Advertentie

Leviticus 25:23-55

33 verzen · 42 kanttekeningen · Statenvertaling

Over het recht om verkochte erfgoederen te lossen

Vers 23 Het land ook zal niet voor altoos verkocht worden; want het land is het Mijne, dewijl gij vreemdelingen en bijwoners bij Mij zijt.26 voor altoos verkocht worden; Hebreeuws, tot afsnijding; te weten, van het recht der lossing; zodat den verkoper ten enenmale zou afgesneden en ontnomen zijn het recht van zijn verkocht erf te mogen lossen, of in het jubeljaar wederom tot zijne bezitting te keren. Zie dezelfde manier van spreken onder, Lev. 25:30.Vers 24 Daarom zult gij, in het ganse land uwer bezitting, lossing voor het land toelaten.27 zult gij, Dat is, gij zult het met deze conditie verkopen, dat het zal mogen gelost worden.28 toelaten: Hebreeuws, eigenlijk geven.Vers 25 Wanneer uw broeder zal verarmd zijn, en iets van zijn bezitting verkocht zal hebben, zo zal zijn losser, die hem nabestaande is, komen, en zal het verkochte zijns broeders lossen.Vers 26 En wanneer iemand geen losser zal hebben, maar zijn hand bekomen en hij gevonden zal hebben, zoveel genoeg is tot zijn lossing;29 maar zijn hand bekomen Zie dergelijke manier van spreken, boven, Lev. 5:7.30 zoveel genoeg is Hebreeuws, naar de genoegzaamheid zijner lossing.Vers 27 Dan zal hij de jaren zijner verkoping rekenen, en het overschot zal hij den man, wien hij het verkocht had, weder uitkeren; en hij zal weder tot zijn bezitting komen.31 jaren zijner verkoping rekenen, Te weten, van toen de verkoping was geschied tot het jubeljaar daaraan volgende, rekenende de inkomst van zoveel jaren als er nog overig waren, en die betalende naar de waarde, gelijk de koop geschied was. Zie boven, Lev. 25:16.Vers 28 Maar indien zijn hand niet gevonden heeft, wat genoeg is, om aan hem weder uit te keren, zo zal zijn verkochte goed zijn in de hand van deszelfs koper tot het jubeljaar toe; maar in het jubeljaar zal het uitgaan, en hij zal tot zijn bezitting wederkeren.32 zijn hand niet gevonden heeft, Vergelijk dit met de aantekeningen op Lev. 25:30, en Richt. 9:33.33 zal het uitgaan, Dat is, het verkochte goed zal niet meer in de macht desgenen zijn, die dat gekocht had. Anders, hij, te weten, de koper zal uitgaan. Vergelijk onder, Lev. 25:30,31, in het volgende, hij, te weten, de verkoper.Vers 29 Insgelijks, wanneer iemand een woonhuis in een bemuurde stad zal verkocht hebben, zo zal zijn lossing zijn, totdat het jaar zijner verkoping volkomen zal zijn; in een vol jaar zal zijn lossing wezen.34 bemuurde stad zal verkocht hebben, Hebreeuws, een stad des muurs.35 vol jaar zal zijn lossing wezen. Hebreeuws, dagen. Alzo wordt dit woordje voor een volkomen jaar genomen, Exod. 13:10; 1 Sam. 1:3, en 1 Sam. 27:7. De zin is, dat het recht dezer lossing duurde een geheel en volkomen jaar nadat de verkoping geschied was.Vers 30 Maar is het, dat het niet gelost wordt, tegen dat hem het gehele jaar zal vervuld zijn, zo zal dat huis, hetwelk in die stad is, die een muur heeft, voor altoos blijven aan hem, die dat gekocht heeft, onder zijn geslachten; het zal in het jubeljaar niet uitgaan.36 voor altoos blijven aan hem, Hebreeuws, tot afsnijding; gelijk boven, Lev. 25:23. De zin is, dat het huis den koper alzo toebehoren en eigen worden moest, dat den verkoper alle recht van dat te mogen lossen afgesneden werd.37 het zal in het jubeljaar Versta dit van het verkochte huis, hetwelk ook uit het vermogen des kopers in het jubeljaar niet mocht uitgaan, maar hem moest eigen blijven.Vers 31 Doch de huizen der dorpen, die rondom geen muur hebben, zullen als het veld des lands gerekend worden; daarvoor zal lossing zijn, en zij zullen in het jubeljaar uitgaan.38 daarvoor zal lossing zijn, Te weten, voor de huizen der dorpen, gelijk van het veld verordineerd wordt, boven, Lev. 25:25,26. In het Hebreeuws staat dit in het getal van enen, ziende op elk dorpshuis. Anders, voor hem [den verkoper] zal lossing zijn en [de koper] zal er uitgaan in het jubeljaar.Vers 32 Aangaande de steden der Levieten, en de huizen der steden hunner bezitting; de Levieten zullen een eeuwige lossing hebben.39 een eeuwige lossing hebben. Versta dit van den tijd der wet en der Joodse politie in het land Kanaän; alzo onder, Lev. 25:34. Zie Gen. 13:15.Vers 33 En als men onder de Levieten lossing zal gedaan hebben, zo zal de koop van het huis en van de stad zijner bezitting in het jubeljaar uitgaan; want de huizen van de steden der Levieten zijn hun bezitting in het midden van de kinderen Israëls.40 onder de Levieten Anders, als men van de Levieten enig huis zal gekocht hebben, enz. Of, maar die lost, [hetzij] van de Levieten, of, de [koper] zal van het verkochte huis, enz.41 van het huis Namelijk, dat van den verkoper zal gelost worden.42 van de stad zijner bezitting Versta, tot welke het huis behoorde of waaronder het sorteerde.Vers 34 Doch het veld van de voorstad hunner steden zal niet verkocht worden; want het is een eeuwige bezitting voor hen.43 voorstad hunner steden Dat is, dat onder de stad gelegen is.44 een eeuwige bezitting voor hen. Als boven, Lev. 25:32.Vers 35 En als uw broeder zal verarmd zijn, en zijn hand bij u wankelen zal, zo zult gij hem vasthouden, zelfs een vreemdeling en bijwoner, opdat hij bij u leve.45 bij u wankelen zal, Dat is, zijn vermogen en middelen zullen afgaande zijn. Anders, zijn bevende hand tot u uitstrekken zal, om hulp in zijne armoede en ellende bij u te verkrijgen.46 vasthouden, Het Hebreeuwse woord betekent eigenlijk aangrijpen en vatten om vast te houden. Versta hierdoor allerlei onderstand en weldadigheid, waardoor men den armen te hulp komt. Vergelijk Ezech. 16:49.47 vreemdeling en bijwoner, Men kan hier verstaan dezulken, die Jodengenoten geworden waren en de Israëlietische religie aangenomen hadden. Want aan andere vreemdelingen mochten zij op woeker lenen, Deut. 23:20, hetwelk God verboden had te doen aan den gelovigen vreemdeling; Exod. 22:25; Deut. 23:19.Vers 36 Gij zult geen woeker noch overwinst van hem nemen; maar gij zult vrezen voor uw God, opdat uw broeder bij u leve.48 woeker Het Hebreeuwse woord betekent een bijting of doorknaging; omdat door den woeker de middelen der mensen verslonden worden.49 overwinst van hem nemen; Het Hebreeuwse woord is zoveel als vermenigvuldiging of overmatige vergroting, gelijk is woeker van woeker, gewin van gewin, en overschatting buiten reden en maat nemen. Sommigen nemen het eerste woord voor den woeker, die met geld geschiedt, het andere voor het overgewin, dat verkregen wordt met waar, spijs, kleding, enz.Vers 37 Uw geld zult gij hem niet op woeker geven, en gij zult uw spijze niet op overwinst geven.Vers 38 Ik ben de Heere, uw God, Die u uit Egypteland gevoerd heb, om u het land Kanaän te geven, opdat Ik u tot een God zij.50 opdat Ik u tot een God zij. Zie Gen. 17:7.Vers 39 Desgelijks, wanneer uw broeder bij u zal verarmd zijn, en zich aan u verkocht zal hebben, gij zult hem niet doen dienen den dienst van een slaaf;51 verkocht zal hebben, Of, aan u verkocht zal worden.52 gij zult hem niet doen dienen Of, gij zult hem geen dienst afeisen, naar slaafse dienstbaarheid, of, gij zult [u] door hem niet laten dienen, of door hem niet gediend zijn met den dienst van een slaaf of lijfeigene; dat is, gij zult zijn dienst niet gebruiken met zulke hardheid, die men de slaven placht op te leggen. Hebreeuws, gij zult niet dienen in hem den dienst eens knechts. Zie dezelfde manier van spreken onder, Lev. 25:46; Exod. 1:14; Jer. 25:14, en Jer. 30:8, en Jer. 34:9,10.Vers 40 Als een dagloner, als een bijwoner zal hij bij u zijn; tot het jubeljaar zal hij bij u dienen.Vers 41 Dan zal hij van u uitgaan, hij en zijn kinderen met hem, en hij zal tot zijn geslacht wederkeren, en tot de bezitting zijner vaderen wederkeren.53 geslacht wederkeren, Zie boven, Lev. 25:10.Vers 42 Want zij zijn Mijn dienstknechten, die Ik uit Egypteland uitgevoerd heb; zij zullen niet verkocht worden, gelijk men een slaaf verkoopt.54 dienstknechten, Die Ik uit alle volken verkoren heb tot mijn eigendom, om Mij alhier te dienen, en hierna eeuwiglijk met Mij te leven. Alzo onder, Lev. 25:55.55 gelijk men een slaaf verkoopt. Hebreeuws, door, of naar de verkoping van een slaaf; dat is, om als slaven behandeld te worden, en eeuwiglijk te dienen.Vers 43 Gij zult geen heerschappij over hem hebben met wreedheid; maar gij zult vrezen voor uw God.Vers 44 Aangaande uw slaaf of uw slavin, die gij zult hebben, die zullen van de volken zijn, die rondom u zijn; van die zult gij een slaaf of een slavin kopen.Vers 45 Gij zult ze ook kopen van de kinderen der bijwoners, die bij u als vreemdelingen verkeren, uit hen en uit hun geslachten, die bij u zullen zijn, die zij in uw land zullen gewonnen hebben; en zij zullen u tot een bezitting zijn.56 bezitting zijn. Te weten, om die als slaven, die in het jubeljaar niet konden gelost worden, altijd te gebruiken.Vers 46 En gij zult u tot bezitters over hen stellen voor uw kinderen na u, opdat zij de bezitting erven; gij zult hen in eeuwigheid doen dienen; maar over uw broeders, de kinderen Israëls, een iegelijk over zijn broeder, gij zult over hem geen heerschappij hebben met wreedheid.57 dienen; Te weten, als slaven en lijfeigenen, gelijk boven, Lev. 25:39.Vers 47 En wanneer de hand eens vreemdelings en bijwoners, die bij u is, wat bekomen zal hebben, en uw broeder, die bij hem is, verarmd zal zijn, dat hij zich aan den vreemdeling, den bijwoner, die bij u is, of aan den stam van het geslacht des vreemdelings zal verkocht hebben;58 bekomen zal hebben, Dat is, enige middelen of rijkdom verkregen zal hebben; alzo onder, Lev. 25:49.59 aan den stam Dat is, aan den ingeborene en ingezetene, welke, ofschoon hij van uitlandse ouders afkomstig is, nochtans in uw land geboren en daarin door langdurige inwoning ingeworteld is.Vers 48 Nadat hij zich zal verkocht hebben, zal er lossing voor hem zijn; een van zijn broeders zal hem lossen;Vers 49 Of zijn oom, of de zoon zijns ooms, zal hem lossen, of die uit de naasten zijns vleses van zijn geslacht is, zal hem lossen; of heeft zijn hand wat bekomen, dat hij zichzelven losse.Vers 50 En hij zal met zijn koper rekenen van dat jaar af, dat hij zich aan hem verkocht heeft tot het jubeljaar toe; alzo dat het geld zijner verkoping zal zijn naar het getal van de jaren, naar de dagen eens dagloners zal het met hem zijn.60 van de jaren, Te weten, dat hij zijn heer gediend zal hebben, om zoveel van het geld der lossing af te trekken als zijn heer in dien tijd een dagloner had moeten geven.61 zal het met hem zijn. Dat is, zal men met hem handelen.Vers 51 Indien nog vele van die jaren zijn, naar die zal hij tot zijn lossing van het geld, waarover hij gekocht is, wedergeven.62 jaren zijn, Te weten, die het jubeljaar voorafgaan, in hetwelk de knechten moesten losgelaten worden. Vergelijk Lev. 25:52.63 naar die Dat is, naar dat er nog vele jaren overig zijn voor het jubeljaar, dat hij zijnen heer van het geld, waarvoor hij verkocht was, wedergeve.64 het geld, Hebreeuws, het geld zijner koping.Vers 52 En indien er nog weinige van die jaren overgebleven zijn, tot aan het jubeljaar, zo zal hij met hem rekenen; naar zijn jaren zal hij zijn lossing wedergeven.Vers 53 Als een dagloner zal hij van jaar tot jaar bij hem zijn; men zal over hem geen heerschappij hebben met wreedheid voor uw ogen.65 jaar tot jaar bij hem zijn; Dat is, die niet nu en dan eens, maar een vol jaar of meer voor loon gearbeid heeft.66 voor uw ogen. Dat is, waarop gij het aanschouwt en door de vingers ziet.Vers 54 En is het, dat hij hierdoor niet gelost wordt, zo zal hij in het jubeljaar uitgaan, hij en zijn kinderen met hem.67 hierdoor niet gelost wordt, Dat is door de voorverhaalde personen of middelen. Anders, in deze, te weten, jaren.Vers 55 Want de kinderen Israëls zijn Mij tot dienstknechten; Mijn dienstknechten zijn zij, die Ik uit Egypteland uitgevoerd heb; Ik ben de Heere, uw God!

Lees heel Leviticus 25

Advertentie

Steun het werk — als dank leest u zonder advertenties.

De dagtekst, elke ochtend

Elke ochtend één kerntekst uit de Statenvertaling in uw mailbox, met een psalmvers om te zingen. Bekijk de dagtekst van vandaag.

Geen spam en afmelden kan altijd.

Dank u. Controleer uw e-mail om de aanmelding te bevestigen.