Verdeling van het onverdeelde land
Vers 1 En de ganse vergadering van de kinderen Israëls verzamelde zich te Silo, en zij richtten aldaar op de tent der samenkomst, nadat het land voor hen onderworpen was.1 de tent Zie hiervan Exod. 27:21.Vers 2 En er bleven over onder de kinderen Israëls, aan dewelken zij hun erfdeel niet uitgedeeld hadden, zeven stammen.Vers 3 En Jozua zeide tot de kinderen Israëls: Hoe lang houdt gij u zo slap, om voort te gaan, om het land te beërven, hetwelk de Heere, de God uwer vaderen, u gegeven heeft?Vers 4 Geeft voor ulieden drie mannen van elken stam, dat ik ze heenzende, en zij zich opmaken, en het land doorwandelen, en beschrijven hetzelve naar hun erven, en weder tot mij komen.2 beschrijven Dat is, dat zij het ergens op aftekenen in manier van een tafel, of landbeschrijving of kaart, waarin al de gelegenheid des lands uitgedrukt wordt, welke nog te delen overblijft.3 naar Hebreeuws, naar den mond hunner erven.4 hun erven, Te weten, der stammen.Vers 5 Zij nu zullen het delen in zeven delen; Juda zal blijven op zijn landpale van het zuiden, en het huis van Jozef zal blijven op zijn landpale van het noorden.Vers 6 En gijlieden zult het land beschrijven in zeven delen, en tot mij herwaarts brengen, dat ik voor ulieden het lot hier werpe voor het aangezicht des Heeren, onzes Gods.5 voor het aangezicht Te weten, voor de tent der samenkomst, en alzo Joz. 18:8.Vers 7 Want de Levieten hebben geen deel in het midden van ulieden; maar het priesterdom des Heeren is hun erfdeel. Gad nu, en Ruben, en de halve stam van Manasse, hebben hun erfdeel genomen op gene zijde van de Jordaan, oostwaarts, hetwelk hun Mozes, de knecht des Heeren, gegeven heeft.6 Want de Hier geeft Jozua de reden, waarom er maar zeven loten zijn zouden, ofschoon er bijna nog eens zoveel stammen waren.7 priesterdom Dat is, de offeranden, de tienden, de eerste vruchten, enz. komen den Levieten toe, waar zij van leven moeten.Vers 8 Toen maakten zich die mannen op, en gingen heen. En Jozua gebood hun, die heengingen om het land te beschrijven, zeggende: Gaat, en doorwandelt het land, en beschrijft het; komt dan weder tot mij, zo zal ik ulieden hier het lot werpen, voor het aangezicht des Heeren, te Silo.8 voor het aangezicht Gelijk boven, Joz. 18:6.Vers 9 De mannen dan gingen heen, en togen het land door en beschreven het, naar de steden, in zeven delen, in een boek; en kwamen weder tot Jozua in het leger te Silo.Vers 10 Toen wierp Jozua het lot voor hen te Silo, voor het aangezicht des Heeren. En Jozua deelde aldaar den kinderen Israëls het land, naar hun afdelingen.9 naar hun afdelingen. Dat is, elken stam zijn deel.