Advertentie

Johannes 7:1-9

9 verzen · 17 kanttekeningen · Statenvertaling

Ongeloof van de broeders van Jezus

Vers 1 En na dezen wandelde Jezus in Galilea; want Hij wilde in Judea niet wandelen, omdat de Joden Hem zochten te doden.1 wandelde Jezus Dat is, verkeerde, van de ene plaats van Galilea naar de andere reizende. Wat Hij nu aldaar gedaan heeft wordt beschreven van Matth. 15,16,17,18, en van Mark. 7,8,9.2 de Joden Hem Namelijk te Jeruzalem, omdat Hij op den sabbat den acht en dertigjarige zieke genezen had; Joh. 5:16.Vers 2 En het feest der Joden, namelijk de loof huttenzetting, was nabij.3 het feest der Joden, Dit was het derde grote jaarfeest der Joden, hetwelk zij houden moesten op den vijftienden dag der zevende maand, welke met onzen September ten dele overeenkomt; in hetwelk zij hutten maakten van takken van groene bomen, waarin zij zich zeven dagen onthielden, tot gedachtenis dat hunne vaders veertig jaren lang in de woestijn in hutten gewoond hadden. Zie van dit feest Lev. 23:34,40; Neh. 8:15,16.Vers 3 Zo zeiden dan Zijn broeders tot Hem: Vertrek van hier, en ga heen in Judea, opdat ook Uw discipelen Uw werken mogen aanschouwen, die Gij doet.4 broeders tot Hem: Dat is, bloedverwanten. Zie Matth. 13:55.5 ook Uw discipelen Namelijk die gij in Judea hebt.Vers 4 Want niemand doet iets in het verborgen, en zoekt zelf, dat men openlijk van hem spreke. Indien Gij deze dingen doet, zo openbaar Uzelven aan de wereld.6 iets in het verborgen, Namelijk bijzonders of groots.7 dat men openlijk Grieks in vrijmoedigheid van spreken te zijn; dat is vermaard en bekend te zijn.8 doet, zo Dat is, waarlijk doen kunt, namelijk om daarmede te betonen dat gij de Messias zijt.9 aan de wereld. Dat is, aan die grote menigte der mensen, die uit alle delen der wereld op het grote feest samenkomen zullen.Vers 5 Want ook Zijn broeders geloofden niet in Hem.10 Zijn broeders Namelijk sommigen derzelven; want enigen als Johannes en Jakobus en anderen, geloofden in Hem; Hand. 1:14.Vers 6 Jezus dan zeide tot hen: Mijn tijd is nog niet hier, maar uw tijd is altijd bereid.11 Mijn tijd is Dat is, mijne gelegenheid om tot het feest op te gaan.12 altijd bereid. Namelijk overmits men u niet zoekt te doden, gelijk mij.Vers 7 De wereld kan ulieden niet haten, maar Mij haat zij, omdat Ik van dezelve getuig, dat haar werken boos zijn.13 De wereld Dat is, de wereldse mensen.14 kan ulieden niet Namelijk omdat gij ook van de wereld zijt, en de wereld het hare liefheeft; Joh. 15:19.Vers 8 Gaat gijlieden op tot dit feest; Ik ga nog niet op tot dit feest; want Mijn tijd is nog niet vervuld.15 Mijn tijd is Namelijk om te gaan op het feest zonder gevaar.16 vervuld. Dat is gekomen.Vers 9 En als Hij deze dingen tot hen gezegd had, bleef Hij in Galilea.17 bleef Hij Namelijk nog enige dagen; gelijk blijkt uit Joh. 7:10.

Lees heel Johannes 7

Advertentie

Steun het werk — als dank leest u zonder advertenties.

De dagtekst, elke ochtend

Elke ochtend één kerntekst uit de Statenvertaling in uw mailbox, met een psalmvers om te zingen. Bekijk de dagtekst van vandaag.

Geen spam en afmelden kan altijd.

Dank u. Controleer uw e-mail om de aanmelding te bevestigen.