Zending van Tychikus en Onésimus
Vers 7 Al mijn zaken zal u bekend maken Tychikus, de geliefde broeder, en getrouwe dienaar, en mededienstknecht in den Heere;13 Al mijn zaken Of, de dingen die mij aangaan; namelijk van mijne gelegenheid in deze gevangenschap, en wat ik hier doe.Vers 8 Denwelken ik tot hetzelfde einde tot u gezonden heb, opdat hij uw zaken wete, en uw harten vertrooste;14 uw zaken wete, Dat is, den staat waar uwe gemeente in is.15 vertrooste; Namelijk zo met zijne gaven, alsook door het verhaal van de vrijheid die ik hier heb, om het Evangelie te verbreiden in mijne banden, en den voortgang van hetzelve. Zie Hand. 28:30; Filipp. 1:2.Vers 9 Met Onesimus, den getrouwen en geliefden broeder, dewelke uit de uwen is; zij zullen u alles bekend maken, wat hier is.16 uit de uwen is; Dat is, niet alleen uit uwe stads- en landslieden, maar ook een bedienaar uwer gemeente, gelijk dergelijke wijze van spreken hierna Col. 4:12 te zien is.