dat een rijke in het Koninkrijk Gods inga.Vers 26 En die dit hoorden, zeiden: Wie kan dan zalig worden?Vers 27 En Hij zeide: De dingen, die onmogelijk zijn bij de mensen, zijn mogelijk bij God.Vers 28 En Petrus zeide: Zie, wij hebben alles verlaten, en zijn U gevolgd.Vers 29 En Hij zeide tot hen: Voorwaar, Ik zeg ulieden, dat er niemand is, die verlaten heeft huis, of ouders, of broeders, of vrouw, of kinderen, om het Koninkrijk Gods;Vers 30 Die niet zal veelvoudig weder ontvangen in dezen tijd, en in de toekomende eeuw het eeuwige leven.

Advertentie

Liever lezen zonder advertenties? Lees meer over Plus