Jezus' dankgebed
Vers 21 Te dier ure verheugde Zich Jezus in den geest, en zeide: Ik dank U, Vader! Heere des hemels en der aarde; dat Gij deze dingen voor de wijzen en verstandigen verborgen hebt, en hebt dezelve den kinderkens geopenbaard; ja, Vader, want alzo is geweest het welbehagen voor U.25 in den geest, Dat is, innerlijk en van harte.26 Ik dank U, Vader! Grieks ik belijd.27 wijzen en verstandigen verborgen hebt, Namelijk dezer wereld, 1 Cor. 1:26.28 kinderkens geopenbaard; Dat is, den verachten en kleinen naar de wereld; of den geringen van verstand en wetenschap, 1 Cor. 1:27.29 Vader, Namelijk zo hebt Gij gedaan.Vers 22 Alle dingen zijn Mij van Mijn Vader overgegeven; en niemand weet, wie de Zoon is, dan de Vader; en wie de Vader is, dan de Zoon, en dien het de Zoon zal willen openbaren.30 Alle dingen Dat is, de macht over alle dingen in hemel en op aarde. Zie Matth. 28:18.31 openbaren. Namelijk door zijn Woord en Geest, 1 Cor. 2:11,12.Vers 23 En Zich kerende naar de discipelen, zeide Hij tot hen alleen: Zalig zijn de ogen, die zien, hetgeen gij ziet.32 hetgeen gij ziet. Namelijk de Christus of Messias in het vlees nu geopenbaard, en zijn ambt bedienende, Joh. 8:56; Hand. 2:25; 1 Petr. 1:8, enz.Vers 24 Want Ik zeg u, dat vele profeten en koningen hebben begeerd te zien, hetgeen gij ziet, en hebben het niet gezien; en te horen, hetgeen gij hoort, en hebben het niet gehoord.33 hebben begeerd te zien, Grieks hebben willen zien.