Bijbelboeken

Hoofdstukken:1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21

Johannes 6:47-59

  1. Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: Die in Mij gelooft, heeft het eeuwige leven.
  2. Ik ben het Brood des levens.
  3. Uw vaders hebben het Manna gegeten in de woestijn, en zij zijn gestorven.
  4. Dit is het Brood, dat uit den hemel nederdaalt, opdat de mens daarvan ete, en niet sterve.
  5. Ik ben dat levende Brood, dat uit den hemel nedergedaald is; zo iemand van dit Brood eet, die zal in der eeuwigheid leven. En het Brood, dat Ik geven zal, is Mijn vlees, hetwelk Ik geven zal voor het leven der wereld.
  6. De Joden dan streden onder elkander, zeggende: Hoe kan ons deze Zijn vlees te eten geven?
  7. Jezus dan zeide tot hen: Voorwaar, voorwaar zeg Ik ulieden: Tenzij dat gij het vlees des Zoons des mensen eet, en Zijn bloed drinkt, zo hebt gij geen leven in uzelven.
  8. Die Mijn vlees eet, en Mijn bloed drinkt, die heeft het eeuwige leven; en Ik zal hem opwekken ten uitersten dage.
  9. Want Mijn vlees is waarlijk Spijs, en Mijn bloed is waarlijk Drank.
  10. Die Mijn vlees eet, en Mijn bloed drinkt, die blijft in Mij, en Ik in hem.
  11. Gelijkerwijs Mij de levende Vader gezonden heeft, en Ik leve door den Vader; alzo die Mij eet, dezelve zal leven door Mij.
  12. Dit is het Brood, dat uit den hemel nedergedaald is; niet gelijk uw vaders het Manna gegeten hebben, en zijn gestorven. Die dit Brood eet, zal in der eeuwigheid leven.
  13. Deze dingen zeide Hij in de synagoge, lerende te Kapernaum.


Ga naar of .




Toon volledig hoofdstuk
Toon nummering: naast | in tekst | niet
Verander tekstgrootte: vergroten | verkleinen | herstellen (momenteel 10pt)
Vergroot leesbaarheid is uitgeschakeld: inschakelen | Achtergrond uit.
Deze pagina afdrukken
Openen als MS-Word-document
Openen als PDF-document