Heer en knecht
Vers 7 En wie van u heeft een dienstknecht ploegende, of de beesten hoedende, die tot hem, als hij van den akker inkomt, terstond zal zeggen: Kom bij, en zit aan?9 dienstknecht ploegende, Dat is, een slaaf, of lijfeigene, die zijnen heer alles schuldig is, wat hij doen kan.Vers 8 Maar zal hij niet tot hem zeggen: Bereid, dat ik te avond zal eten, en omgord u, en dien mij, totdat ik zal gegeten en gedronken hebben; en eet en drink gij daarna?10 omgord u, Namelijk naar de wijze van die landen, waar men lange klederen droeg. Zie Luk. 12:37.Vers 9 Dankt hij ook denzelven dienstknecht omdat hij gedaan heeft, hetgeen hem bevolen was? Ik meen, neen.11 Dankt hij ook denzelven dienstknecht Dat is, weet hij hem dat ook dank, als hij daardoor in Hem gehouden ware?Vers 10 Alzo ook gij, wanneer gij zult gedaan hebben al hetgeen u bevolen is, zo zegt: Wij zijn onnutte dienstknechten; want wij hebben maar gedaan, hetgeen wij schuldig waren te doen.12 onnutte dienstknechten; Dat is, die onzen Heer geen nut, of voordeel toebrengen, Rom. 11:35. Hoewel er niemand is die doet, zelfs hetgeen hij schuldig is, 1 Kon. 8:46; Job 9:3; Matth. 6:12.