Maria en Martha
Vers 38 En het geschiedde, als zij reisden, dat Hij kwam in een vlek; en een zekere vrouw, met name Martha, ontving Hem in haar huis.43 vlek; Namelijk Bethanië. Zie Joh. 11:1.Vers 39 En deze had een zuster, genaamd Maria, welke ook, zittende aan de voeten van Jezus, Zijn woord hoorde.44 ook, zittende Namelijk onder andere toehoorders.Vers 40 Doch Martha was zeer bezig met veel dienens, en daarbij komende, zeide zij: Heere, trekt Gij U dat niet aan, dat mijn zuster mij alleen laat dienen? Zeg dan haar, dat zij mij helpe.45 met veel dienens, Namelijk om den maaltijd toe te bereiden, gelijk Matth. 8:15.46 dat zij mij helpe. Grieks dat zij het met en nevens mij aanneme.Vers 41 En Jezus, antwoordende, zeide tot haar: Martha, Martha, gij bekommert en ontrust u over vele dingen;Vers 42 Maar een ding is nodig; doch Maria heeft het goede deel uitgekozen, hetwelk van haar niet zal weggenomen worden.47 een ding is nodig; Namelijk het geestelijke vooral te bezorgen, Ps. 57:4; Matth. 6:33.